wetzoeker

3.2 Gevaren van bewegende delen Warenwetregeling nadere eisen kinderbedden en -boxen

3.2.1 Als 3.2.2 en 3.2.3 niet van toepassing zijn, mogen scharende delen en beknellingpunten uitsluitend voorkomen bij het opzetten, openen, sluiten en uit elkaar halen van het product.

3.2.2 Indien aangedreven of ‘veer’mechanismen gebruikt worden, moet de afstand tussen twee bereikbare bewegende delen altijd kleiner dan 5 mm of groter dan 18 mm zijn, indien getest volgens 6.2.1.

3.2.3 Als na testen volgens 6.2.1 een defect ontstaat dat een onbedoelde beweging veroorzaakt, moet de afstand tussen twee bereikbare delen altijd kleiner dan 5 mm of groter dan 18 mm.

3.2.4 Als het product kan worden ineengevouwen dan mag dit niet gebeuren, indien getest volgens 6.2.2.

Onbedoeld inklappen moet worden voorkomen door een vergrendeling die aan de volgende eisen voldoet:

a. Er zijn minstens twee opeenvolgende handelingen nodig om te ontgrendelen, waarbij de tweede handeling alleen uitgevoerd kan worden als de eerste handeling wordt voortgezet en voor de eerste handeling een kracht nodig is van minimaal 50 N (tangentiaal, indien relevant), of

b. Er zijn twee afzonderlijke maar gelijktijdige acties nodig om de vergrendelingen te bedienen, waarbij één van beide een kracht nodig heeft van minimaal 50 N en beide vergrendelingen hebben een verschillend principe, of

c. De bodem moet worden opgetild om het ineenvouwen in gang te zetten, of

d. De vergrendeling heeft twee bedieningspunten die op een minimale afstand van 850 mm van elkaar geplaatst zijn en gelijktijdig bediend moeten worden.

Bedden en boxen die naar binnen inklappen dienen te zijn voorzien van twee vergrendelmechanismen. Elk vergrendelmechanisme moet individueel in staat zijn het inklappen te voorkomen bij het bezwijken van één ervan. Als het gewicht van het kind een positief effect heeft op de vergrendeling dan wordt dit geaccepteerd als zijnde één van de vergrendelingen.

3.2.5 Een product met een beweegbare zijde mag in geopende toestand niet onbedoeld dichtvallen.

3.2.6 Een product mag tijdens openen en sluiten geen klap, beknelling en scharend- effect veroorzaken. Hieraan wordt voldaan indien:

– de uitvalbeveiliging geen vrije val heeft, of

– de uitvalbeveiliging uit zone A in zone B beweegt en er in dat deel van zone B geen openingen zijn, of

– bij een ongecontroleerde beweging van de uitvalbeveiliging de ruimte die overblijft boven openingen of het vloeroppervlak minimaal 230 mm is en de kracht van de val van de uitvalbeveiliging zodanig wordt afgeremd of onderbroken dat geen ernstig letsel bij een eronder spelend kind wordt veroorzaakt.

De uitvalbeveiliging van zone A moet altijd buiten de verblijfsruimte van het kind in zone B bewegen.

Figuur 1 zones waarin het hekwerk kan bewegen.

Regeling
Warenwetregeling nadere eisen kinderbedden en -boxen
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2025
BWB-id
BWBR0024262
Versie
2025-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl