wetzoeker

2.1. Inleiding wetenschaps- en technologiebeleid Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Wetenschapsbeleid vanaf 1991 (Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap)

Op het gebied van het wetenschapsbeleid is een RIO opgesteld, nummer 96: Wetenschapsbeleid. Een institutioneel onderzoek naar het wetenschapsbeleid van de rijksoverheid in de periode 1945–1999 (samenstelling: dr. A.P. Versteegh; ISBN 90-74442-88-9) ’s-Gravenhage 2000. In 2002 is door de Minister van OCW de selectielijst vastgesteld voor de neerslag van het handelen van de rijksoverheid op het beleidsterrein wetenschapsbeleid (Stcrt. 2002/185). De informatie hieronder is afkomstig uit het RIO Wetenschapsbeleid.

Het wetenschappelijk onderzoek in Nederland wordt uitgevoerd door en in een groot aantal instituten en instellingen: de universiteiten, de (semi-)publieke onderzoeksinstituten en de bedrijven. Deze hebben elk hun eigen missie en takenpakket. De relatie tussen de Minister waaronder het wetenschapsbeleid valt en deze instellingen is vastgelegd in aantal wetten, Koninklijke Besluiten, beschikkingen en reglementen. Het gaat niet alleen om instellingen die onderzoek uitvoeren, maar ook om organisaties die het onderzoeksproces ondersteunen. Ondersteunende instellingen op het terrein van het wetenschapsbeleid zijn wetenschappelijke bibliotheken en adviesorganen. Sommige (grotere) instellingen hebben een directe relatie met de overheid, andere krijgen hun middelen indirect, via de grotere instellingen.

Kenmerkend voor het wetenschapsbeleid van de overheid is het ontbreken van een overkoepelende wet. Wel zijn er wetten en regels voor de instellingen voor het wetenschappelijk onderzoek afzonderlijk waarin hun taken en bevoegdheden zijn vastgesteld. Hierin is een grote autonomie voor deze instellingen geregeld. De overheid op een afstand en beperkt zich tot het bepalen van de randvoorwaarden. Wel speelt de overheid een belangrijke rol als subsidieverlener. Het wetenschappelijk onderzoek valt onder de rijksbegroting. De financiering van het wetenschappelijk onderwijs gaat meestal in de vorm van een lump-sum

1 Met een lump-sum wordt bedoeld dat het subsidiebedrag in één keer uitgekeerd wordt.

en de instellingen zijn vrij in de besteding van de geldelijke middelen. De overheid beperkt zich dus tot het voorzien in een infrastructuur voor wetenschappelijk onderzoek.

Het RIO Wetenschapsbeleid bakende haar onderzoek af, deels omdat het aantal onderzoeksinstellingen, adviescommissies en andere organen te groot was, deels omdat een aantal actoren al in andere RIO’s aan de orde was (gekomen). Het RIO Wetenschapsbeleid kent daardoor slechts de volgende actoren: KNAW, TNO, NWO en RAWB/AWT. Daarnaast werden de Commissie van Overleg Sectorraden (COS) en de Overlegcommissie Verkenningen (OCV) in het RIO betrokken.

De AWT speelt niet alleen een rol op het terrein wetenschapsbeleid, maar ook op het terrein technologiebeleid. Om praktische redenen zijn alle handelingen van AWT in het RIO meegenomen, zodat de handelingen AWT ontbreken in het RIO Industrie- en Technologiebeleid, vastgesteld door o.a. de Ministers van Economische Zaken en OCW (Stcrt. 2006/202).

Regeling
Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Wetenschapsbeleid vanaf 1991 (Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
07-06-2008
BWB-id
BWBR0023940
Versie
2008-06-07_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl