wetzoeker

2. Definities Warenwetregeling nadere eisen kinderbedden en -boxen

Kinderbed: een meubel, voorzien van een uitvalbeveiliging met een inwendige lengte vanaf 900 mm, dat bestemd is als slaapplaats voor een kind van 0 tot 4.

Box: een meubel volledig omsloten door een uitvalbeveiliging, bestemd om de actieradius van een hierin geplaatst kind te beperken en waarin een kind ruimte heeft om te spelen.

Uitvalbeveiliging: Opstaande rand met een gedefinieerde hoogte die ervoor zorgt dat het kind niet uit het kinderbed of de box valt.

Sluiten: het dicht maken van een (deel van een) te openen zijde zonder te vergrendelen.

Vergrendelen: het blokkeren van de gesloten zijde.

Hoge box: box waarbij de bovenzijde van de bodem tussen de 85 en 110 cm ligt.

Optrede: de afstand van de bovenzijde van een trede of sport tot de bovenzijde van een eronder of erboven gelegen trede of sport. De eerste optrede is de afstand van de vloer tot de bovenzijde van de laagste trede of sport.

Aantrede: De diepte van een trede van een trap, gemeten vanaf de voorzijde van een trede tot de voorzijde van de bovenliggende trede.

Verblijfsruimte: deel van het product binnen de uitvalbeveiliging en vaste zijwanden.

Ladder: toegangsmiddel voorzien van treden of sporten met een hellingshoek tussen de 60 en 90 graden

Trap: Toegangsmiddel voorzien van treden met een hellingshoek tussen de 15 en 60 graden.

Regeling
Warenwetregeling nadere eisen kinderbedden en -boxen
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2025
BWB-id
BWBR0024262
Versie
2025-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl