wetzoeker

2.1. Inleiding Beleidsregels Humanitaire Hulp 2008

De Nederlandse humanitaire hulp streeft naar een optimale respons op crisissituaties. Hierbij wordt, zoals hierboven benoemd, een onderscheid gemaakt tussen chronische crisissituaties en acute crisissituaties. De Nederlandse humanitaire hulp bij chronische crisissituaties richt zich op een beperkt aantal landen en region’s

5 Afghanistan, Colombia, Ethiopië, Eritrea, Irak, Nepal, Noord Korea, Somalië, Sri Lanka, Sudan, Tsjaad, Uganda, Burundi, Democratische Republiek Congo, Noord-Kaukasus, Palestijnse gebieden en Zuidelijk Afrika.

. Het beleid voor deze crisissituaties en landen is verder uitgewerkt in de bijgevoegde annexen. Deze landenkeuze is mede bepaald op grond van de volgende overwegingen:

– Aard en stadium van het conflict (en eerdere Nederlandse betrokkenheid);

– VN-strategie en kwaliteit van het CAP;

– Omvang van de Nederlandse betrokkenheid in relatie tot de inzet van andere donoren;

– Duur van de Nederlandse steun in relatie tot de vooruitzichten op zelfredzaamheid van het desbetreffende land;

– Mogelijkheden voor parallelle inzet van politieke, militaire en andere middelen.

Regeling
Beleidsregels Humanitaire Hulp 2008
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
26-04-2008
BWB-id
BWBR0023791
Versie
2008-04-26_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl