wetzoeker

Artikel 23 Examenregeling frequentiegebruik 2008

Erkende instellingen

1 De erkende instelling neemt bij het afnemen van praktijkexamens het volgende in acht:

a. instructie en examen vinden niet op dezelfde dag plaats;

b. de instelling ziet er op toe dat kandidaten zich op de juiste wijze legitimeren;

c. de instelling neemt een door de minister te bepalen minimum- of maximumduur van de praktijkexamens in acht;

d. de instelling voert een voldoende en juiste administratie vooraf, tijdens en na de praktijkexamens;

e. de examens worden afgenomen in een locatie als bedoeld in artikel 21, tweede lid, onderdeel b.

f. de gebruikte apparatuur is technisch toereikend voor het doel van het praktijkexamen;

g. de instelling zorgt voor voldoende toezicht met het oog op een eerlijk en ordelijk verloop van de praktijkexamens;

h. de instelling waarborgt de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de examinator;

i. de examinator is geregistreerd door de instelling en beschikt over voldoende kennis en vaardigheden voor het afnemen van het praktijkexamen; en

j. de instelling deelt binnen een door de minister te bepalen termijn vóór afname van een praktijkexamen de datum, tijd en plaats van het praktijkexamen mee aan de minister.

2 Indien de instelling geen toepassing geeft aan het bepaalde in het eerste lid, onderdeel j en een examen afneemt, is het afgenomen examen ongeldig.

Regeling
Examenregeling frequentiegebruik 2008
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0024285
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl