wetzoeker

Burgerlijk Wetboek Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Pachtaangelegenheden vanaf 1945 (Minister van Financiën)

Van 1838 tot 1937 werden de pachtverhoudingen in Nederland voornamelijk beheerst door de algemene bepalingen inzake de huurovereenkomst uit het Burgerlijk Wetboek (BW) van 1838. Het BW bevatte daarnaast enkele specifieke bepalingen voor de huur en verhuur van ‘landen’ of ‘landerijen’. Deze regeling was beperkt en de bepalingen waarin de pachter enige bescherming zou kunnen vinden, waren niet in rechte afdwingbaar.

De verhouding tussen pachter en verpachter werd beheerst door het grote tekort aan te pachten grond. Verpachters konden daardoor overeenkomsten sluiten die vrijwel uitsluitend aan hun wensen tegemoet kwamen.

Hoewel de roep om overheidsingrijpen al in het begin van de 20e eeuw vanuit de samenleving klonk, werd binnen het parlement nog sterk gehecht aan eigendomsrecht en contractvrijheid en was men er huiverig voor om op die rechten inbreuk te maken.

Drie Staatscommissies (1886, 1906 en 1919) en een wetsontwerp leidden om die reden niet tot een specifieke pachtwetgeving.

De sterk verslechterde economische situatie in de landbouw in de jaren ’20 leidde tot de aanvaarding door het parlement van de Crisispachtwet 1932. De wet bood pachters in bepaalde omstandigheden de mogelijkheid om gehele of gedeeltelijke ontheffing van betaling van een pachttermijn te vragen aan daartoe ingestelde Kamers voor Crisispachtzaken bij de kantongerechten. De wet stelde een deel van de pachters in staat tijdens de crisis het hoofd boven water te houden. De overheid verstrekte tevens landbouwcrisissteun aan agrariërs.

Regeling
Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Pachtaangelegenheden vanaf 1945 (Minister van Financiën)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
16-07-2008
BWB-id
BWBR0024172
Versie
2008-07-16_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl