Bijlage VIa (deel 1) Algemene douaneregeling
Nationale aanvulling op gemeenschappelijke gegevensvereisten voor aangiften, kennisgevingen en bewijs van de douanestatus van Uniegoederen
Inleiding
In artikel 6, eerste lid, van het Douanewetboek van de Unie (DWU) is bepaald dat alle communicatie tussen de douane en marktdeelnemers elektronisch gebeurt.
De voor douaneaangiften, kennisgevingen en bewijzen van douanestatus van Uniegoederen vastgestelde gemeenschappelijke gegevensvereisten zijn opgenomen in bijlage B van de Gedelegeerde Verordening Douanewetboek van de Unie.
In bijlage B van de Uitvoeringsverordening Douanewetboek van de Unie zijn de formaten, kardinaliteiten en codes van deze gemeenschappelijke gegevensvereisten opgenomen. Voor een aantal gegevensvereisten wordt het aan de lidstaten overgelaten om bepaalde gegevenselementen al dan niet te vragen. In deze bijlage staan de gegevenselementen opgenomen die in Nederland verplicht zijn gesteld naast de vastgestelde gemeenschappelijke gegevensvereisten.
Verder is het mogelijk dat vanuit andere EU-rechtshandelingen of nationale wetgeving (bijvoorbeeld inzake accijns, omzetbelasting, landbouw enzovoort) wordt voorgeschreven dat bij bepaalde gegevenselementen, verplichte vermeldingen worden voorgeschreven.
Leeswijzer
• In Titel I zijn de tabellen met de nationaal verplichte gegevenselementen en aanvullingen opgenomen.
• In Titel II wordt nader beschreven hoe een specifiek gegevenselement nationaal moet worden vermeld.
• In Titel III staan de formaten, kardinaliteit en de te gebruiken codes voor de nationale gegevenselementen.
Titel I.
Overzicht verplichte nationale gegevenselementen
A. Te vermelden gegevens
Voor de benaming, de invulling en de toelichting van de gegevenselementen/gegevensklasse en gegevenssubelementen/gegevenssubklasse wordt verwezen naar bijlage B van de Gedelegeerde Verordening Douanewetboek van de Unie en de Uitvoeringsverordening Douanewetboek van de Unie In de onderstaande tabellen zijn de gegevenselementen opgenomen die in Nederland verplicht zijn gesteld naast de vastgestelde gemeenschappelijke gegevensvereisten.
Legende van de tabellen met gegevensvereisten in onderdeel C
Nr. G.E. | Volgnummer dat aan het betrokken gegevenselement is toegewezen. Indien het gegevenselement niet is opgenomen in bijlage B dan wordt dit vermeld als ‘Functioneel G.E.’
Naam gegevenselement/gegevensklasse | Naam van het betrokken gegevenselement/de betrokken gegevensklasse
Naam gegevenssubelement/gegevenssubklasse | Naam van het betrokken gegevenssubelement/de betrokken gegevenssubklasse
Naam gegevenssubelement | Naam van het betrokken gegevenssubelement
Kolommen B1 t/m I2 | Iedere kolom kan de volgende elementen bevatten: - Status - Voetnoot - Aangifteniveau
Verklaring van de symbolen zoals gebruikt in de tabellen
A | Verplicht voor de aangever. Opgemerkt wordt dat indien een vak verplicht is dit geen afbreuk doet aan het feit dat de opgave van bepaalde gegevens, wegens hun aard, enkel wordt verlangd wanneer de omstandigheden dit rechtvaardigen
C | Facultatief voor marktdeelnemers: gegevens die marktdeelnemers vrijwillig kunnen verstrekken, maar waarvan de opgave niet door de lidstaten kan worden verlangd. Wanneer een marktdeelnemer besluit de informatie te verstrekken, moeten alle vereiste subelementen worden vermeld.
[*] | Voor dit gegevensvereiste is een aantekening in Titel II opgenomen en indien van toepassing, een formaat, kardinaliteit en of code in Titel III opgenomen.
[1, enz.] | Voetnoot is bepalend voor de invulling van het gegevenselement.
Aangifteniveaus
Niveau | Omschrijving
D | Vereist gegevenselement op het rubriekniveau van de aangifte. De gegevenselementen op het aangifteniveau bevatten informatie die op de volledige aangifte van toepassing is.
MC | Vereist gegevenselement op het niveau van de masterzending. De gegevenselementen op het niveau van de masterzending bevatten informatie die van toepassing is op een door een vervoerder en rechtstreekse contractpartij afgegeven vervoersovereenkomst. Deze generieke informatie is van toepassing op elk artikel in de masterzending in het geval van aangiften en kennisgevingen als bedoeld in de kolommen A, D, E2, F en G.
MI | Vereist gegevenselement op het niveau van het artikel van de masterzending. Het niveau van het artikel van de masterzending is een subniveau van het niveau van de masterzending. De gegevenselementen op het artikelniveau van de masterzending bevatten informatie over de verschillende posities in het vervoersdocument zoals bedoeld in de masterzending. Deze artikelinformatie is van toepassing in het geval van aangiften en kennisgevingen als bedoeld in de kolommen A, E2, F en G.
HC | Vereist gegevenselement op het niveau van de housezending. De gegevenselementen op het niveau van de housezending bevatten informatie die van toepassing is op de laagste vervoersovereenkomst die is afgegeven door een expediteur, een gemeenschappelijke vervoerder die zelf geen vaartuigen of luchtvaartuigen exploiteert of zijn agent, of een postaanbieder. Deze generieke informatie is geldig voor elk artikel van de housezending in het geval van aangiften en kennisgevingen als bedoeld in de kolommen D, E2, F en G.
HI | Vereist gegevenselement op het niveau van het artikel van de housezending. Het niveau van het artikel van de housezending is een subniveau van het niveau van de housezending. De gegevenselementen op het artikelniveau van de housezending bevatten informatie die afkomstig is van de verschillende posities in het vervoersdocument als bedoeld in de desbetreffende housezending. Deze artikelinformatie is van toepassing in het geval van aangiften en kennisgevingen als bedoeld in de kolommen D, E2, F en G.
GS | Vereist gegevenselement op het niveau van de goederenzending. Het niveau van de goederenzending bevat alle informatie over goederen die het voorwerp uitmaken van één standaard- of vereenvoudigde douaneaangifte of één douaneaangifte in de vorm van een inschrijving in de administratie van de aangever. In het geval van een aanvullende aangifte heeft het niveau van de goederenzending betrekking op alle goederen die het voorwerp uitmaken van dezelfde standaard- of vereenvoudigde douaneaangifte of douaneaangifte in de vorm van een inschrijving in de administratie van de aangever. De informatie op dit niveau is van toepassing voor elk artikel van de goederenzending in het geval van douaneaangiften en kennisgevingen als bedoeld in de kolommen B, C, E1, H en I. Voor de kolommen F10, F11, F15, F16, F50 en F51 is de informatie op dit niveau van toepassing op elke housezending.
SI | Vereist gegevenselement op het niveau van het artikel van de goederenzending. Het niveau van het artikel van de goederenzending bevat alle gedetailleerde informatie over één enkel artikel in een goederenzending. De informatie op dit niveau is van toepassing in het geval van douaneaangiften en kennisgevingen als bedoeld in de kolommen B, C, E1, H en I.
B. Overzicht nationaal verplichte gegevenselementen en aanvullingen
Voor de volgende kolommen zijn overzichten samengesteld:
− Kolommen B1 t/m B4 + C1 en C2 (uitvoerregelingen)
− Kolommen D1 t/m D4 (gereserveerd)
− Kolom E1 en E2 (gereserveerd)
− Kolom G4 (gereserveerd)
− Kolommen H1 t/m H7+ I1 en I2 (invoerregelingen)
Niet aan alle bovenstaande kolommen (regelingen) is op dit moment invulling gegeven. Zodra de desbetreffende IT-systemen gereed zijn zullen de gereserveerde kolommen worden aangevuld. Bijlage VI blijft van toepassing voor de IT-systemen die zich bevinden onder de overgangsregels voor enkele bepalingen van het DWU zoals nader uitgewerkt in de Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/341 van de Commissie
- Regeling
- Algemene douaneregeling
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 01-07-2026
- BWB-id
- BWBR0024291
- Versie
- 2026-07-01_0