wetzoeker

Artikel 19 Wet tuchtrechtspraak accountants

De accountantskamer

1 De voorzitter, de leden, de plaatsvervangende leden die rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast zijn, alsmede de secretaris en de plaatsvervangend-secretarissen, worden voor hun werkzaamheden bij de accountantskamer vrijgesteld.

2 Onze Minister compenseert het betrokken gerecht voor het vrijstellen van de personen, bedoeld in het eerste lid.

3 De overige leden en plaatsvervangende leden ontvangen van Onze Minister een vacatiegeld voor hun werkzaamheden voor de accountantskamer volgens bij ministeriële regeling te stellen regels.

4 De opgeroepen getuigen en deskundigen ontvangen ten laste van Onze Minister een vergoeding overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de Wet tarieven in strafzaken.

Regeling
Wet tuchtrechtspraak accountants
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2023
BWB-id
BWBR0024238
Versie
2023-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl