wetzoeker

Wijzigingen aan Pachtwet 1958 in 1995 Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Pachtaangelegenheden vanaf 1945 (Minister van Financiën)

De in de Pachtwet 1984 doorgevoerde wijzigingen riepen geen halt toe aan de afname van het reguliere pachtareaal. De bezorgdheid hierover leidde eind jaren ’80 tot een interdepartementaal onderzoek (werkgroep Heroverweging Pachtwetgeving) en enkele jaren later tot een nieuwe pachtwet. Het kabinet zag de hoge pachtdruk als de belangrijkste oorzaak voor de afname van het pachtareaal omdat grond in verpachte staat een minder aantrekkelijk beleggingsobject is. Daarnaast werd de afname van het pachtareaal in verband gebracht met het verminderde rendement voor de verpachter en de daling van pacht in de familiesfeer in verband met de vorming van maatschappen. Om de pachtdruk te verminderen vond het kabinet liberalisering van de pachtwetgeving noodzakelijk. Daarbij diende echter het behoud van de meervoudige doelstelling van de Pachtwet voorop te blijven staan.

Om dit doel te bereiken werden verschillende instrumenten in de Pachtwet opgenomen. Als belangrijkste instrumenten kunnen worden genoemd:

– De toetsing vooraf van alle pachtovereenkomsten, alsmede van wijzigings- en beëindigingsovereenkomsten;

– De wettelijke duur van 12 respectievelijk 6 jaar, alsmede van verlenging van rechtswege met 6 jaar;

– De regels met betrekking tot de hoogst toelaatbare pachtprijs;

– Het voorkeursrecht van de pachter bij vervreemding van het verpachte;

– Het verzoek van de pachter om derden in zijn plaats als pachter te stellen;

- De vererving van het pachtrecht.

14 Memorie van Toelichting wetsontwerp 1992, 22 705.

De volgende wijzigingen werden in 1995 in de Pachtwet aangebracht:

– Twee nieuwe pachtvormen: eenmalige pacht en teeltpacht.

– Optrekking van de grens voor het geliberaliseerd regime voor verpachting van kleine stukken grond.

– Winstafrekening bij verkoop na voorkeursrecht (antispeculatiebeding)

– Directe doorwerking in de pachtprijs van een wijziging in de pachtnorm.

– Vervallen van de strafrechtelijke handhaving van de pachtwetgeving.

Het kabinet was van mening dat de mogelijkheden die de wet bood voor civielrechtelijke handhaving voldoende zouden zijn.

In 1999 werd de Commissie Pachtbeleid ingesteld door de Staatssecretaris van LNV om te adviseren over de toekomst van het pachtbeleid. Reden voor instelling van de Commissie was o.a. het feit dat de omvang van het pachtareaal niet was gestabiliseerd en het beoogde rendement van 2% met de toenmalige grondprijsontwikkeling niet zou worden gehaald. Verder diende de commissie een toekomstvisie te ontwikkelen op de verdere liberalisering van het pachtbeleid. In het advies van de Commissie Pachtbeleid uit januari 2000 werd als centrale conclusie opgenomen dat pacht uitsluitend behouden kon blijven als het pachtrecht drastisch werd geliberaliseerd. Onder de huidige Pachtwet zijn pachters, aldus de Commissie, zo verregaand beschermd dat het voor potentiële verpachters niet of nauwelijks aantrekkelijk is om hun gronden in pacht uit te geven. In 2001 werden door het kabinet voorstellen gedaan tot liberalisering van de pachtwetgeving, maar niet zo vergaand als de Commissie had voorgesteld. Na onderzoek en overleg met de Tweede Kamer werden in 2004 de nieuwe voorstellen voorgelegd aan de pachters en verpachters. De basis van de nieuwe wetgeving zou bestaan uit twee vormen van pacht: losse pacht en bedrijfspacht. Bij losse pacht konden partijen, indien er geen sprake was van bedrijfsafhankelijkheid, zelf afspraken maken over de pachtprijs, duur verlenging en opvolging in een overeenkomst. In het geval van pachtafhankelijkheid werd de pachtovereenkomst van rechtswege verlengd.

15 Vaststelling en invoering van titel 7.5 (Pacht) van het Burgerlijk Wetboek, TK 2005–2006, 30 448, nr. 3

Zowel de pachters als de verpachters konden zich, om uiteenlopende redenen, niet vinden in het voorstel.

Regeling
Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Pachtaangelegenheden vanaf 1945 (Minister van Financiën)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
16-07-2008
BWB-id
BWBR0024172
Versie
2008-07-16_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl