Minister van Verkeer en Waterstaat (1945–) (deel 1) Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Scheepvaart en maritieme zaken over de periode vanaf 1945 (Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid)
De Minister van Verkeer en Waterstaat is belast met de beleidsverantwoordelijkheid voor de scheepvaart. De minister heeft bestuurlijke, regelgevende en toezichthoudende bevoegdheden ten aanzien van de scheepvaart.
In de loop der tijd hebben uiteenlopende dienstonderdelen van het ministerie een rol gespeeld.
In de jaren 1945–1980 heeft de bemoeienis van de rijksoverheid met de zeescheepvaart zich steeds voltrokken onder verantwoordelijkheid van de Minister van Verkeer en Waterstaat en de Minister van Defensie. De laatstgenoemde minister had de zorg voor een veilige beloodsing en voor de betonning, bebakening en verlichting van de voor de zeevaart openstaande Nederlandse wateren, op het Nederlandse gedeelte van het continentale plat en op het IJsselmeer, en voor de radardienst en de kustwacht. Vrijwel alle overige activiteiten van de rijksoverheid ten aanzien van de scheepvaart vielen in deze periode onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Verkeer en Waterstaat.
In de loop der tijd ontstond kritiek op de taakverdeling tussen de beide ministeries. Ondanks het feit dat de band tussen het loodswezen en betonning met Defensie in de historie wortelde en bij dat ministerie de benodigde nautische expertise en logistieke voorzieningen aanwezig waren, vielen deze taken buiten de eigenlijke defensiedoelstelling. Een tweede bron van kritiek vormde de versnippering van verantwoordelijkheden, hetgeen naar het oordeel van velen een slagvaardig maritiem overheidsbeleid en een doelmatig optreden belemmerden. Met de instelling van het Directoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken (DGSM) werd getracht aan deze situatie een einde te maken. In het nieuwe directoraat-generaal werden opgenomen het Directoraat-Generaal van Scheepvaart, het rijksloodswezen en de op de zeescheepvaart betrekking hebbende activiteiten van Rijkswaterstaat.
DGSM
Binnen het Ministerie van Verkeer en Waterstaat berustte de beleidsverantwoordelijkheid van 1980 tot 1996 bij het Directoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken. Oogmerk van de instelling van DGSM was de wens van de regering om te komen tot een grotere eenheid van maritiem bestuur.
Het DGSM kende twee beleidsdirecties: de Directie Maritiem Vervoer en de Directie Scheepvaartverkeer. Tevens waren er twee uitvoerende directies: de Vaarwegmarkeringsdienst en de Scheepvaartinspectie.
De Directie Maritiem Vervoer hield zich bezig met het vervoersbeleid voor de maritieme sector. Het ging hierbij zowel om de vanuit Nederland beheerde schepen als om de zeescheepvaart die de Nederlandse havens aandoet. De Directie Scheepvaartverkeer richtte zich op de verkeersaspecten van de zeescheepvaart, waaronder zowel de technische veiligheid van de schepen en de veiligheid van de lading en de bemanning, als het nautisch beheer van de scheepvaartwegen werd begrepen.
De Scheepsmetingsdienst
De Scheepsmetingsdienst (SMD) was tot 1993 een zelfstandige operationele eenheid van DGSM. Met ingang van 1993 vormde de SMD de Afdeling Scheepsmeting van de Scheepvaartinspectie. Taak van de SMD/Afdeling Scheepsmeting was het meten, identificeren, registreren en brandmerken van schepen, alsmede het afgeven van bijbehorende documenten, overeenkomstig de internationale en nationale regelgeving ter zake.
De Scheepvaartinspectie
De Scheepvaartinspectie (SI) was belast met het toezicht op de veiligheid van de Nederlandse schepen alsmede met het toezicht op de milieuvriendelijkheid van de scheepvaart. De grondslag voor de taken van de SI vormden onder andere de Schepenwet uit 1909, het Schepelingenbesluit uit 1937 en het Schepenbesluit uit 1965. In het kader van de toezichthoudende taak verrichtte de Scheepvaartinspectie onder meer de volgende activiteiten:
– het inspecteren van schepen voor wat betreft de constructie en inrichting;
– het keuren van uitrustingsstukken;
– het keuren van deskundigen;
– het toezien op het laden en lossen van gevaarlijke en milieuschadelijke stoffen;
– het inspecteren van schepen in het kader van havenstaatcontrole (Port State Control);
– het controleren van certificaten en andere scheepsdocumenten;
– het aanhouden van schepen;
– het onderzoeken van ongevallen en overtredingen.
Tot 1992 kende de Scheepvaartinspectie een gedecentraliseerde organisatie, waarbij de Scheepvaartinspectie Zeevaart werkte vanuit de districten Rotterdam, Groningen (beide voor de koopvaardij) en IJmuiden (voor de visserij) en de Scheepvaartinspectie Rijn- en Binnenvaart was gevestigd te Rotterdam. Met ingang van 1992 kende de Scheepvaartinspectie een nieuwe organisatiestructuur: de SI was vanaf toen op één locatie gevestigd: Rotterdam. De ‘Scheepvaartinspectie nieuwe stijl’ bestond uit een op afstand geplaatste toezichthoudende overheidsdienst, die zeven organisatie-eenheden omvat: de Afdeling Rijn- en Binnenvaart, de Afdeling Koopvaardij, de Afdeling Visserij, de Afdeling Scheepsmeting, de Afdeling Bemanningszaken, de Afdeling Onderzoek Ongevallen en de Afdeling Algemene Ondersteuning.
In 1997 ging het DGSM samen met een deel van het DG Vervoer op in het nieuwe DG Goederenvervoer (DGG). De Scheepvaartinspectie en de Vaarwegmarkeringsdienst maakten in eerste instantie deel uit van het DGG. Daarnaast vormden ook de Rijksverkeersinspectie, de directies Transportveiligheid en Vervoerssectoren en het Project Betuweroute onderdeel van het DGG. In 2001 vond een ingrijpende reorganisatie bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat plaats. Met deze reorganisatie werd beoogd de taken beleid, handhaving en uitvoering te scheiden. Daartoe is onder andere per 1 juli 2001 de Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW) ingesteld. Met deze reorganisatie is onder andere de Scheepvaartinspectie bij het DGG weggehaald en overgebracht naar de Inspectie Verkeer en Waterstaat.
De Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW)
De Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW) bewaakt en bevordert de veiligheid van het transport op de weg, over water, in de lucht en op het spoor. Zij geeft vergunningen af en ziet toe op de naleving van wet- en regelgeving. De inspectie stelt zich ten doel om burgers en bedrijven zo goed mogelijk te informeren over de werkwijze en resultaten van haar toezicht. Hiermee draagt de IVW bij aan een veilig, leefbaar en bereikbaar Nederland, met zo weinig mogelijk ongelukken, incidenten en milieuvervuiling. De toezichtfuncties van de inspectie zijn verdeeld over twaalf domeinen van toezicht. Een domein van toezicht sluit aan bij de wet- en regelgeving en kent een netwerk van bedrijven en instanties zoals een brancheorganisatie. De twaalf domeinen van toezicht zijn: koopvaardij, visserij, binnenvaart, taxivervoer, busvervoer, goederenvervoer (over de weg), luchthavens en luchtruim, luchtvaarttechnische bedrijven, luchtvaartoperationele bedrijven, spoor, tram en metro en waterbeheer.
In het land zijn diverse toezichteenheden gevestigd (tot 2005 divisies geheten). Deze eenheden doen het inspectiewerk. De toezichteenheden controleren ook vergunningaanvragen. Aan de hand van wetgeving toetsen zij of de aanvrager van een vergunning aan de gestelde eisen voldoet om een bepaalde activiteit te mogen uitvoeren. Verder analyseren zij inspectiegegevens en ontwikkelen, beheren en delen zij kennis.
Voor dit BSD is met name de in Rotterdam gevestigde toezichteenheid Zeevaart (TEZ) van belang. Veel taken die voorheen bij de Scheepvaartinspectie berustten, vallen nu onder deze eenheid.
- Regeling
- Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Scheepvaart en maritieme zaken over de periode vanaf 1945 (Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid)
- Soort
- Archiefselectielijst
- Geldend vanaf
- 09-07-2008
- BWB-id
- BWBR0024118
- Versie
- 2008-07-09_0