4.4. Verantwoording selectielijst (deel 1) Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Scheepvaart en maritieme zaken over de periode vanaf 1945 (Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid)
Deze selectielijst betreft een actualisatie van de op 5 juli 1996 vastgestelde selectielijst van het beleidsterrein scheepvaart en maritieme zaken. Van de volgende zorgdragers zijn selectielijsten opgenomen: de Minister van verkeer en Waterstaat, de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister van Defensie, de Minister van Economische Zaken, de Minister van Financiën, de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Het PIVOT-rapport De stuurlui aan wal. Een institutioneel onderzoek naar het beleidsterrein scheepvaart en maritieme zaken, 1980–1994 (Den Haag, 1994, rapport nr. 21) vormt de grondslag van het in 1996 vastgestelde BSD. Het rapport geeft een overzicht van de actoren op het terrein van de civiele zeescheepvaart en een deel van het terrein van de binnenscheepvaart, en beschrijft het handelen van de organen van de rijksoverheid op dat terrein.
De ingetrokken selectielijst uit 1996 betrof de volgende actoren: de Minister van Verkeer en Waterstaat /Directoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken (DGSM), het hoofd van de Scheepvaartinspectie, de Scheepvaartinspectie, het hoofd van de Scheepsmetingsdienst, de Scheepsmetingsdienst, de Vaarwegmarkeringsdienst, de Direkteuren regio’s, de Direkteur IJmond, de Direkteur Noord, de Direkteur Scheldemond, de Rijkshavenmeesters, de Rijkshavenmeesters/VD, de Dienst Vaartuigen, de Afdeling Rijksvaartuigen, de Commissie Interdepartementaal Overleg Zeegaande Vaartuigen, de National Shipping Authority of the Netherlands, het Strategisch Kollege Koopvaardij, de Stuurgroep Maritiem Transport, de Kustwacht, de Adviescommissie Investeringspremie Zeescheepvaart, de Adviescommissie Steunverlening Zeescheepvaart, de Interdepartementale Commissie voor Noordzeeaanhelegenheden (ICONA), de Algemene Commissie tot Voorkoming van Arbeidsongevallen Zeevarenden, de Commissie voor de Stuurliedenexamens, de voorzitter van de Commissie voor de Stuurliedenexamens , Commissie voor de examens van de scheepswerktuigkundigen, de voorzitter van de Commissie voor de examens van de scheepswerktuigkundigen, Commissie voor de zeevisvaartexamens en de Voorzitter van de Commissie voor de zeevisvaartexamens.
De selectielijst uit 1996, welke de periode van 1980 tot 1994 bestrijkt, wordt ingetrokken.
Het geactualiseerde BSD loopt tot heden. In paragraaf 4.5 (‘Ontwikkelingen op het beleidsterrein sinds 1994’) is in grote lijnen een beeld geschetst van de ontwikkelingen op het beleidsterrein scheepvaart en maritieme zaken sinds 1994. Het beginjaar van de selectielijst is gewijzigd van 1980 in 1945. Het beginjaar van de ingetrokken selectielijst viel samen met de instelling van het DGSM bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat in 1980. Bij de selectie van archieven in het kader van het Project Wegwerken archiefachterstanden bij de rijksoverheid tot 1976 (PWAA) bleek dat dossiers dikwijls dateerden uit de periode vóór 1980. Het oudste stuk dateert zelfs uit 1880. Dossiers van handelingen die met een V van vernietigen gewaardeerd waren, mochten niet worden vernietigd aangezien de reikwijdte van het BSD (te) beperkt was. Een voorbeeld hiervan zijn archiefbescheiden van de actor Scheepvaartinspectie en van de examencommissies.
In het RIO en het ingetrokken BSD staan de betrokken organisatieonderdelen van het Ministerie van Verkeer & Waterstaat als aparte actoren vermeld. Deze komen in het geactualiseerde BSD te vallen onder de handelingen van de actor Minister van Verkeer & Waterstaat in hoofdstuk 10. Voorbeelden zijn handelingen van het Directoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken, in het RIO en het ingetrokken BSD weergegeven met ‘Minister van V&W/ DGSM’, en de Scheepvaartinspectie (SI), aangeduid met ‘Minister van V&W/ SI’. In het geactualiseerde BSD wordt volstaan met ‘Minister van Verkeer & Waterstaat’.
De volgende organisatieonderdelen die in het RIO en het ingetrokken BSD als aparte actor waren opgenomen, vormen in het geactualiseerde BSD onderdeel van de beschrijving van de actor Minister van Verkeer & Waterstaat:
– Directoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken (DGSM)
– hoofd van de Scheepvaartinspectie, de Scheepvaartinspectie
– hoofd van de Scheepsmetingsdienst
– Scheepsmetingsdienst
– Vaarwegmarkeringsdienst
– Direkteuren regio’s
– Direkteur IJmond
– Direkteur, Noord
– Direkteur Scheldemond
– Rijkshavenmeesters
– Rijkshavenmeesters/VD
– Dienst Vaartuigen
– Afdeling Rijksvaartuigen
– Verkeersraden
– Verkeersraad Washington
In de ingetrokken selectielijst waren de Commissie voor de Stuurliedenexamens, de Commissie voor de examens van de scheepswerktuigkundigen, de Commissie voor de zeevisvaartexamens alsmede de voorzitter van elke commissie als aparte actoren vermeld. Deze zijn in de nieuwe selectielijst ondergebracht bij het organisatieonderdeel Examencommissies bij paragraaf 11.16. Zie ook de beschrijving in het actorenoverzicht bij paragraaf 9.1.
Veel handelingen uit het ingetrokken BSD waren dikwijls zeer gedetailleerd beschreven. Voortschrijdend inzicht leerde dat hier iets aan moest veranderen. Bij de actualisatie van het BSD is voor wat betreft de omschrijving van de nieuwe handeling uitgegaan van een meer globale, abstractere aanduiding, waarbij de werkprocessen van het organisatie-onderdeel centraal staan. Als gevolg hiervan is een groot aantal handelingen uit het ingetrokken BSD komen te vervallen, aangezien deze hetzelfde werkproces behelzen. Het voordeel van deze werkprocesgerelateerde benadering is dat de selectielijst aanmerkelijk minder snel zal verouderen. Voor inspecties bijvoorbeeld was er per soort inspectie een aparte handeling. Nu is er één handeling, ‘Het (laten) uitvoeren en verslagleggen van inspecties op het beleidsterrein scheepvaart en maritieme zaken’.
Teneinde toch een verantwoorde selectiebeslissing te nemen, is bij diverse handelingen een categorie-indeling gemaakt. Per categorie binnen een handeling is een andere waardering van toepassing.
De nieuwe handelingen (al dan niet uit deze samenvoeging ontstaan) hebben een nieuw nummer gekregen, 450 en verder. Dit nummer volgt niet direct op het laatste nummer van het ingetrokken BSD. Er zijn in het verleden diverse concept-handelingen geformuleerd en deels ook in gebruik genomen. Teneinde verwarring te voorkomen, is ervoor gekozen met de nummering van de nieuwe handelingen te beginnen bij nummer 450. In paragraaf 13.3, ‘Concordans oude en nieuwe handelingsnummers’, staat een overzicht welke handelingen zijn komen te vervallen. Hier is tevens aangegeven welke oude handelingnummers zijn vervallen, en onder welke nieuwe handeling ze zijn opgegaan.
N.B. hierbij is uitgegaan van de nummering van de handelingen uit het BSD, en niet van het RIO.
Er is zoveel mogelijk gestreefd naar een opeenvolgende nummering van de handelingen. Bij een aantal handelingen uit de ingetrokken selectielijst bleek het erg lastig deze te koppelen aan een nieuw, globaal omschreven handeling. Deze handelingen hebben hun oude nummer behouden. De niet gewijzigde handelingen hebben een lager handelingsnummer dan de nieuwe handelingen vanaf nummer 450 en verder.
- Regeling
- Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Scheepvaart en maritieme zaken over de periode vanaf 1945 (Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid)
- Soort
- Archiefselectielijst
- Geldend vanaf
- 09-07-2008
- BWB-id
- BWBR0024118
- Versie
- 2008-07-09_0