Invoeringswet Binnenvaartwet
Wet van 10 april 2008, houdende bepalingen houdende regeling van de inwerkingtreding van de Binnenvaartwet (Invoeringswet Binnenvaartwet)
- Soort
- Wet
- Geldend vanaf
- 01-07-2009
- Rechtsgebied
- Vervoersrecht
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- BWB-id
- BWBR0023849
- Versie
- 2009-07-01_0
- SHA-256 bron
- be70fc9ea8b037e144879955674def57c0657a73ef86297bde64801adb48b0e9
Inhoud (39)
- Artikel 1
- Artikel 2
- Artikel 3
- Artikel 4
- Artikel 5
- Artikel 6
- Artikel 7
- Artikel 8
- Artikel 9
- Artikel 10
- Artikel 11
- Artikel 12
- Artikel 13
- Artikel 14
- Artikel 15
- Artikel 16
- Artikel 17
- Artikel 18
- Artikel 19
- Artikel 20
- Artikel 21
- Artikel 22
- Artikel 23
- Artikel 24
- Artikel 24a
- Artikel 25
- Artikel 26
- Artikel 26a
- Artikel 27
- Artikel 28
- Artikel 29
- Artikel 30
- Artikel 31
- Artikel 32
- Artikel 33
- Artikel 34
- Artikel 35
- Artikel 36
- Artikel 37
Hoofdstuk 1 — Overgangsbepalingen
Artikel 1
Een geldig certificaat van onderzoek, afgegeven op grond van de Binnenschepenwet, geldt als certificaat van onderzoek als bedoeld in artikel 9 van de Binnenvaartwet.
Hoofdstuk 1 — Overgangsbepalingen
Artikel 2
Een kennisgeving als bedoeld in artikel 7 van de Binnenschepenwet, gedaan voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 11 van de Binnenvaartwet, geldt als een kennisgeving als bedoeld in artikel 11 van de Binnenvaartwet.
Hoofdstuk 1 — Overgangsbepalingen
Artikel 3
Een geldige ontheffing als bedoeld in artikel 5a, tweede lid, van de Binnenschepenwet geldt als ontheffing als bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de Binnenvaartwet.
Hoofdstuk 1 — Overgangsbepalingen
Artikel 4
Op grond van artikel 27 van de Binnenschepenwet aangewezen natuurlijke personen, diensten, onderzoekingsbureaus en instellingen worden geacht te zijn aangewezen op grond van artikel 14 van de Binnenvaartwet.
Hoofdstuk 1 — Overgangsbepalingen
Artikel 5
Een meetbrief als bedoeld in artikel 12c, eerste lid, van de Binnenschepenwet geldt als een meetbrief als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Binnenvaartwet.
Hoofdstuk 1 — Overgangsbepalingen
Artikel 6
Een ontheffing als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart geldt als een ontheffing als bedoeld in artikel 22, vijfde lid, van de Binnenvaartwet.
Hoofdstuk 1 — Overgangsbepalingen
Artikel 7
1 Een aanwijzing van een arts op grond van artikel 21, eerste lid, van de Binnenschepenwet geldt als een aanwijzing van een deskundige als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de Binnenvaartwet.
2 Een geldige geneeskundige verklaring als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Binnenschepenwet, geldt als een geneeskundige verklaring als bedoeld in artikel 28 van de Binnenvaartwet.
Hoofdstuk 1 — Overgangsbepalingen
Artikel 8
1 Een aanwijzing van een instelling of persoon op grond van artikel 22, eerste lid, van de Binnenschepenwet geldt als een aanwijzing van een instelling of persoon als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Binnenvaartwet.
2 Een geldige verklaring als bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de Binnenschepenwet, geldt als een verklaring als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Binnenvaartwet.
Hoofdstuk 1 — Overgangsbepalingen
Artikel 9
Een vaarbewijs dat op grond van artikel 25, derde lid, van de Binnenschepenwet ongeldig is verklaard wordt geacht ongeldig te zijn verklaard op grond van artikel 30, eerste lid, onderdeel d, van de Binnenvaartwet.
Hoofdstuk 1 — Overgangsbepalingen
Artikel 10
Een geldige ontheffing als bedoeld in artikel 17, derde lid, van de Binnenschepenwet geldt als een ontheffing als bedoeld in artikel 31, tweede lid, van de Binnenvaartwet.
Hoofdstuk 1 — Overgangsbepalingen
Artikel 11
Een geldig registratienummer als bedoeld in artikel 53, aanhef en onderdeel b, van de Wet vervoer binnenvaart geldt als scheepsnummer als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Binnenvaartwet.
Hoofdstuk 1 — Overgangsbepalingen
Artikel 12
1 Een aanwijzing van een ambtenaar op grond van artikel 28, eerste of tweede lid, van de Binnenschepenwet, artikel 11, eerste of tweede lid, van de Wet vaartijden bemanningssterkte binnenvaart of artikel 60, eerste lid, van de Wet vervoer binnenvaart geldt als een aanwijzing van een met het toezicht op de naleving van de Binnenvaartwet of de Herziene Rijnvaartakte belaste ambtenaar als bedoeld in artikel 40, eerste of tweede lid, van de Binnenvaartwet.
2 De krachtens artikel 28, eerste lid, van de Binnenschepenwet met het toezicht op de naleving van die wet of de Herziene Rijnvaartakte belaste ambtenaren zijn eveneens belast met het toezicht op de naleving van de Binnenvaartwet en de Herziene Rijnvaartakte.
Hoofdstuk 1 — Overgangsbepalingen
Artikel 13
Met betrekking tot een onderzoek als bedoeld in artikel 8 van de Binnenschepenwet, dat is ingesteld voorafgaande aan de inwerkingtreding van artikel 15, eerste lid, van de Binnenvaartwet, blijven de bepalingen gegeven bij of krachtens de Binnenschepenwet, zoals die luidden voor dat tijdstip, van toepassing.
Hoofdstuk 1 — Overgangsbepalingen
Artikel 14
Op het onderbreken van de vaart van een schip op grond van artikel 9 van de Binnenschepenwet voorafgaande aan de inwerkingtreding van artikel 17, eerste lid, van de Binnenvaartwet blijven de bepalingen gegeven bij of krachtens de Binnenschepenwet, zoals die luidden voor dat tijdstip, van toepassing.
Hoofdstuk 1 — Overgangsbepalingen
Artikel 15
Op een onderzoek als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de Binnenschepenwet, dat is gevorderd voorafgaande aan de inwerkingtreding van artikel 24, eerste lid, van de Binnenvaartwet, zijn de artikelen 25 en 26 van de Binnenschepenwet, zoals die luidden voor dat tijdstip, van toepassing.
Hoofdstuk 1 — Overgangsbepalingen
Artikel 16
Op een onderzoek als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Binnenschepenwet dat is aangevangen voorafgaande aan de inwerkingtreding van artikel 28, eerste lid, van de Binnenvaartwet, zijn de artikelen 21, 22, 23 en 26 van de Binnenschepenwet, zoals die luidden voor dat tijdstip, van toepassing.
Hoofdstuk 1 — Overgangsbepalingen
Artikel 17
Ten aanzien van aanvragen ter verkrijging van een certificaat van onderzoek, een meetbrief, een vaarbewijs, een medische verklaring, een verklaring met betrekking tot de vereiste kennis en bekwaamheid om een schip te voeren, een scheepsregistratienummer of een ontheffing op grond van respectievelijk de Binnenschepenwet, de Wet vervoer binnenvaart of de Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart, ingediend ten minste vier weken voor het tijdstip van inwerkingtreding van de desbetreffende artikelen van de Binnenvaartwet, blijft op de behandeling daarvan het recht zoals dat gold voor dat tijdstip van toepassing.
Hoofdstuk 1 — Overgangsbepalingen
Artikel 18
Indien tegen een besluit krachtens respectievelijk de Binnenschepenwet, de Wet vervoer binnenvaart of de Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart, voorafgaande aan de inwerkingtreding van de Binnenvaartwet, een bezwaar- of beroepschrift is ingediend, blijven op de behandeling daarvan de regelen bij of krachtens de Binnenschepenwet, de Wet vervoer binnenvaart en de Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart, zoals die luidden voor dat tijdstip, van toepassing.
Hoofdstuk 1 — Overgangsbepalingen
Artikel 19
Op rechtsgedingen, welke bij het in werking treden van de Binnenvaartwet aanhangig zijn, blijven ten aanzien van de rechterlijke bevoegdheid en van de rechtsvordering, zowel in eerste aanleg als in verdere instantie, de regelen bij of krachtens de Binnenschepenwet, de Wet vervoer binnenvaart en de Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart van toepassing, zoals deze gelden ten tijde van de inleidende dagvaarding.
Hoofdstuk 1 — Overgangsbepalingen
Artikel 20
Na inwerkingtreding van artikel 51, tweede lid, onderdeel a, van de Binnenvaartwet berust de Regeling tarieven scheepvaart 2005 mede op dat artikel.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van wetten
Artikel 21
Wijzigt de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van wetten
Artikel 22
Wijzigt de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van wetten
Artikel 23
Wijzigt de Vervoersnoodwet.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van wetten
Artikel 24
Wijzigt de Vervoersnoodwet.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van wetten
Artikel 24a
Wijzigt de Binnenschepenwet.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Hoofdstuk 2 — Wijziging van wetten
Artikel 25
Wijzigt de Wet op de economische delicten.
Hoofdstuk 2 — Wijziging van wetten
Artikel 26
Wijzigt de Wet tot wijziging van bepalingen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens.
Hoofdstuk 3 — Wijziging van de Binnenvaartwet
Artikel 26a
Wijzigt de Binnenvaartwet.
Hoofdstuk 3 — Wijziging van de Binnenvaartwet
Artikel 27
Wijzigt de Binnenvaartwet.
Hoofdstuk 3 — Wijziging van de Binnenvaartwet
Artikel 28
Wijzigt de Binnenvaartwet.
Hoofdstuk 3 — Wijziging van de Binnenvaartwet
Artikel 29
Wijzigt de Binnenvaartwet.
Hoofdstuk 3 — Wijziging van de Binnenvaartwet
Artikel 30
Wijzigt de Binnenvaartwet.
Hoofdstuk 3 — Wijziging van de Binnenvaartwet
Artikel 31
Wijzigt de Binnenvaartwet.
Hoofdstuk 3 — Wijziging van de Binnenvaartwet
Artikel 32
Wijzigt de Binnenvaartwet.
Hoofdstuk 3 — Wijziging van de Binnenvaartwet
Artikel 33
Wijzigt de Binnenvaartwet.
Hoofdstuk 3 — Wijziging van de Binnenvaartwet
Artikel 34
Wijzigt de Binnenvaartwet.
Hoofdstuk 4 — Slotbepalingen
Artikel 35
Ingetrokken worden:
a. de Binnenschepenwet;
b. de Wet vervoer binnenvaart;
c. de Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart.
Hoofdstuk 4 — Slotbepalingen
Artikel 36
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Hoofdstuk 4 — Slotbepalingen
Artikel 37
Deze wet wordt aangehaald als: Invoeringswet Binnenvaartwet.