wetzoeker

2.5.2.2 Samenstelling en werkwijze 1965–1993 (deel 1) Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Letteren vanaf 1965 (Stichting fonds voor de Letteren)

Het bestuur bestond uit 9 à 10 leden.

17 Bij beschikking van 3 september 1965 van de minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk (CRM).

Alle bestuursleden werden benoemd door de minister van Cultuur. De voorzitter van de Vereniging van Letterkundigen en de voorzitter van de Afdeling Letteren van de Raad voor de Kunst werden ‘qualitate qua’ benoemd. Zes leden werden uit voordrachten benoemd. Twee leden uit voordracht van de Raad voor de Kunst; twee leden uit voordracht van de Vereniging van Letterkundigen; één lid uit voordracht van de Koninklijke Nederlandse Uitgeversbond en één lid uit voordracht van de Vereniging tot Bevordering van de Belangen des Boekhandels. Alle voordrachten geschiedden door middel van dubbeltallen. De voorzitter werd benoemd door de minister van Cultuur uit een voordracht van twee personen, opgemaakt door de bestuursleden van de stichting.

18 Statuten Stichting Fonds voor de Letteren, art. 5. gewijzigd bij notariële akte van 27 april 1971.

Een ambtenaar van het departement werd door de minister benoemd als bestuurslid, tevens secretaris-penningmeester van de stichting.

19 Statuten Stichting Fonds voor de Letteren, art. 6.

Het aantal bestuursleden is in de loop der jaren uitgebreid. Schrijvers en vertalers vormen nog steeds de meerderheid van het bestuur. In 1971 werden de statutair beschikbare bestuurszetels voor de Koninklijke Nederlandse Uitgeversbond en de Vereniging tot Bevordering van de Belangen van de Boekhandel opgeheven.

20 Statuten Stichting Fonds voor de Letteren van 27 april 1971, art. 5.

Het bestuur van het fonds had de bevoegdheid zich bij de uitvoering van zijn taak te laten bijstaan door de deskundigen.

21 Statuten (1965) Stichting Fonds voor de Letteren, art. 8.

Deze deskundigen (Commissies van advies) werden ingezet ter beoordeling van voor aanvullende honorering ingezonden werken op het terrein van proza, poëzie, literaire essays, toneelstukken en kinder- en jeugdboeken.

Een Huishoudelijk Reglement werd door het bestuur in 1965 niet nodig geacht.

22 Notulen van het bestuur van het Fonds voor de Letteren van 3 januari 1967.

Twintig jaar later werd alsnog een Huishoudelijk Reglement opgesteld. In 1987 werd de definitieve versie van het reglement door het bestuur aangenomen.

23 Huishoudelijk Reglement vastgesteld in de bestuursvergadering van 17 september 1987. Goedgekeurd door de minister van WVC bij brief van 2 februari 1988.

Tot 1978 had het fonds zijn domicilie in (Rijswijk) Den Haag. In 1978 nam het Fonds voor de Letteren zijn intrek in Het Schrijvershuis te Amsterdam.

Bij oprichting van het Fonds voor de Letteren in 1965 werden de secretariaatswerkzaamheden verzorgd door ambtenaren van de Afdeling Toneel en Letteren van de Directie Kunsten van het Ministerie van CRM onder supervisie van J. Hulsker, directeur-generaal voor Culturele Zaken, tevens bestuurslid en penningmeester van het fonds. De directe betrokkenheid van ambtenaren bij de werkzaamheden van het fonds deed afbreuk aan zijn zelfstandigheid. In 1974 kreeg het fonds zijn eigen secretariaat, dat rechtstreeks onder de verantwoordelijkheid viel van het bestuur.

24 Jaarverslag Fonds voor de Letteren over de jaren 1973–1974.

In hetzelfde jaar besloot het fondsbestuur een Dagelijks Bestuur te vormen, bestaande uit de voorzitter, de penningmeester en de secretaris.

De statuten van het Fonds voor de Letteren zijn meermaals gewijzigd. De meeste wijzigingen bevatten kleine aanpassingen van de statuten uit 1965 betreffende de bestuurssamenstelling. Eén uitzondering vormt de statutenwijziging van 1997, waarin de bestuurs- en adviesstructuur van het fonds volledig werd herzien.

25 Statutenwijzigingen Stichting Fonds voor de Letteren: 27 april 1971; 4 mei 1982; 6 mei 1985; 24 juli 1986, 16 mei 1988, 6 oktober 1993 en 22 april 1997 en 3 december 2001.

In 1981 kwam binnen het bestuur van het fonds de discussie op gang de mogelijkheden van een beroepsregeling te onderzoeken. Voordien was er geen beroepsmogelijkheid. De AROB-rechter achtte klachten tegen de besluiten van het fonds niet-ontvankelijk. Wat restte was de gang naar de burgerlijke rechter.

Een commissie, ingesteld door het bestuur in 1982, kreeg de taak een juridisch sluitende beroepsregeling voor schrijvers en vertalers te ontwerpen. Op 8 november 1982 hechte de minister van Cultuur (WVC) zijn voorlopige goedkeuring aan het Reglement tot instelling van een Commissie van Beroep. In 1984 werd de beroepsregeling van kracht.

26 Jaarverslag Fonds voor de Letteren 1984. Zie ook de notulen van de vergadering van het Bestuur van het fonds van 15 december 1982. Beroepsreglement als bedoeld in artikel 19 van het Huishoudelijk Reglement, vastgesteld door het bestuur in zijn vergadering van 15 december 1982 en goedgekeurd door de minister van Cultuur (WVC) op 8 november 1983; gewijzigd door het bestuur in zijn vergadering van 17 september 1987 en goedgekeurd door de minister van Cultuur op 2 februari 1988.

De commissie besliste bij wege van bindend advies over geschillen tussen het fondsbestuur en aanvragers van werkbeurzen, aanvullende honoraria, literaire vertalingen, reisbeurzen, debutantenbeurzen en opdrachten.

27 Beroepsreglement, art. 3.

Met de inwerkingtreding van de Wet op het specifiek cultuurbeleid (1993) en de Algemene wet bestuursrecht is er sprake van een wettelijk geregelde beroepsgang met betrekking tot de besluiten van het fonds. De Commissie van Beroep werd opgeheven. Het bestuur besloot de eigen beroepsmogelijkheid uit de statuten te schrappen en in plaats daarvan een herzieningsregeling geënt op de bezwaarregeling van de Algemene wet bestuursrecht op te nemen.

28 Statuten 1992, art. 10 lid 3.

Het Fonds voor de Letteren kiest niet voor een externe bezwaarschriftencommissie, maar voor een interne ‘hoorvoorziening’, uitgevoerd door de bestuurders en/of directeur en juridisch beleidsmedewerker.

In het advies De bomen en het bos van de Raad voor de Kunst (1990) adviseerde de raad om de incidentele- en projectsubsidieverlening op het terrein van cultuur onder te brengen in fondsen. De raad wees in zijn advies op de nadelige gevolgen van schaalvergroting en bureaucratisering rondom de incidentele subsidieverlening. Bij het afstoten van deze vorm van subsidiering zou de minister alleen verantwoordelijk worden voor de hoofdlijnen van het cultuurbeleid, maar over de afzonderlijke, in wezen artistieke beslissingen, geen verantwoording meer hoeven af te leggen. Naar aanleiding van dit advies besloot de minister van Cultuur de werkingssfeer van de Fondsenwet scheppende kunsten (1981) uit te breiden tot het gehele terrein van het cultuurbeleid. Het kunstenveld juichte de fondsenconstructie toe, aangezien de mogelijkheden tot bescherming van de eigen sectorale belangen in de fondsen eerder toenam dan afnam.

29 Roel Pots, Cultuur, koningen en democraten: Overheid en cultuur in Nederland, Nijmegen, (2000), blz. 327–329.

De ministeriële verantwoordelijkheid voor de hoofdlijnen van beleid kreeg gestalte in artikel 10 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid. Deze wet biedt de minister van Cultuur de mogelijkheid om namens de Staat tot oprichting over te gaan van fondsen die ten doel hebben het instandhouden, het ontwikkelen en het spreiden van een of meer cultuuruitingen te bevorderen door financiële bijdragen ter beschikking te stellen.

30 Met de invoering van de Wet op het specifiek cultuurbeleid werd Fondsenwet bij wet van 11 maart 1993 (Stb. 1993/193) ingetrokken.

De zeggenschap van de minister beperkt zich in het algemeen tot het vaststellen van de statuten en de reglementen, die de procedures van de subsidietoekenning beschrijven en het benoemen van bestuursleden. Met de invoering van de Wet op het specifiek cultuurbeleid (1993) kreeg de oprichting van cultuurfondsen een wettelijke basis en werd het bestuur van het Fonds voor de Letteren aangemerkt als zelfstandig bestuursorgaan (ZBO).

Regeling
Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Letteren vanaf 1965 (Stichting fonds voor de Letteren)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
14-03-2008
BWB-id
BWBR0023600
Versie
2008-03-14_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl