wetzoeker

Doelstellingen van de overheid op het beleidsterrein Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing vanaf 1945 (Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)

In dit BSD Brandweerzorg, Rampenbestrijding en Crisisbeheersing speelt het woord ‘crisis’ een belangrijke rol. Een crisis is een ernstige verstoring van de basisstructuren dan wel aantasting van de fundamentele waarden en normen van een maatschappelijk systeem.

1 Küller, Van pro-actie tot nazorg, 23.

Rampenbestrijding wordt gezien als een vorm van crisisbeheersing. Crisisbeheersing is het geheel van maatregelen en voorzieningen die de overheid in samenwerking met andere organisaties treft met het oog op (acute) noodsituaties ter waarborging van de veiligheid in brede zin.

2 Ibidem.

In het RIO Van pro-actie tot nazorg staat een uitgebreide omschrijving van de begrippen ‘crisis’ en ‘ramp’.

Na de Tweede Wereldoorlog werd onder ‘ramp’ verstaan dat de burgerbevolking te lijden had onder een oorlog. De burgerbevolking moest beschermd worden tegen de dagelijkse gevolgen van een oorlog en de wetten waren dus ook op die manier ingericht. Van 1952 tot 1985 stond de rampenbestrijding in teken van de civiele verdediging. Hieronder wordt verstaan ‘een geheel van niet-militaire maatregelen die gericht zijn op het voortzetten en in stand houden van de samenleving in geval van oorlog of omstandigheden die daarmee verband houden’.

3 http://www.ncbb.nl/menu%27s/Menu_2_Algemeen/ index_algemeen.htm (januari 2008).

De zorg voor de brandweer en de zorg voor rampenbestrijding waren twee afzonderlijke taken en werden ook organisatorisch en functioneel van elkaar gescheiden.

4 Küller, Van pro-actie tot nazorg, 33.

Na de watersnoodramp van 1953 werden de wetten voor rampenbestrijding ook van toepassing op het beschermen van de bevolking na rampen door natuurgeweld.

Vanaf 1985 werd de organisatie rondom rampenbestrijding anders ingericht. De focus lag nu niet meer op de bescherming van de bevolking als gevolg van een oorlog, maar op ongevallen in de industrie. Het inrichten van de betrokken organisaties werd regionaal en nationaal in plaats van gemeentelijk. De brandweer bleef de spin in het web. Hoe groter de omvang van de ramp, hoe hoger de inschaling: van gemeentelijk naar regionaal, naar nationaal of zelfs internationaal.

Begin jaren negentig werden de ingezette veranderingen geëvalueerd. De volgende voornemens werden aan de hand van deze evaluatie geformuleerd:

– Verbetering van de voorbereiding op ongevallen en rampen;

– Het leggen van verbanden tussen rampenbestrijding en de beleidsterreinen arbeidsveiligheid, milieubeleid en openbare veiligheid;

– Het inzichtelijk maken van de risico’s op bedreigingen en rampen voor de samenleving, zowel op gemeentelijk, regionaal als nationaal niveau.

5 Küller, Van pro-actie tot nazorg, 64- 66.

Op het gebied van rampenbestrijding is de focus van de overheid tussen 1945 en heden drastisch veranderd. De rampenbestrijding stond aanvankelijk in teken van de bescherming van de bevolking tegen een oorlog. Deze bescherming werd heel letterlijk genomen. In Nederland waren op 22 vestigingsplaatsen een 55-tal magazijnen waarin opgeslagen ziekenhuisbedden, genees- en verbandmiddelen bedoeld voor burger- en militaire gewonden in buitengewone omstandigheden. Ook was hier opgeslagen het klinisch- en chirurgisch materiaal van de landelijke Organisatie Trauma Teams(LOTT), de goederen voor de economische verdedigingsvoorbereiding uit de door EZ afgestoten 10 magazijnen, evenals 30 kilometer nooddrinkwatervoorziening met toebehoren. Daarnaast waren er 8 rijksbergplaatsen voor cultuurgoederen. Eind jaren tachtig kwam er een omslag in het denken. Door het einde van koude oorlog werd de oorlogsdreiging een stuk minder reëel. Door de overheid werd de gedachte dat de Ministeries zelf de organisatie rond rampenbestrijding in handen moest houden, losgelaten. De organisatie rondom de rampenbestrijding werd in de jaren negentig gedecentraliseerd.

De rampenbestrijding is nu neergelegd bij bestaande instellingen, zoals ziekenhuizen. Deze instellingen maken zelf plannen hoe op te treden bij een ramp. Er is dus een omslag gemaakt van een regelende naar een voorwaarde scheppende overheid.

6 Interview met dhr. A.H. Zwennes, crisiscoördinator bij het ministerie van VWS (directie Publieke Gezondheid, afdeling Crisisbeheersing Volksgezondheid; d.d. 4 december 2007).

De overheid zorgt nu voor de structuur om taken op het gebied van rampenbestrijding uit te kunnen voeren, adviseert of er een (gezondheids)- onderzoek na een ramp moet komen en stelt de middelen beschikbaar. Verschillende Ministeries hebben een crisiscentrum om de verschillende instellingen/ diensten aan te sturen in het geval van een crisis die een boven-territoriale inzet vereist. Aan het begin van de 21e eeuw zijn de accenten verschoven binnen rampenbestrijding en crisisbeheersing, maar de organisatie zelf is niet wezenlijk veranderd.

7 Beleidsplan crisisbeheersing 2004-2007, juni 2004, ministerie van BZK.

De Minister van Binnenlandse Zaken is de eerste verantwoordelijke op het beleidsterrein brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing. Tot de hoofdlijnen van het handelen van de actoren binnen het deelbeleidsterrein brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing behoort het bevorderen van de openbare veiligheid onder andere door het ontwikkelen, uitvoeren en evalueren van het proactie-, preventie-, preparatie-, repressie en nazorgbeleid met betrekking tot branden, ongevallen, rampen en overige crises. Dit wil zeggen dat vanaf 1952 het beleid van de Minister van Binnenlandse Zaken, in samenwerking met de andere actoren, voortdurend is gericht op het aan de veranderende eisen van de tijd aanpassen van de taakstelling, structuur, capaciteit en het technische niveau van de organisaties op het gebied van brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing.

8 BSD Brandweerzorg, Rampenbestrijding en Crisisbeheersing vastgesteld voor de minister van Binnenlandse Zaken (Stcrt. 1999/216).

Op het gebied van rampenbestrijding spelen, naast gemeenten en provincies, verschillende Ministeries een rol. Anno 2000 waren dit Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (o.a. coördinatie), Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (o.a. ruimtelijke ordening en bouwvoorschriften), Verkeer en Waterstaat (o.a. grote infrastructurele projecten), Sociale Zaken en Werkgelegenheid (o.a. arbeidsomstandigheden van werknemers, incl. rampenbestrijders), Defensie (o.a. ondersteuning bij bepaalde rampen, zoals grootschalige wateroverlast) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). De Minister van VWS is verantwoordelijk voor de basisorganisatie in de geneeskundige hulpverlening bij rampen en de kwaliteit van de hulpverlening bij rampen.

9 Rapport Algemene Rekenkamer inzake voorbereiding rampenbestrijding (Tweede Kamer, vergaderjaar 2000-2001, 27795, nrs. 1-2, p. 14-15.

In het RIO Van pro-actie tot nazorg staat een uitgebreide beschrijving van de doelstellingen vanaf 1945 tot en met de jaren negentig.

Regeling
Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing vanaf 1945 (Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
17-07-2008
BWB-id
BWBR0024176
Versie
2008-07-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl