1.3.1. Algemene criteria m.b.t. subsidieaanvragen Beleidsregels Humanitaire Hulp 2008
Voorstellen dienen ten minste aan onderstaande criteria te voldoen:
– De activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd dienen uiteraard te voldoen aan de in paragraaf 1.1 genoemde internationale humanitaire hulpprincipes en aan toepasselijke regelgeving met betrekking tot het verstrekken van subsidies (de Algemene wet bestuursrecht, de Kaderwet Subsidies Ministerie van Buitenlandse Zaken, het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006);
– De voorgestelde activiteiten hebben een looptijd van maximaal 24 maanden: uit Nederlandse humanitaire hulp fondsen worden geen projecten gesubsidieerd die naar hun aard structurele ontwikkelingshulp vormen. In de meeste gevallen is het mogelijk om voorstellen in te dienen met een looptijd van maximaal 24 maanden (zie hiervoor de annexen);
– Voorstellen bevatten een beknopte analyse van de noden en een duidelijk omschreven doelgroep;
– De beoogde activiteiten zijn gekoppeld aan duidelijk omschreven verwachte resultaten, doelen, instrumenten en indicatoren;
– Voorstellen hebben oog voor de zogenaamde ‘gap’-problematiek: het is van belang dat waar mogelijk een zo goed mogelijke overgang van acute noodhulp naar rehabilitatie wordt gemaakt en dat, eveneens waar mogelijk, aanknopingspunten voor wederopbouw worden geboden, overigens zonder dat dit automatisch subsidiëring van het vervolgtraject impliceert;
– In de landen die voorkomen op de lijst voor rehabilitatieactiviteiten in het kader van het Medefinancieringsstelsel (MFS)
2 www.minbuza.nl/nl/ontwikkelingssamenwerking/subsidies,medefinancieringsstelsel_xmfsx_2007_2010/index.html
en waar dergelijke activiteiten worden uitgevoerd, zal bijzondere aandacht worden geschonken aan de ‘gap-problematiek’;
– Een exitstrategie maakt deel uit van het projectvoorstel;
– Projectvoorstellen dienen aandacht te schenken aan de HIV/Aids-problematiek. Zie hiervoor ook de Guidelines for HIV/aids interventions in emergency settings van de Inter-Agency Standing Committee van de VN (IASC)
3 http://www.humanitarianinfo.org/iasc/content/products/docs/FinalGuidelines17Nov2003.pdf
;
– Projectvoorstellen dienen aandacht te hebben voor de problematiek van gender en seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SGRG). Zie ook hiervoor het IASC Gender Handbook for Humanitarian Action
4 http://ochaonline.un.org/AboutOCHA/GenderEquality/KeyDocuments/IASCGenderHandbook/tabid/1384/Default.aspx
.
– Een projectvoorstel bevat een duidelijke en sluitende begroting die gekoppeld is aan de activiteiten;
– In het budget kunnen slechts kosten worden opgenomen die direct zijn gerelateerd aan het project. Identificatiemissies ter verkenning van de noden komen niet voor subsidie in aanmerking;
– Met ingang van 2005 is het stramien voor indiening van voorstellen en rapportages aangepast. Voorstellen die niet of onvolledig aan deze herziene voorschriften voldoen, worden, met inachtneming van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht, niet in behandeling genomen. Ter onderstreping van dit punt is in 2006 een herziene editie van de bekende ‘Stroomlijningsnotitie’ beschikbaar gekomen. Deze notitie – met de nieuwe titel ‘Handleiding Humanitaire hulp’ – is als bijlage bij dit besluit gevoegd.
– Sinds 2006 geldt het vereiste van cofinanciering door ten minste één andere donor, of van een substantiële eigen bijdrage van de aanvragende organisatie aan het totale project- of programmabudget (in beide gevallen minimaal 20%).
- Regeling
- Beleidsregels Humanitaire Hulp 2008
- Soort
- Beleidsregel
- Geldend vanaf
- 26-04-2008
- BWB-id
- BWBR0023791
- Versie
- 2008-04-26_0