wetzoeker

Definitie en afbakening van het beleidsterrein Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Vermogensrecht vanaf 1945 (Minister van Verkeer en Waterstaat)

Binnen het recht wordt onderscheid gemaakt tussen publiek- en privaatrecht. Publiekrecht regelt de inrichting van de staat en de staatsorganen en de verhouding tussen de overheid en haar burgers. Tot het publiekrecht behoort het staatsrecht, administratief recht of bestuursrecht, het strafrecht en het belastingrecht.

Het privaatrecht regelt de rechtsbetrekkingen tussen de burgers onderling. Het geeft hun de vrijheid, binnen het kader van dwingend voorgeschreven rechtsregels, hun eigen rechtsbetrekkingen gestalte te geven. Het privaatrecht is eerst en vooral in het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Koophandel te vinden. Deze twee wetboeken behandelen ook het vermogensrecht.

In Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek wordt van vermogensrechten de volgende definitie gegeven:

Rechten die, hetzij afzonderlijk hetzij tezamen met een ander recht, overdraagbaar zijn, of er toe strekken de rechthebbende stoffelijk voordeel te verschaffen, ofwel verkregen zijn in ruil voor verstrekt of in het vooruitzicht gesteld stoffelijk voordeel, zijn vermogensrechten. (Burgerlijk Wetboek Boek 3, art. 6) .

Met andere woorden: het vermogensrecht zoekt naar antwoorden op de vraag wie aanspraak kan maken op het bezit, het gebruik of genot van zaken, tegen een bepaalde vergoeding of compensatie in allerlei vormen.

Het vermogensrecht wordt zoals gezegd behandeld in het Burgerlijk Wetboek. Ons Burgerlijk Wetboek geldt sinds 1838. In 1947 is een begin gemaakt met vernieuwing van dit wetboek. Vanaf 1januari 1989 werd het vermogensrechtelijke deel van het nieuwe Burgerlijk Wetboek (NBW) in gedeelten geïntroduceerd. Op 1april 1991 is Boek 8 van kracht geworden. Per 1 januari 1992 zijn de Boeken 3, 5, 6 en 7 helemaal in werking getreden. Pas op 1januari 2003 is Boek 4 in werking getreden. Deze introductie in gedeelten verklaart ook waarom er bij sommige handelingen sprake is van een afwijkende periodisering.

Nu wordt het vermogensrecht behandeld in Boek 3 t/m 8. De titels van deze Boeken luiden als volgt:

– Boek 3: Vermogensrecht in het algemeen

– Boek 4: Erfrecht

– Boek 5: Zakelijke rechten

– Boek 6: Algemeen gedeelte van het verbintenissenrecht

– Boek 7: Bijzondere overeenkomsten

– Boek 7A: Bijzondere overeenkomsten; vervolg

– Boek 8: Verkeersmiddelen en vervoer

Behalve het Burgerlijk Wetboek ligt aan de handelingen in dit BSD nog andere regelgeving ten grondslag. Het is voornamelijk regelgeving die voortkomt uit het Burgerlijk Wetboek, zoals de Wet commissies standaardregelingen en regelgeving die aan het Burgerlijk Wetboek aanverwant is, zoals de Wet op het Consumentenkrediet.

Ook in het Wetboek van Koophandel wordt het vermogensrecht dus behandeld. Dit Wetboek, dat sinds 1838 van kracht is, bestaat uit twee Boeken. De titels hiervan luiden:

– Boek 1: Van den koophandel in het algemeen

– Boek 2: Van den regten en verpligtingen uit scheepvaart voortspruitende.

Alle handelingen met betrekking tot de scheepvaart zijn echter opgenomen in een afzonderlijk RIO, De stuurlui aan wal.

In onderliggend BSD wordt getracht een zo compleet mogelijk overzicht te geven van alle handelingen van de overheid op het beleidsterrein vermogensrecht, binnen het beleidsterrein privaatrecht. (Publieksrechtelijk vermogensrecht bestaat ook, maar valt buiten het bestek van dit document.)

De grenzen van het beleidsterrein vermogensrecht zijn niet duidelijk aan te geven. Sommige onderwerpen liggen namelijk op een grensgebied van twee of meer terreinen, bijvoorbeeld vermogensrecht en familierecht (huwelijksvermogensrecht). Men heeft bij het rapport institutioneel onderzoek steeds afgewogen of een bepaalde handeling uit zo’n grensgebied al of niet in het onderzoek werd opgenomen op basis van het gegeven of een dergelijke handeling reeds in een ander onderzoek aan bod was gekomen. Er bestaan namelijk voor een groot aantal deelbeleidsterreinen of rechtsgebieden van vermogensrecht andere Rapporten Institutioneel Onderzoek.

Voor een overzicht van deze grensgebieden van het vermogensrecht en de rapportages die hierover zijn gemaakt verwijzen wij dan ook naar het RIO ‘(Z)onder voorwaarden’.

In dit BSD is de indeling en volgorde van handelingen uit het RIO aangehouden. Deze volgorde is als volgt te verklaren; de plekken waar de handelingen in het Burgerlijk Wetboek te vinden zijn, liggen zo ver uit elkaar dat een onderlinge samenhang in de meeste gevallen ontbreekt. Om toch enige lijn in de volgorde van de handelingen te kunnen blijven zien, zijn ze in grofweg dezelfde volgorde opgesteld, waarin ze ook in het Burgerlijk Wetboek voorkomen. Van deze hoofdindeling is afgeweken, wanneer er wel onderlinge samenhang tussen handelingen bleek te bestaan.

Zoals hierboven bleek is de belangrijkste bron voor dit deelbeleidsterrein het Burgerlijk Wetboek in de huidige vorm. Daarin staan voornamelijk rechten van burgers beschreven. Een Rapport Institutioneel Onderzoek en dit bijbehorende BSD richt zich echter op het handelen en de bevoegdheden van de overheid. Dat aspect komt in het Burgerlijk Wetboek minder aan bod. Het aantal handelingen dat in dit rapport is opgenomen, is mede om die reden zeer beperkt, hoewel het beleidsterrein vermogensrecht een groot aantal onderwerpen omvat. Het aantal handelingen wordt tevens beperkt, doordat er in het RIO ‘(Z)onder voorwaarden’ zoveel mogelijk naar andere RIO’s wordt doorverwezen om doublures te voorkomen.

Regeling
Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Vermogensrecht vanaf 1945 (Minister van Verkeer en Waterstaat)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
27-03-2008
BWB-id
BWBR0023651
Versie
2008-03-27_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl