wetzoeker

Artikel 79.8b — Verlengde betalingsregeling in verband met illiquide vermogen Leidraad Invordering 2008

Verlengde betalingsregeling in verband met illiquide vermogen

De Dienst Toeslagen kan als de belanghebbende of de in artikel 3 Awir bedoelde partner over vermogen in de zin van artikel 12, eerste tot en met vierde lid, van de regeling beschikt, waarvan het onredelijk bezwarend is dit liquide te maken als bedoeld in artikel 7, zevende lid, Uitvoeringsregeling Awir (hierna: illiquide vermogen), op verzoek een verlengde persoonlijke betalingsregeling toekennen met inachtneming van het volgende.

Eventuele bevoorrechte schulden (zoals belastingschulden) worden op het vermogen in mindering gebracht.

De Dienst Toeslagen verlengt de persoonlijke betalingsregeling van 24 maanden met maximaal 48 maanden. Bij de maandelijkse termijnbetalingen houdt de Dienst Toeslagen rekening met de betalingscapaciteit van de belanghebbende. Deze wordt overeenkomstig artikel 79.8 van deze leidraad vastgesteld. In de periode waarmee de persoonlijke betalingsregeling is verlengd, lost de belanghebbende in beginsel een bedrag af gelijk aan de (over)waarde van het illiquide vermogen. Wanneer de betalingscapaciteit onvoldoende is om in een periode van 48 maanden een bedrag gelijk aan de (over)waarde van het illiquide vermogen af te lossen wordt maandelijks een bedrag afgelost gebaseerd op de aanwezige betalingscapaciteit. Wanneer de belanghebbende niet over enige betalingscapaciteit beschikt wordt een betalingsregeling voor maximaal 72 maanden toegekend waarin, zolang er geen betalingscapaciteit is, niet afgelost hoeft te worden.

Als de omstandigheden op grond waarvan de betalingsregeling is toegekend veranderen, is de belanghebbende verplicht de Dienst Toeslagen zo spoedig mogelijk hierover te informeren. Voorts kan de Dienst Toeslagen jaarlijks beoordelen of er sprake is van een verandering van het inkomen. Als blijkt dat er wijzigingen hebben plaatsgevonden van het inkomen, berekent de Dienst Toeslagen opnieuw de betalingscapaciteit van de belanghebbende en past het maandbedrag zo nodig aan. Wanneer een betalingsregeling is toegekend waarin de belanghebbende een bedrag aflost gelijk aan de (over)waarde van het illiquide vermogen of de toeslagschuld past de Dienst Toeslagen na verloop van 24 maanden de betalingsregeling alleen aan als de betalingscapaciteit naar beneden moet worden bijgesteld. Wanneer de belanghebbende een lager bedrag aflost dan de (over)waarde van het illiquide vermogen of de toeslagschuld past de Dienst Toeslagen de betalingsregeling ook aan wanneer de betalingscapaciteit naar boven moet worden bijgesteld. In dit laatste geval zal het maandelijks af te lossen bedrag worden verhoogd.

Belanghebbende kan tijdens de looptijd van een verlengde betalingsregeling te maken krijgen met een nieuwe terugvordering. De Dienst Toeslagen kan deze terugvordering op verzoek van een belanghebbende meenemen in de verlengde betalingsregeling. De looptijd van de verlengde betalingsregeling blijft ongewijzigd. Nieuwe terugvorderingen kunnen tot 4 jaar gerekend vanaf de datum van het besluit waarbij de verlengde betalingsregeling is vastgesteld worden meegenomen.

Als een belanghebbende of de in artikel 3 Awir bedoelde partner over vermogen in de zin van artikel 12, eerste tot en met vierde lid, van de regeling beschikt, waarvan het niet onredelijk bezwarend is om dit liquide te maken, kent de Dienst Toeslagen pas na aanwending van dit vermogen een verlengde betalingsregeling toe.

De Dienst Toeslagen wijst een verzoek om een verlengde betalingsregeling af wanneer het belang van de invordering zich verzet tegen het verlenen van de betalingsregeling. De Dienst Toeslagen beëindigt de betalingsregeling als de gerechtigdheid tot het illiquide vermogen wijzigt. De betalingsregeling wordt eveneens beëindigd wanneer een belanghebbende niet aan zijn aflossingsverplichtingen voldoet. Wanneer de betalingsregeling wordt beëindigd kan de Dienst Toeslagen de invordering aanhouden voor een redelijke termijn zodat de belanghebbende het vermogen liquide kan maken dan wel op een andere manier een bedrag gelijk aan de (over)waarde van het vermogen kan voldoen. Dit geldt eveneens wanneer de Dienst Toeslagen de betalingsregeling afwijst.

Regeling
Leidraad Invordering 2008
Afkortingen
Leidr. Inv.
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0024096
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl