wetzoeker

Artikel 1 Regeling nadere beroepsvereisten rechterlijke ambtenaren bij het openbaar ministerie

In geval van toepasselijkheid van artikel 2a, vierde lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren dient voor een benoeming als rechterlijk ambtenaar, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 5° tot en met 7°, van de Wet op de rechterlijke organisatie, kennis van en inzicht in het strafrecht, met inbegrip van het strafprocesrecht, te zijn verkregen door het met goed gevolg afgelegd hebben van tentamens voor de volgende door een universiteit als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, aangeboden:

a. onderwijseenheden op het gebied van het strafrecht met een studielast van in totaal tenminste 10 studiepunten als bedoeld in artikel 7.4, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, en

b. onderwijseenheden op het gebied van het strafprocesrecht met een studielast van in totaal tenminste 10 studiepunten als bedoeld in artikel 7.4, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

Regeling
Regeling nadere beroepsvereisten rechterlijke ambtenaren bij het openbaar ministerie
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
24-09-2011
BWB-id
BWBR0023740
Versie
2011-09-24_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl