wetzoeker

Artikel 4 Besluit zij-instroom leraren primair en voortgezet onderwijs

Geschiktheidsonderzoek

1 De beoordeling of de gevolgde opleiding en de maatschappelijke of beroepservaring in onderlinge samenhang bezien van voldoende belang zijn in verhouding tot de door de betrokkene beoogde werkzaamheden aan een school, geschiedt:

a. aan de hand van door de betrokkene overgelegde diploma’s, getuigschriften en andere bewijsstukken van gevolgd onderwijs als bedoeld in artikel 172, derde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 152, derde lid, van de Wet op de expertisecentra of artikel 7.27, derde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020,

b. aan de hand van door de betrokkene overgelegde bewijsstukken omtrent maatschappelijke activiteiten of beroepservaring en voor zover van toepassing, door de betrokkene overgelegde referenties.

2 De betrokkene overlegt bij indiening van de aanvraag voor het geschiktheidsonderzoek de in het eerste lid bedoelde bescheiden en zet daarbij op een door het instellingsbestuur voor te schrijven wijze uiteen, op welke gronden de activiteiten waarop deze bescheiden betrekking hebben, naar zijn oordeel van voldoende belang zijn in verhouding tot de beoogde werkzaamheden.

3 Indien de betrokkene werkzaamheden in het voortgezet onderwijs beoogt, blijkt uit de aanvraag dat de betrokkene over kennis, inzicht en vaardigheden beschikt in een vak dat relevant is in relatie tot die werkzaamheden.

Regeling
Besluit zij-instroom leraren primair en voortgezet onderwijs
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-08-2022
BWB-id
BWBR0024390
Versie
2022-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl