wetzoeker

Artikel 7 Verordening PT heffing verbruik aardgas 2001

Oplegging en inning

1 De oplegging van de krachtens deze verordening verschuldigde heffing vindt plaats na afloop van het jaar waarover de heffing verschuldigd is en geschiedt door toezending of uitreiking aan de heffingsplichtige van een heffingsnota.

2 Iedere heffingsnota is gedagtekend en bevat:

a. naam en adres van de heffingsplichtige;

b. een specificatie of toelichting omtrent de wijze waarop de heffing is berekend;

c. het totaal van de heffing.

3 In afwijking van het eerste lid kan de heffingsplichtige een voorlopige heffing worden opgelegd tot het bedrag waarop de heffing vermoedelijk zal worden vastgesteld. De voorlopige heffing wordt verrekend met de krachtens deze verordening verschuldigde heffing.

4 De voorzitter kan de in het derde lid bedoelde voorlopige aanslag inkleden in een uitnodiging periodiek voorschotten te voldoen op de krachtens deze verordening verschuldigde heffing.

Bedoelde periodieke voorschotten zullen door het energiebedrijf op basis van en tegelijk met de maandelijkse (voorschot) facturering van het verbruikte aardgas aan de heffingsplichtige in rekening worden gebracht. Door betaling van dit voorschot op de krachtens deze verordening verschuldigde heffing aan het energiebedrijf, dat te dezer zake optreedt als gemachtigde van het Productschap Tuinbouw, is de heffingsplichtige gekweten voor wat betreft de voorlopige aanslag.

Regeling
Verordening PT heffing verbruik aardgas 2001
Soort
PBO-regeling
Geldend vanaf
29-06-2008
BWB-id
BWBR0024284
Versie
2008-06-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl