wetzoeker

5.1.17 De Nederlandse Omroep Stichting (NOS) (1967–1987) Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Media, Letteren en Bibliotheken vanaf 1945 (Nederlands Literair Productie- en Vertalingenfonds)

De handelingen van de Publieke Omroep in het bsd te vervallen.

Ingesteld bij wet van 1 maart 1967, Stb. 176; opgeheven bij de inwerkingtreding van de Mediawet.

De voorlopers van de NOS waren de Stichting ‘Nederlandse Radio Unie’ (NRU) (1965–1967 ) en de Nederlandse Televisie Stichting (NTS) (1955–1967 ). Beide waren opgericht bij notariële akte en hun taken waren geregeld in het Televisiebesluit van 1956 en het Radiobesluit van 1965. Opgeheven bij de inwerkingtreding van de Omroepwet.Van deze voorlopers zijn geen handelingen opgenomen

De Nederlandse Omroepprogramma Stichting (NOS) (1987–1994)

Bij wet van 21-4-1987 (Mediawet) genoemde opvolger van de Nederlandse Omroep Stichting, opgegaan in De Nederlandse Omroep Stichting (NOS) (1994– ) bij de gewijzigde Mediawet van 28-4-1994.

De primaire functie van de radio-, tv- en omroepstichtingen was en is het coördineren en regelen van alle omroepzaken die de aangesloten omroeporganisaties gemeen hebben en het namens de aangesloten omroeporganisaties optreden naar buiten.

Hierdoor kreeg de NRU/NTS/NOS een gemeenschappelijk, een nationaal karakter, waardoor deze zich bij uitstek leende voor bepaalde soorten programma’s die niet of minder pasten bij de verzuilde, sterk autonome afzonderlijke omroepen en daarop aanvullend waren. Bij de toewijzing van zendtijd werd hiermee ook rekening gehouden.

Was het aanvankelijk een samenwerkingsverband op vrijwillige basis op privaatrechtelijke grondslag, in de Omroepwet krijgt het samenwerkingsverband publiekrechtelijke trekken doordat het taken en bevoegdheden verwerft die een organisatie alleen door de wet kan verwerven.

In het Radio- en Televisiebesluit was daar al een begin mee gemaakt, zo konden de NTS en de NRU overeenkomsten sluiten over het uitzenden van programma’s en onkostenvergoedingen vaststellen voor zendtijdbezittende instellingen.

Aan de NOS worden door de Minister benoemingsbevoegdheden gedelegeerd en krijgt het taken en bevoegdheden die te onderscheiden zijn in het waken over het gemeenschappelijk belang van de omroepinstellingen en het vaststellen van algemene uitgangspunten, besluitvorming ten aanzien van coördinatie tussen de netten, zendtijdindeling, vaststellen van meerjarenplannen en het sluiten van overeenkomsten. De NOS bepaalt verder de tarieven voor het uitzenden van reclame in radio en televisie en draagt bij in de kosten van de door de Minister van OCenW betaalde vergoedingen aan diverse instellingen en activiteiten.

Ten slotte houdt de NOS toezicht op het interne beleid en de naleving van NOS-besluiten.

Regeling
Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Media, Letteren en Bibliotheken vanaf 1945 (Nederlands Literair Productie- en Vertalingenfonds)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
30-03-2008
BWB-id
BWBR0023672
Versie
2008-03-30_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl