wetzoeker

Deel C. Formaliteiten bij in het vrije verkeer brengen, plaatsing onder de regeling actieve veredeling, tijdelijke invoer, opslag in douane-entrepot en tijdelijke opslag (deel 1) Algemene douaneregeling

Vak A: Kantoor van bestemming

De aangiftesystemen genereren een aangiftenummer (MRN-nummer), bestaande uit:

– de laatste cijfers van het lopende kalenderjaar;

– landcode;

– 14 posities.

Vak 1: Aangifte

In het eerste deelvak van het aangiftesymbool de desbetreffende EU-code vermelden (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel A03).

In het tweede deelvak het type aangifte vermelden volgens de desbetreffende EU- of nationale code (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel A04).

(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de codes, zie deel D van Titel II.)

Vak 3: Formulieren

Het volgnummer van de set in het totale aantal gebruikte sets vermelden (zowel gewone als aanvullende formulieren). Bijvoorbeeld wanneer een IM formulier en 2 IM/c formulieren worden overgelegd, op het IM formulier 1/3, op het eerste IM/c formulier 2/3 en op het tweede IM/c formulier 3/3 invullen.

Vak 4: Ladingslijsten

In cijfers het eventueel bijgevoegde aantal ladingslijsten vermelden of het aantal beschrijvende commerciële lijsten waarvoor de bevoegde autoriteit toestemming heeft verleend.

Vak 5: Artikelen

In cijfers het totale aantal artikelen vermelden dat door de belanghebbende op al de formulieren en aanvullende formulieren (of ladingslijsten of commerciële lijsten) is aangegeven. Het aantal artikelen stemt overeen met het aantal vakken 31 dat moet worden ingevuld.

Vak 7: Referentienummer

Dit is het commerciële referentienummer dat de belanghebbende aan de zending heeft toegekend. Naar keuze in te vullen door belanghebbende.

(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de referentie, zie deel D van Titel II.)

Vak 8: Geadresseerde

In vak 8 (Geadresseerde) wordt het EORI-nummer van de geadresseerde opgenomen dat door de douane is toegekend op basis van artikel 9 van het DWU. Heeft de geadresseerde geen EORI-nummer, dan moet in dit vak de naam en voornaam of de handelsnaam en het volledige adres van de geadresseerde worden opgenomen.

Wanneer de goederen met toepassing van het stelsel van douane-entrepots in een particulier entrepot worden opgeslagen, de naam en het volledige adres vermelden van de houder van de regeling indien deze niet tevens de aangever is.

Bij groepagezendingen wordt in dit vak het woord ‘diverse’ vermeld, gevolgd door de desbetreffende EU-code voor bijzondere vermeldingen (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel A12). Een lijst van geadresseerden wordt bij de aangifte gevoegd.

(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie onderdeel D van deze Titel)

OB-plichtige

Verder wordt bij een elektronische aangifte in het data-element ‘OB-plichtige’, wanneer de aangifte betrekking heeft op de invoer van goederen als bedoeld in artikel 18 van de Wet op de omzetbelasting 1968 en de goederen bestemd zijn voor een geadresseerde met een Nederlands btw-identificatienummer die beschikt over een vergunning zoals bedoeld in artikel 23 van de Wet op de omzetbelasting 1968, het btw-identificatienummer van deze geadresseerde opgenomen, voorafgegaan door NL als landencode.

Maakt de geadresseerde deel uit van een fiscale eenheid voor de omzetbelasting en is de gehele fiscale eenheid aangewezen op de voet van artikel 23 van de Wet op de omzetbelasting 1968, het btw-identificatienummer van de fiscale eenheid vermelden voorafgegaan door NL als landencode.

Als de goederen bestemd zijn voor een buitenlandse geadresseerde die gebruik maakt van een (beperkt) fiscaal vertegenwoordiger als bedoeld in artikel 33g van de Wet op de omzetbelasting 1968, het btw-identificatienummer van de (beperkt) fiscaal vertegenwoordiger vermelden voorafgegaan door NL als landencode.

Indien geen gebruik wordt gemaakt van artikel 23 Wet op de omzetbelasting 1968 mag het data element OB-plichtige leeg gelaten worden.

