wetzoeker

Doelstellingen van de overheid op het beleidsterrein Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Vermogensrecht vanaf 1945 (Minister van Verkeer en Waterstaat)

Zoals hierboven beschreven is, was het nieuwe Burgerlijk Wetboek in 1992 voor het grootste gedeelte ingevoerd. Dit NBW is het resultaat van een omvangrijk wetgevingsproject dat op 25 april 1947 van start is gegaan toen E.M.Meijers bij Koninklijk Besluit de opdracht kreeg een nieuw Burgerlijk Wetboek te ontwerpen, dat het oude van 1838 diende te vervangen

1 Brahn/Reehuis (2007), Zwaartepunten van het vermogensrecht: 5.

. Een dergelijke hercodificatie was noodzakelijk geworden omdat de wetstekst inmiddels overschaduwd werd door de jurisprudentie

2 Hallebeek (2006), Fons et origo iuris. Een historische inleiding tot het vermogensrecht: 285–286.

en aanzienlijk verouderd was

3 Hartkamp (2002), Aard en opzet van het nieuwe vermogensrecht: 7.

. De overheid wilde met de hercodificatie ook het burgerlijk recht overzichtelijker, minder ingewikkeld en beter kenbaar maken

4 Hartkamp (2002), Aard en opzet van het nieuwe vermogensrecht: 8, 31.

.

Van overheidswege is het handelen op het beleidsterrein vermogensrecht er op gericht de kwaliteit van de wetgeving en een grote rechtszekerheid te waarborgen. Hierbij wil het Rijk het algemeen belang en de sociaal en economisch zwakkeren beschermen

5 Hartkamp (2002), Aard en opzet van het nieuwe vermogensrecht: 38.

.

De laatste decennia wordt het Nederlandse vermogensrecht geconfronteerd met een verregaande digitalisering; de overheid houdt zich bijvoorbeeld bezig met de vraag in hoeverre het vermogensrecht ook toepasbaar is in een elektronische omgeving

6 Bron: www.justitie.nl, Nota Wetgeving voor de elektronische snelweg (1998).

. De overheid stelt zich hierbij tot doel om in de elektronische omgeving dezelfde bescherming en rechtszekerheid te bieden als in de traditionele omgeving.

Het is, met het oog op de ontwikkeling van de elektronische handel, belangrijk om na te gaan of de bestaande wettelijke regelingen (bijvoorbeeld die van het contractenrecht) toegepast kunnen worden in een elektronische omgeving. De toepassing van moderne communicatietechnieken kan tenslotte worden belemmerd door geldende regels op het gebied van vermogensrecht (zoals de rechtsgeldigheid van verbintenissen, (verzending van) verklaringen, bewijsrecht en op afstand gesloten overeenkomsten).

De regelgeving met betrekking tot vermogensrecht is echter technologie-onafhankelijk en het hoge abstractieniveau staat de (verdere) ontwikkeling van het vermogensrechtelijke elektronisch rechtsverkeer niet in de weg.

Daarnaast wordt het vermogensrecht geconstitutionaliseerd

7 Bron: www.law.leidenuniv.nl/onderzoek/onderzoeksprogrammas/vraagstukkenvermogensrecht.jsp

(vooral door de instelling van transnationale, Europese verdragen) en moet Nederlandse regelgeving op het gebied van het vermogensrecht gewijzigd of ingetrokken worden. De overheid probeert waar mogelijk versnippering van het vermogensrecht te voorkomen.

Tot slot moet gemeld worden dat, sinds de invoering van het nieuwe Burgerlijk Wetboek in 1992, veel nieuwe richtlijnen zijn verschenen: oneerlijke contractsbedingen, koop van timeshares, e-commerce en consumentenkoop.

Regeling
Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Vermogensrecht vanaf 1945 (Minister van Verkeer en Waterstaat)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
27-03-2008
BWB-id
BWBR0023651
Versie
2008-03-27_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl