4.5.2. Het beleid Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Scheepvaart en maritieme zaken over de periode vanaf 1945 (Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid)
De Zeescheepvaart is voor Nederland altijd van groot belang geweest. Naast het belang van de zeescheepvaartsector voor inkomen en werkgelegenheid is er een toenemend belang bij de spin off van de scheepvaart voor de omliggende maritieme industrie. Een band die bijvoorbeeld tot uiting komt in een sterke relatie tussen de scheepvaart en scheepsbouw. Zo‘n 50 procent van de scheepsbouworders worden door Nederlandse reders geplaatst. In de maritieme industrie in Nederland werken meer dan 120.000 mensen en wordt zo‘n 4 procent van het Nationaal inkomen verdiend.
In 1995 werd geconstateerd dat de zeescheepvaartsector uit Nederland aan het verdwijnen was. De voortzetting van het tot dan toe gevoerde beleid zou dit proces versterken. Het werd dus nodig geacht om nieuw beleid op te zetten, gezien het belang van de sector voor de Nederlandse economie.
Om het uitvlaggen (de belangrijkste reden voor het verdwijnen van de zeescheepvaartsector uit Nederland) tegen te gaan, moest de concurrentiepositie van reders onder de Nederlandse vlag worden verbeterd. De belangrijkste problemen waren de belastingen en de kosten voor de bemanning. Op deze twee fronten werd het beleid ingezet.
De maatregelen die werden voorgesteld hadden betrekking op:
1. Winstbelasting
Er wordt een wijziging van het regiem van inkomsten- en vennootschapsbelasting uitgewerkt
2. Verlaging van de exploitatiekosten
Dit wordt bereikt door een reductie van de arbeidskosten van zeevarenden, het bieden van mogelijkheden om de bedrijfsvoering te flexibiliseren door de reder zelf de keuze te laten voor de samenstelling qua kwaliteit, kwantiteit en nationaliteit van de bemanning en het toelaten van buitenlandse diplomabezitters op de vloot. Men was er van overtuigd dat dit beleid geen negatieve gevolgen zou hebben voor de werkgelegenheid van Nederlandse zeevarenden.
3. Nieuwe methoden van controle en inspectie
De grotere verantwoordelijkheid van de reder vraagt om een andere vorm van toezicht. Er wordt meer van de reders zelf gevraagd. Binnen de IMO is de International Safety Management Code (ISM-Code) tot stand gekomen. Reders in bezit van een degelijk certificaat krijgen grotere vrijheden dan reders zonder een dergelijk certificaat.
4. Harmoniseren Nederlandse milieu- en veiligheidseisen met de internationale afspraken
De Nederlandse eisen zijn op sommige fronten hoger dan internationaal is afgesproken. Natuurlijk is een hoog niveau van veiligheids- en milieu eisen belangrijk, maar hoger dan internationaal is afgesproken is in de meeste gevallen niet nodig. Er zal een analyse worden uitgevoerd van de eisen die het internationale niveau te boven gaan.
5. Internationale level playing field
Nederland ijvert er voor dat oneerlijke concurrentie door het ontduiken van internationaal afgesproken veiligheids- en milieueisen wordt bestreden en voorkomen. Een middel dat hiervoor wordt ingezet is de havenstaatscontrole. Dit is de bevoegdheid van een havenstaat om controles op buitenlandse schepen uit te voeren. Deze bevoegdheid wordt soms overgelaten aan klassebureaus. Omdat deze ook op de commerciële markt opereren is zorgvuldig toezicht noodzakelijk.
6. Aantrekkelijker maken van de maritieme omgeving.
De maritieme omgeving bestaat uit de mogelijkheden voor de financiering, het aanbod aan opleidingen en de kwaliteit van het maritieme onderzoek.
7. Aantrekken van buitenlandse ondernemingen
De acquisitie en de begeleiding zullen worden versterkt, onder andere door middel van gerichte promotie, werving, begeleiding en nazorg.
In 1999 is er een evaluatienota over het gevoerde beleid verschenen. Hierin werd geconstateerd dat het gevoerde beleid zijn vruchten heeft afgeworpen. De omvang van de Nederlandse handelsvloot is sinds 1996 met 37% gestegen. De werkgelegenheid voor Nederlandse zeevarenden is in met 13% gestegen. De ontwikkeling van de toegevoegde waarde is ver boven de groeipercentages van de Nederlandse economie als geheel.
Nieuw ten opzichte van het beleid zoals dat is verwoord in de beleidsnota uit 1995 is de speciale aandacht voor de kustvaart, short sea shipping in vaktermen. Voor de bevordering van deze sector is een speciale voortgangsnota opgesteld. Deze sector levert een zeer groot aandeel in de economische betekenis van zeescheepvaart. Dat rechtvaardigt deze speciale aandacht.
De doelstelling van het huidige zeescheepvaartbeleid is:
– Het op peil houden van de internationale concurrentiepositie;
– Het bevorderen van de kwaliteit van het ondernemerschap in de sector;
– Het stimuleren van maritiem onderwijs en onderzoek;
– Het verankeren van de zeescheepvaartsector aan de Nederlandse economie.
– Het beïnvloeden van de internationale discussie in de internationale gremia.
In 1993 is de Adviescommissie maritieme onderzoeksinfrastructuur (Commissie Zandbergen) ingesteld. Deze commissie had tot taak de voorstellen te doen voor de structuur en de strategie van het Nederlands maritiem gericht onderzoek. De aanbevelingen van deze Commissie hebben ertoe geleid dat de Stichting CMO als centraal coördinerend orgaan vervangen werd door het Nederlands Instituut voor Maritieme ontwikkeling (NIM). Het NIM, dat in 1994 door het bedrijfsleven is opgericht, heeft als hoofdtaak de vraag naar maritiem gericht onderzoek te bundelen en te professionaliseren.
Voor de verdere uitvoering van het beleid is de Subsidieregeling maritiem onderzoek (Stcrt 1995, nr. 124) in het leven geroepen.
- Regeling
- Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Scheepvaart en maritieme zaken over de periode vanaf 1945 (Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid)
- Soort
- Archiefselectielijst
- Geldend vanaf
- 09-07-2008
- BWB-id
- BWBR0024118
- Versie
- 2008-07-09_0