Vak 14: Aangever/vertegenwoordiger

Voorafgaand aan de naam van de aangever/vertegenwoordiger moet de code van diens status worden vermeld (zie codeboek Douane, onderdeel algemeen, tabel A81).

Indien de aangever tevens de geadresseerde is, de tekst ‘geadresseerde’ vermelden, alsmede de desbetreffende EU-code voor bijzondere vermeldingen (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel A12).

Aangifte op eigen naam en voor eigen rekening:

Bij ‘Nr.’ het EORI-nummer vermelden dat door de douane is toegekend op basis van artikel 9 van het DWU. Indien de aangever niet over een EORI-nummer beschikt de naam en voornaam of de handelsnaam en volledige adres van de aangever vermelden. De douane kan hem voor de betrokken aangifte een nummer toekennen.

Aangifte op basis van directe vertegenwoordiging, als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van het DWU:

Bij ‘Nr.’ het EORI-nummer vermelden dat door de douane is toegekend op basis van artikel 9 van het DWU. Indien de vertegenwoordiger niet over een EORI-nummer beschikt de naam en voornaam of de handelsnaam en volledige adres van de vertegenwoordiger vermelden. De douane kan hem voor de betrokken aangifte een nummer toekennen.

Tevens het EORI-nummer van de vertegenwoordigde vermelden dat door de douane is toegekend op basis van artikel 9 van het DWU. Indien de vertegenwoordigde niet over een EORI-nummer beschikt de naam en voornaam of de handelsnaam en volledige adres van de vertegenwoordigde vermelden. De douane kan hem voor de betrokken aangifte een nummer toekennen. In geval van een niet-geautomatiseerde aangifte kunnen de gegevens van de vertegenwoordigde worden vermeld in vak 9.

Indien de betaling van de douaneschuld wordt gedaan door een andere persoon dan de aangever dient in het veld ‘Betaler’ het EORI-nummer te worden vermeld van de persoon die de betaling doet

Vak 15: Land van verzending/uitvoer

In vak 15a, door middel van de desbetreffende EU-code het land vermelden waaruit de goederen oorspronkelijk naar de invoerende lidstaat werden verzonden, zonder oponthoud of niet aan het vervoer inherente juridische handeling in een tussenliggend land. Indien een dergelijk oponthoud of een dergelijke handeling heeft plaatsgevonden, wordt het laatste tussenliggende land als land van verzending/uitvoer beschouwd. (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel S01).

(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van Titel II.)

Vak 17: Land van bestemming

In vak 17a de desbetreffende EU-code vermelden van de op het tijdstip van invoer bekende lidstaat waarvoor de goederen uiteindelijk bestemd zijn (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel S01).

(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van Titel II.)

Vak 18: Identiteit en nationaliteit van het vervoermiddel bij aankomst

De identiteit van het (of de) vervoermiddel(en) vermelden waarin/waarop de goederen rechtstreeks zijn geladen wanneer zij worden aangebracht bij het douanekantoor waar de formaliteiten voor de bestemming worden vervuld. Wanneer het trekkende voertuig en de oplegger een verschillend kenteken hebben, zowel het kenteken van het trekkende voertuig als dat van de oplegger vermelden.

Naargelang het gebruikte vervoermiddel, worden ter identificatie de volgende vermeldingen aangebracht:

Vervoermiddel | Identificatie

Vervoer over zee en per binnenschip | Naam van het vaartuig

Vervoer door de lucht | Nummer en datum van de vlucht (indien er geen vluchtnummer is, het registratienummer van het luchtvaartuig vermelden)

Vervoer over de weg | Kentekenplaat van het voertuig

Vervoer per spoor | Nummer van de wagon

Vak 19: Container (Ctr)

Door middel van de desbetreffende EU-code de situatie bij het overschrijden van de buitengrens van de Unie aangeven.

(voor toelichting gebruik code, zie deel D van Titel II.)

Vak 20: Leveringsvoorwaarden

Door middel van de desbetreffende EU-codes de relevante clausules van het handelscontract opgeven, alsmede de plaatsnaam c.q. de contractvoorwaarde (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel A14).

Vak 21: Identiteit en nationaliteit van het grensoverschrijdende actieve vervoermiddel

Regeling
Algemene douaneregeling
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0024291
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl