wetzoeker

4.5.4. Zeevervoer Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Scheepvaart en maritieme zaken over de periode vanaf 1945 (Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid)

Zoals in de paragraaf over het algemene beleid is gemeld, dreigde de Nederlandse vloot te klein te worden vanwege het uitvlaggen. Het beleid is erop gericht om de Nederlandse vlag weer aantrekkelijk te maken voor reders. De middelen die daarvoor zijn ingezet liggen op het fiscale vlak en op de eisen die aan de bemanning worden gesteld.

Het fiscaal beleid is er op gericht een ‘level playing field’ te creëren en in stand te houden voor Nederlandse reders ten opzichte van hun concurrenten van buiten de EU. Het kader voor het Nederlandse fiscale beleid wordt bepaald door het maritieme fiscale steunkader van de EU (de richtsnoeren, die dateren uit 1997). De activiteiten van V&W betreffen het evalueren van de Nederlandse regelingen en het verzorgen van de follow-up, alsmede nauwe betrokkenheid bij en participatie in de internationale gremia die hierbij een rol spelen (EU, OESO).

Een van de middelen om de arbeidmarkt te verruimen is een wijziging van de Zeevaartbemanningswet om de nationaliteitseis voor kapitein op Nederlandse zeeschepen te versoepelen. Deze wijziging is in 2003 van kracht geworden. In het kader van deze wetswijziging is in oktober 2001 tevens een raamconvenant over maritieme arbeidsmarkt en nautisch onderwijs afgesloten.

Monsterrollen

In 2002 zijn de eisen op het gebied van de monstering gewijzigd. Tot 2002 was de kapitein op grond van art 451 van het Wetboek van Koophandel verplicht om een monsterrol op te stellen. Hij diende een kopie van deze monsterrol te sturen naar het hoofd van de Scheepvaartinspectie. Daar werden deze rollen bewaard om eventuele omissies in de monsterboekjes te controleren. Dit uitsluitend om uitkerende instanties behulpzaam te zijn bij het bepalen van de vaartijd van zeevarenden. Met de invoering van de zeevaartbemanningswet is deze verplichting opgeheven. Vanaf dat moment diende de kapitein de monsterrol na het opstellen naar de scheepsbeheerder te sturen. Deze is verplicht deze monsterrollen nog 3 jaar te bewaren en op verzoek beschikbaar te stellen aan de Scheepvaartinspectie.

De zeevarenden zijn in het bezit van het monsterboekje. Gedurende enige tijd werden deze monsterboekjes als eigendom van de Staat beschouwd en dienden na gebruik terug gezonden te worden naar de Scheepvaartinspectie. Daar werden deze boekjes, net als de monsterrollen bewaard als service voor zeevarenden bij het bepalen van hun vaartijd. Tegenwoordig worden deze monsterboekjes eigendom van de zeevarende zelf en worden ze niet meer teruggezonden.

Regeling
Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Scheepvaart en maritieme zaken over de periode vanaf 1945 (Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
09-07-2008
BWB-id
BWBR0024118
Versie
2008-07-09_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl