wetzoeker

Bibliotheek-regelgeving: Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Media, Letteren en Bibliotheken vanaf 1945 (Nederlands Literair Productie- en Vertalingenfonds)

Besluit Rijkssubsidievoorwaarden-1921 voor openbare bibliotheken, Stcrt. 1961, 20

Nadere voorwaarden als bedoeld in art. 7 lid 1 sub b der Rijkssubsidievoorwaarden-1921, Stcrt. 1961, 146

Wijziging art. 10 Rijkssubsidievoorwaarden-1921 voor openbare bibliotheken, Stcrt. 1972, 71

Wet op het openbare bibliotheekwerk Stb. 1975, 118

Wet op de bibliotheekraad Stb. 1975, 119

Instellingswet Raad van advies voor het bibliotheekwezen en de informatieverzorging (RABIN), Stb. 1987, 474

Welzijnswet, 14-2-1987, Stb. 73

Wet op het specifiek cultuurbeleid, 11-3-1993, Stb. 193, hoofdstuk IVA.

Deze wet delegeert het regelen van de subsidiëring aan de Kroon:

Bekostigingsbesluit cultuuruitingen Stb. 1994, 473

Welzijnswet 1994, 1994, Stb. 447.

Bij deze wet is de Welzijnswet gewijzigd in die mate, dat alleen de leenvergoedingsregelingen zijn gehandhaafd. In art. 14 C is de naam dan ook gewijzigd in Tijdelijke wet leenvergoeding, die ingevolge art. 14 B m.i.v. 1-1-1995 vervalt.

Aangezien nog geen definitieve wet totstandgekomen is, wordt de tijdelijke wet verlengd met een noodwetje.

Bij wet van 21-12-1995, Stb. 653 (de Wet op het verhuur- en leenrecht) komt hiervoor de aldus gewijzigde Auteurswet 1912 in de plaats, waarmee deze wet van toepassing is verklaard op het uitlenen van publikaties als bedoeld in art. 21 c van de Tijdelijke wet leenvergoeding.

Ten aanzien van het letterenbeleid bestaan/bestonden de volgende regelingen:

Tot 1992: Subsidiëring op individuele basis in de vorm van het toekennen van eregelden aan kunstenaars die hun talenten bewezen hadden maar van wie de opbrengsten (nog) dermate laag waren dat ze niet in hun levensonderhoud konden voorzien (Regeling Eregelden)

1965: oprichting van het Fonds voor de Letteren door de Minister van CRM bij notariële akte van 28 juli 1965.

(Acties van de kunstenaars om verbeteringen in hun sociaal-economische positie te brengen leidden in 1965 tot de oprichting van het Fonds voor de Letteren. De belangrijkste taken van het fonds zijn het verlenen van werkbeurzen en aanvullende honoraria en de uitvoering van de door OCenW gefinancierde Regeling Eregelden dat in 1992 in de plaats kwam voor het oude instituut van de eregelden.)

1981: Fondsenwet scheppende kunsten (Stb. 1981, 355): de Kroon kan de Minister machtigen een fonds op te richten ten behoeve van het bevorderen van scheppende kunsten.

1991: Besluit Nederlands Literair Productie- en Vertalingenfonds (Stb. 1991, 501).

1992: Subsidiëring van de door het Fonds voor de Letterkunde uitgevoerde Eregeldenregeling t.b.v. .

1993: Wet op het specifiek cultuurbeleid (Stb. 1993, 193)

Intrekking Fondsenwet scheppende kunsten.

Art. 12 Wet specifiek cultuurbeleid: de Stichting Fonds voor de letteren geldt als

fonds, opgericht op grond van de machtiging van art. 9 van de nieuwe wet.

1994: Bekostigingsbesluit Cultuuruitingen (art. 8 Wet Specifiek Cultuurbeleid)

Regeling
Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Media, Letteren en Bibliotheken vanaf 1945 (Nederlands Literair Productie- en Vertalingenfonds)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
30-03-2008
BWB-id
BWBR0023672
Versie
2008-03-30_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl