wetzoeker

Afbakening van het beleidsterrein Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Gerechtsdeurwaarders vanaf 1945 (Minister van Economische Zaken)

Deze selectielijst betreft het (deel)beleidsterrein Gerechtsdeurwaarders. Voorafgaand aan het opstellen van deze lijst is institutioneel onderzoek gedaan door. H. Jordaan. In dit onderzoek is de wet- en regelgeving betrokken die tot en met 2001 tot stand is gekomen. Het onderzoek heeft zijn beslag gekregen in een rapport institutioneel onderzoek, dat echter niet is gepubliceerd. Het vormt als zodanig een aanvulling op C.K. Berghuis, Rechtspleging en rechtshulp. De datageschiedenis van handelingen en organisatie-eenheden van de justitiële Ministeriële organisatie van de rechtspleging en rechtshulp, 1945–1992, ’s-Gravenhage 1993 (PIVOT-rapport nr. 10). Hierin waren twee handelingen opgenomen ten aanzien van de gerechtsdeurwaarders, die beide weer waren uitgesplitst in een aantal deelhandelingen. Deze opzet strookt niet met de huidige inzichten over de formulering van handelingen. De genoemde deelhandelingen zijn daarom opnieuw geformuleerd en als afzonderlijke handelingen in het RIO opgenomen.

Na 1991 is er op het beleidsterrein Gerechtsdeurwaarders geen nieuwe wetgeving meer van kracht geworden. Daarom kan gesteld worden dat het voorliggende BSD een geldigheid heeft voor de periode vanaf 1945.

In het hierboven genoemde RIO Rechtspleging en Rechtshulp waren de handelingen met betrekking tot de gerechtsdeurwaarders gerangschikt onder rechtshulp. De gerechtsdeurwaarder vervult echter vooral een belangrijke rol op het terrein van de rechtspleging. Hij is zowel een door de Kroon benoemd ambtenaar als een zelfstandig ondernemer. In de laatste hoedanigheid verricht hij incassowerkzaamheden voor particulieren en kan hij optreden als procesgemachtigde en rechtsbijstand verlenen, werkzaamheden die geen onderdeel uitmaken van zijn openbare taken. De ambtelijke werkzaamheden van de gerechtsdeurwaarder, die het onderwerp van dit beleidsterrein zijn, betreffen met name zijn rol in het civiele proces zoals bij de dagvaarding, het tussentijds berichtenverkeer tussen partijen, de tenuitvoerlegging van vonnissen en de daaraan gerelateerde of daarmee verwante taken. Dit is de kern van het domeinmonopolie van de gerechtsdeurwaarder dat zijn grondslag vindt in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Voor de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG), een publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie (PBO), die met de inwerkingtreding van de Gerechtsdeurwaarderswet (Stb. 2001, 70) in het leven geroepen is, en die een belangrijke rol vervult ten aanzien van regulering van en opleiding tot het ambt van gerechtsdeurwaarder, is een apart RIO en BSD opgesteld. Omdat deze beroepsorganisatie een eigen BSD heeft bevat onderliggend BSD geen handelingen voor deze actor op het terrein Gerechtsdeurwaarders.

In de voorliggende lijst zijn handelingen opgenomen met betrekking tot opleiding, toezicht en tuchtrechtspraak.

Het beleidsterrein van de rechterlijke macht heeft raakpunten met dat van de gerechtsdeurwaarders. Dit is beschreven in ‘Gedeelde geschillen. Een institutioneel onderzoek naar het handelen van de rechterlijke macht vanaf 1950’, ’s-Gravenhage 2001 (PIVOT-rapport nr. 124). In dit RIO wordt kort ingegaan op de rol van de gerechtsdeurwaarder in de civiele procedure. De enige in genoemd rapport vermelde handeling met betrekking tot de gerechtsdeurwaarder betreft zijn beëdiging (handeling 289). Deze handeling is hier dan ook niet opgenomen.

Tenslotte zijn er enkele bijzondere wettelijke regelingen met betrekking tot invordering en executie, die de inschakeling van de gerechtsdeurwaarder met zich meebrengen, buiten het kader van de reguliere civiele rechtspleging om. Het betreft onder meer de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wet Mulder), de ontnemingswetgeving (‘Pluk ze’) en de Wet studiefinanciering. Handelingen met betrekking tot gerechtsdeurwaarders die uit deze wetgeving voortvloeien zijn hier buiten beschouwing gelaten. (Zie in dit verband het PIVOT-rapport nr. 112, ‘Van Incasseren tot coördineren. Een institutioneel onderzoek naar het handelen van het Centraal Justitieel Incasso Bureau, 1990-2000’).In onderliggend BSD zijn de handelingen voor de actor Arrondissementsrechtbank/kantongerecht [president van het college/kantonrechter] of een door de Minister van Justitie aan te stellen autoriteit niet opgenomen; deze worden namelijk vermeld in een eigen BSD getiteld ‘Rechterlijke Macht’ (vastgesteld Stcrt. 2003/11, rectificatie Stcrt. 2003/36), opgesteld op basis van RIO nr. 124. Ook de handelingen van de actor het Gerechtshof van Amsterdam (belast met de tuchtrechtspraak in hoger beroep, aangaande uitspraken van de Kamer voor gerechtsdeurwaarders) zijn niet hier opgenomen, maar in het BSD Rechterlijke Macht.

Hetzelfde geldt voor de handelingen van (de Voorzitter van) de Kamer voor Gerechtsdeurwaarders. Dit tuchtorgaan maakt deel uit van de rechtbank Amsterdam en het secretariaat wordt gevoerd door de griffier. De handelingen voor deze actor zijn niet opgenomen in onderliggend BSD; zij zullen in de eerstvolgende actualisatie van het BSD Rechterlijke Macht worden meegenomen.

Het Bureau Financieel Toezicht heeft een eigen selectielijst, dus ook deze actor is niet in onderhavig BSD opgenomen. Hetzelfde geldt voor de Commissie van Deskundigen die onder het zorgdragerschap van het Bureau Financieel Toezicht valt.

Regeling
Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Gerechtsdeurwaarders vanaf 1945 (Minister van Economische Zaken)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
12-03-2008
BWB-id
BWBR0023597
Versie
2008-03-12_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl