wetzoeker

Wijzigingswet Wet werk en bijstand, enz. (meer zekerheid gemeenten dat mensen met kleine kans op inschakeling in arbeidsproces met behoud van uitkering maximaal 2 jaar onbeloonde additionele werkzaamheden kunnen verrichten)

Wet van 10 juli 2008 tot wijziging van de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen om gemeenten meer zekerheid te geven dat mensen met een kleine kans op inschakeling in het arbeidsproces met behoud van uitkering gedurende maximaal 2 jaar onbeloonde additionele werkzaamheden kunnen verrichten

Soort
Wet
Geldend vanaf
18-07-2008
Rechtsgebied
Arbeidsrecht, Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht, Sociaal zekerheidsrecht
Ministerie
Sociale Zaken en Werkgelegenheid
BWB-id
BWBR0024187
Versie
2008-07-18_0
SHA-256 bron
060369e1d401f37df0a4ff6022fce440ff615f90498bd77c755e5df9ef92bf01

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (5)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV
  5. Artikel V

Artikel I

Wijzigt de Wet werk en bijstand.

Artikel II

Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers.

Artikel III

Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.

Artikel IV

1 Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zendt binnen vier jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

2 Indien het verslag, bedoeld in het eerste lid, niet binnen vier jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal is gezonden en de termijnen, bedoeld in de artikelen 10a van de Wet werk en bijstand, 38 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en 38 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen reeds zijn verstreken, kan het college van burgemeester en wethouders die termijnen verlengen tot een half jaar nadat de Staten-Generaal het verslag heeft ontvangen.

Artikel V

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.