wetzoeker

5.15 Bijttest apparaat Warenwetregeling nadere eisen kinderbedden en -boxen

Het apparaat bestaat uit twee sets tanden (Figuur 13), twee boven en twee onder, zodanig gepositioneerd dat de verticale middellijn door de twee bovenste tanden 1 mm ± 0,1 mm voor de middellijn van de onderste tanden valt. In de volledig gesloten toestand zullen de tanden elkaar overlappen over een afstand van 1 mm ± 0,1 mm. De buitenste hoeken van de tanden moeten een straal van 3 mm hebben.

De tanden moeten zo bevestigd zijn dat ze draaien om een punt dat (50 ± 1) mm van het achterste paar tanden ligt en zodanig dat wanneer die gesloten zijn de horizontale middellijnen van de twee lagen parallel aan elkaar lopen. Het apparaat moet worden uitgevoerd met een stop om te voorkomen dat de afstand tussen de tanden groter wordt dan 28 mm wanneer die volkomen geopend zijn. De sluitkracht op de tanden moet vastgezet worden op (50±5) N.

Het apparaat moet voorzien zijn van een geleiding om te voorkomen dat onderdelen van het te testen product verder dan 17 mm in de volledig geopende kaken doordringen. Het apparaat moet met een kracht van (50±5) N langs de centrale middellijn van het monster worden weggetrokken.

Figuur 13 Testtanden (maten in mm)

Uitleg:

Plaats van de geleider

Draaipunt

Figuur 14 Bijttestapparaat (maten in mm)

Regeling
Warenwetregeling nadere eisen kinderbedden en -boxen
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2025
BWB-id
BWBR0024262
Versie
2025-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl