wetzoeker

Artikel 38 Wet tuchtrechtspraak accountants

Het tuchtgeding in eerste aanleg

1 De accountantskamer doet schriftelijk uitspraak. De uitspraak wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris.

2 De uitspraak houdt in de beslissing omtrent het opleggen van de tuchtrechtelijke maatregel, de gronden en de voorschriften waarop zij berust.

3 De accountantskamer kan een klacht niet-ontvankelijk verklaren.

4 De accountantskamer, dan wel de voorzitter daarvan, spreekt de beslissing, bedoeld in het tweede en het derde lid, in het openbaar uit.

5 In afwijking van het eerste lid, kan de accountantskamer na sluiting van het onderzoek ter zitting onmiddellijk mondeling uitspraak doen.

6 De secretaris maakt van de mondelinge uitspraak een proces-verbaal op.

7 De uitspraak wordt onverwijld aan de betrokkene, de klager, de Autoriteit Financiële Markten en de beroepsorganisatie gezonden.

Regeling
Wet tuchtrechtspraak accountants
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2023
BWB-id
BWBR0024238
Versie
2023-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl