wetzoeker

3.1 MLB Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Media, Letteren en Bibliotheken vanaf 1945 (Nederlands Literair Productie- en Vertalingenfonds)

Het institutioneel onderzoek voor de beleidsterreinen media, letteren en bibliotheken, dat aan dit BSD ten grondslag ligt, beperkt zich in het overheidshandelen tot de wetgeving en het beleid uit de periode 1945–1999. Vanaf 1988 zijn deze beleidsterreinen aan één – gelijknamige – directie toevertrouwd. Vóór die tijd nam organisatorisch gezien niet alleen het mediabeleid een aparte plaats in ten opzichte van het letteren- en bibliotheekbeleid, maar hadden deze laatste twee beleidsterreinen zelf ook geheel gescheiden invalshoeken, namelijk de culturele aan de ene kant en de sociaal-culturele, vanuit het vormings- en ontwikkelingswerk, aan de andere.

Deze gescheiden ontwikkeling is vanuit wet- en regelgevingsoptiek natuurlijk niet van de ene op de andere dag, in 1988, teniet gedaan. De Mediawet en de Welzijnswet die de grondslag vormden voor het openbare bibliotheekwerk waren net, in 1987, in werking getreden en de steunverlening aan de letteren ging op de oude voet verder. Maar waar het letteren- en bibliotheekbeleid steeds meer raakvlakken gingen vertonen, afgezien van misschien al een zekere natuurlijke verwantschap, bleven de media toch een geheel eigen plaats innemen.

De Mediawet is met de daaruit voortvloeiende besluiten een allesomvattend stuk wetgeving die het gehele mediaveld bestrijkt. Dit zijn de persmedia (kranten, nieuwsbladen en tijdschriften) en de omroepmedia (radio en televisie). Hieronder worden tevens verstaan: nieuwe technieken voor de productie en distributie van – vooral elektronische – informatie.

In art. 1b van de Mediawet wordt dit kort en goed omschreven als: ‘alle gedrukte en elektronische vormen van massacommunicatie’.

In de Mediawet is vroegere regelgeving op deelterreinen is samengebracht.

Letteren en bibliotheken ontmoeten elkaar vooral op het stuk van de leenvergoeding die voor het eerst in de Welzijnswet van 1987 wordt geregeld. Via de Tijdelijke wet leenvergoeding komt deze regeling in 1995 in de Auteurswet 1912.

Overigens blijft de ondersteuning van de letteren als één van de scheppende kunsten geregeld in de Fondsenwet scheppende kunsten en vervolgens in de Wet specifiek cultuurbeleid.

Alles bijeengenomen was in het institioneel onderzoek niet te ontkomen aan een aparte behandeling van de media enerzijds en letteren en bibliotheken anderzijds.

De ontwikkelingen op het gebied van de media gaan sneller en zijn complexer dan die bij de andere deelbeleidsterreinen. Dit heeft ook gevolgen voor het tempo van de aanpassingen die nodig zijn op de beleidsterreinen media enerzijds en letteren en bibliotheken anderzijds vanaf 2000.

De instituties op het terrein van de media, letteren en bibliotheken die onderwerp van onderzoek zijn geweest, zijn beperkt tot overheidsinstellingen en de instellingen of personen aan wie een overheidstaak is toebedeeld. Dit zijn bijvoorbeeld door de overheid ingestelde rechtspersonen met een privaatrechtelijke rechtsvorm (bv. een stichting) alsmede de personen die namens deze optreden.

Buiten beschouwing blijven, ten aanzien van de media, de omroepverenigingen en -stichtingen gezien het overwegend privaatrechtelijk karakter ervan, gelet op de wijze van ontstaan en de taak die hen is toebedeeld.

Regeling
Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Media, Letteren en Bibliotheken vanaf 1945 (Nederlands Literair Productie- en Vertalingenfonds)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
30-03-2008
BWB-id
BWBR0023672
Versie
2008-03-30_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl