wetzoeker

Artikel 33 Besluit medezeggenschap Defensie 2008

Geschillenregeling

1 Er is een college voor geschillen dat bestaat uit drie leden en drie plaatsvervangend leden. Onze Minister benoemt de leden voor een periode van vier jaar. Eén lid en een plaatsvervangend lid worden op voordracht van de secretaris-generaal benoemd en één lid en een plaatsvervangend lid op voordracht van de centrales. Het derde lid, dat tevens voorzitter is, en een plaatsvervangend lid worden benoemd door Onze Minister, gehoord de overige twee leden.

2 De leden en de plaatsvervangende leden treden om de vier jaar gelijktijdig af en kunnen terstond opnieuw worden benoemd. Degene die tot lid of tot plaatsvervangend lid van het college voor geschillen is benoemd ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, had moeten aftreden.

3 De voorzitter, de leden en de plaatsvervangend leden maken geen deel uit van het ministerie van Defensie en zijn niet werkzaam onder de verantwoordelijkheid van Onze Minister.

4 Het college voor geschillen regelt zijn werkwijze binnen het kader van de hem op grond van dit hoofdstuk opgedragen taak. Indien naar het oordeel van Onze Minister daartoe aanleiding is, brengt het college voor geschillen verslag uit van zijn werkzaamheden.

Regeling
Besluit medezeggenschap Defensie 2008
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-01-2020
BWB-id
BWBR0024317
Versie
2020-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl