wetzoeker

De doelstelling(en) van de overheid op het beleidsterrein Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Gerechtsdeurwaarders vanaf 1945 (Minister van Economische Zaken)

De deurwaarder is van oudsher dienaar van de rechter geweest. Een van zijn taken bestond uit het handhaven van de orde en rust op de terechtzitting (deurwaarder = deurbewaarder). Andere oude taken zijn het oproepen van personen om voor de rechter te verschijnen en de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen. Daarnaast trad de deurwaarder op als bode van partijen. De benaming ‘deurwaarder’ wordt gebruikt voor verwante maar verschillende beroepsgroepen. Zo zijn er bijvoorbeeld belastingdeurwaarders, bij de belastingdienst werkzame ambtenaren die zijn belast met de invordering van belastingschulden. Hun taak bestaat in hoofdzaak uit het behandelen van dwangbevelen die door de ontvanger zijn uitgevaardigd. Ook gemeenten en waterschappen stellen ambtenaren als deurwaarder aan voor de uitvoering van incassotaken. Deze beroepsgroep staat echter los van die van de gerechtsdeurwaarders. Voor zover hierna de term deurwaarder wordt gebruik, wordt steeds de gerechtsdeurwaarder bedoeld.

De gerechtsdeurwaarder is zowel openbaar ambtenaar als ondernemer; hij oefent zowel ambtelijke als niet-ambtelijke taken uit. De gerechtsdeurwaarder wordt sinds 1960 door de Kroon benoemd. Voordien was de Minister van Justitie bevoegd tot benoeming. De goedkeuring van de aanstelling van toegevoegd kandidaat-deurwaarders en de benoeming van waarnemend deurwaarders (zie hierna) bleef berusten bij de Minister van Justitie. De gerechtsdeurwaarder mag zijn werkzaamheden pas aanvangen nadat hij is beëdigd. In verband met het tweeledige karakter van zijn ambt kan de gerechtsdeurwaarder zowel civiel- als publiekrechtelijk ter verantwoording worden geroepen.

Het deurwaardersambt was vanaf 1934 geregeld bij het Deurwaardersreglement (Stb. 1934, 598) dat met enkele wijzigingen tot 1960 van kracht bleef. In 1960 werd het deurwaardersreglement gewijzigd en opnieuw vastgesteld (Stb. 1960, 562). De omstandigheden waaronder de deurwaarder zijn werkzaamheden verrichtte en zijn takenpakket waren echter aan snelle verandering onderhevig. De in veel opzichten nog op de negentiende-eeuwse situatie gebaseerde regelgeving bleek daarom al spoedig voor herziening vatbaar. In 1991 werd een wetsontwerp ingediend voor een Gerechtsdeurwaarderswet (TK 1991–92, 22 775, nrs. 1–3). Het zou echter nog tien jaar duren voordat de Gerechtsdeurwaarderswet (Stb. 2001, 70) in werking trad.

Voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Gerechtsdeurwaarderwet (Stb. 2001, 598) werd door de interdepartementale werkgroep ‘Gerechtsdeurwaarders’, onder voorzitterschap van mr I.W. Opstelten, onderzocht in hoeverre het mogelijk en zinvol zou zijn om marktwerking bij de gerechtsdeurwaarders te bevorderen. Het door deze commissie uitgebrachte rapport maakte onderdeel uit van de operatie Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit (MDW). Er werd daarbij gekeken naar regels op het gebied van exclusieve bevoegdheden, het standplaatsenbeleid, de tarieven, de gedrags- en beroepsregels, de opleiding en de titelbescherming. De bevindingen van de werkgroep en de verwerking daarvan in de Gerechtsdeurwaarderswet (Stb. 2001, 70), zoals deze uiteindelijk tot stand kwam, zullen nader aan de orde worden gesteld.

Eerst zullen hieronder de werkzaamheden en de administratie van de gerechtsdeurwaarder worden behandeld. Daarna zal worden ingegaan op de opleiding tot deurwaarder en de voorwaarden voor aanstelling. Vervolgens zal het toezicht op de uitoefening van het deurwaardersambt en de tuchtrechtspraak worden besproken.

Regeling
Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Gerechtsdeurwaarders vanaf 1945 (Minister van Economische Zaken)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
12-03-2008
BWB-id
BWBR0023597
Versie
2008-03-12_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl