wetzoeker

2.5.4 Taken 1997– Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Letteren vanaf 1965 (Stichting fonds voor de Letteren)

Het jaar 1997 markeert een omslag. Niet alleen werd, zoals eerder vermeld, de organisatie van het fonds ingrijpend veranderd, maar ook het oude subsidiegebouw stond ter discussie.

In 1997 begonnen de eerste discussies over het subsidiesysteem in het bestuur.

In 2001 werd het subsidiegebouw ingrijpend gewijzigd. Het fondsbestuur constateerde dat het gevoerde subsidiebeleid in de praktijk te weinig sturend was en te weinig mogelijkheden bood aan talentvolle nieuwe auteurs en vertalers. De bestaande kernregelingen werden omgevormd tot regelingen met een projectmatige aanpak. Om ruimer in kwalitatief hoogwaardige literaire projecten te kunnen investeren met hogere bedragen, werd vanaf 2001 gekozen voor één subsidiestroom: de werkbeurs. De rol van het fonds als ‘passieve subsidieverstrekker’ behoorde tot het verleden. Het fonds ontwikkelde zich als beleidsmaker.

Kernactiviteit van het fonds is het verstrekken van werkbeurzen, stimuleringssubsidies en reis- en verblijfsbeurzen aan beginnende en ervaren auteurs in alle genres.

In de beleidsnota 2002–2004 Het gaat om kwaliteit werden diverse beleidsinitiatieven gepresenteerd.

Nieuwe initiatieven werden ontwikkeld met collega-fondsen en andere instellingen.

39 Beleidsnota 2005–2008 van het bestuur van het Fonds voor de Letteren, Kwaliteit kost geld, blz. 8–9.

In 1998 werd het Bert Schierbeekfonds (BSF) door het Fonds voor de Letteren in aanwezigheid van Thea en Michiel Schierbeek, de echtgenote en zoon van de in 1996 overleden dichter, opgericht. Het BSF wordt beheerd als zelfstandig onderdeel van het Fonds voor de Letteren. Het BSF geeft bijzondere literaire projecten die door overheidssubsidies niet bediend kunnen worden een kans, maar is daarbij afhankelijk van anderen – particulieren, stichtingen en bedrijven – die ook zélf mooie literaire projecten een kans willen geven. Plannen, ideeën, worden op vlieghoogte gebracht met steun van het BSF om vervolgens op eigen kracht of met structurele overheidssubsidie verder te gaan.

Vanaf 1998 werken het Nederlands Literair Productie- en Vertalingenfonds (NLPVF) en het Fonds voor de Letteren aan een gezamenlijk ‘Intercultureel letterenbeleid’ om de publicatiemogelijkheden te vergroten voor auteurs uit niet-westerse landen die in Nederland wonen en werken. Het NLPVF stelt de uitgevers voor de eerste twee publicaties van een auteur stimuleringssubsidies in het vooruitzicht, als tegemoetkoming in de vertaalkosten.

In 2003 presenteerde het fonds de beleidsnota 2005–2008 Kwaliteit kost geld. De beleidsnota was een logisch vervolg van de beleidsvoornemens die in de beleidsnota Het gaat om kwaliteit aan de orde kwamen. Het fonds wilde nieuwe activiteiten ontwikkelen. Het gaat daarbij om themabijeenkomsten en manifestaties over beleid, deskundigheidsbevordering van literaire vertalers (Steunpunt Literair Vertalen), specifiek beleid voor de Friese literatuur en literatuur in Nederlandse gebarentaal.

40 Ibidem, blz. 32–35.

In de periode 2003-2005 subsidieerde het Fonds voor de Letteren in een samenwerkingsproject – Fryske Modernen – dat zich inzet voor de bevordering van Friestalige literatuur. Het doel van het project is het verbeteren van het schrijf- en leesklimaat in Friesland. De adviezen over dit project werden uitgebracht door een gezamenlijke adviescommissie Fries van het Fonds voor de Letteren en het NLPVF.

Regeling
Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Letteren vanaf 1965 (Stichting fonds voor de Letteren)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
14-03-2008
BWB-id
BWBR0023600
Versie
2008-03-14_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl