4.5 Radio, televisie en pers Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Media, Letteren en Bibliotheken vanaf 1945 (Nederlands Literair Productie- en Vertalingenfonds)
1951–1965
De afdeling Radio, Televisie en Pers (RTP) bestaat uit:
1. het bureau Radio en Televisie, met als taak het voorbereiden en uitvoeren van wettelijke regelingen op het gebied van de radio-omroep en de televisie – met uitzondering van de zendertechniek –, het behartigen van de belangen ervan en het onderhouden van het contact met de radio-omroep- en televisie-instanties;
2. het bureau Pers, dat als taak heeft het onderhouden van het contact tussen de regering en de Persraad (later ook met andere instellingen op het terrein van de pers) benevens de voorbereiding en uitvoering van wettelijke regelingen op het gebied van het Perswezen.
In 1954 lijkt de verdeling in bureaus weer te zijn opgeheven, om in 1957 weer terug te keren in gelijknamige onderafdelingen. De taak van de eerste onderafdeling wordt uitgebreid met het algemeen en het financieel toezicht op de televisie.
Vanaf 1955 wordt de platte organisatie weer verlaten en komt de afdeling RTP te vallen onder het Directoraat-generaal voor de Kunsten en de buitenlandse culturele betrekkingen en vanaf 1960 onder het DG voor de Volksontwikkeling, overigens zonder taakwijzigingen.
Naast de al bestaande Radioraad en de Persraad komt ook de Dienst van de Regeringscommissaris voor het Radiowezen binnen het werkveld van de afdeling te liggen.
1965–1988
In 1965 gaat de afdeling ongewijzigd over naar het nieuwe Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk.
Daar maakt zij deel uit van het Directoraat-generaal voor de Volksontwikkeling en (Openlucht)recreatie.
Het belang en de omvang van het werkterrein nemen zienderogen toe en na een korte overstap in 1966 als hoofdafdeling krijgt zij in 1969 de ‘status’ van directie.
De directie RTP bestaat dan uit de hoofdafdeling Omroepzaken met de afdelingen juridische omroepzaken, financiële en technische omroepzaken en zendtijd en algemene omroepzaken en de afdeling Perszaken. Eerstgenoemde hoofdafdeling wordt in 1974 de afdeling Algemene Beleidsontwikkeling. Taken zijn het behandelen van vraagstukken en het voorbereiden en uitvoeren van regelingen op het gebied van de omroep (met uitzondering van de zendertechniek) alsmede het algemene en financiële toezicht op radio en televisie. In 1974 wordt de taak ruimer geformuleerd en heeft de afdeling tot taak het algemene beleid op het gebied van de massamedia te ontwikkelen, voorts het behandelen van algemene vraagstukken, het bevorderen en begeleiden van wetenschappelijk onderzoek en het deelnemen aan internationaal overleg.
De afdeling juridische omroepzaken heeft naast de nationale regelingen op het gebied van de massamedia, bemoeienis met aangelegenheden die verband houden met internationale verdragen. Voorts behandelt zij beroeps- en bezwaarschriften.
Het takenpakket van de afdeling financiële en technische (omroep)zaken omvat het financiële beleid inzake de massamedia, behandeling van zaken op het gebied van zender- en studio-opbouw, kleurentelevisie, satelliettelevisie en draadomroep.
De afdeling zendtijd en algemene (omroep)zaken houdt zich bezig met het beleid inzake de verdeling en het gebruik van de zendtijd en van de draadomroep, educatieve en regionale omroep, het (repressieve) toezicht op de inhoud van de uitzendingen en de behandeling van klachten en verzoeken om inlichtingen.
De afdeling perszaken ten slotte behandelt vraagstukken en bereidt regelingen voor op het gebied van het perswezen.
Diverse adviesraden, overlegorganen en omroeporganisaties bestaan op dat moment of zijn inmiddels ontstaan:
de Regeringscommissaris voor de omroep, de Omroepraad, de Nederlandse Omroepstichting, de Programmaraad voor de radio en de programmaraad voor de televisie, de programmacoördinatiecommissies voor de radio en voor de televisie, de Stichting Radio Nederland Wereldomroep, de Reclameraad, de Stichting Etherreclame (STER), de Persraad en het Bedrijfsfonds voor de Pers.
Terwijl het bovenliggende directoraat-generaal enige malen van naam verandert (1976: Natuurbehoud, recreatie en media; 1981: Recreatie en media; 1984: Culturele Zaken) blijft de directie RTP van naam en interne organisatie ongewijzigd tot 1988.
Het DGCZ ging in 1984 bij een departementale herindeling op in het Ministerie van WVC. WVC ontstond door een samenvoeging van het Ministerie van CRM met het DG Volksgezondheid en Milieuhygiëne. Op 1 januari 1985 werd formeel de directie RTP aan het DGCZ toegevoegd. Van dat DGCZ maakten de sectoren Kunsten, MMA en IB al eerder deel uit. Als reden voor het onderbrengen van de directie RTP bij het DGCZ in 1985 werd genoemd de vergroting van de samenhang tussen mediabeleid en cultuurbeleid.
2 Notitie Cultuurbeleid, TK 1984–1985, 18990, nrs 1–2, p. 25.
In 1988 gaat de afdeling op in de nieuwe afdeling Media, Letteren en Bibliotheken, zoals zij tot op de dag van vandaag, zij het vanaf 1994 als onderdeel van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, nog bestaat.
- Regeling
- Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Media, Letteren en Bibliotheken vanaf 1945 (Nederlands Literair Productie- en Vertalingenfonds)
- Soort
- Archiefselectielijst
- Geldend vanaf
- 30-03-2008
- BWB-id
- BWBR0023672
- Versie
- 2008-03-30_0