wetzoeker

2.2.2 — Wettelijke absolute en relatieve weigeringsgronden Richtlijn inzake toepassing artikel 552i WvSv door het OM en informatieverstrekking door de politie (wederzijdse rechtshulp in strafzaken)

Wettelijke absolute en relatieve weigeringsgronden

– het rechtshulpverzoek niet op een verdrag is gebaseerd, dan wel het toepasselijk verdrag niet tot inwilliging verplicht, en de afdoening van het verzoek mogelijk in strijd komt met een wettelijk voorschrift of met een aanwijzing van de minister van Justitie (art. 552k Sv);

Ingeval het rechtshulpverzoek geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op de verstrekking van informatie, geldt als aanvulling op art. 552k Sv hetgeen is bepaald in artikel 17 van de Wet politiegegevens en artikel 5:1 van het Besluit politiegegevens. In lid 5 van voornoemd artikel 17 staat dat politiegegevens alleen worden verstrekt indien bij de ontvangende instantie voldoende waarborgen aanwezig zijn voor een juist gebruik en voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. In lid 1 van voornoemd artikel 5:1 is de algemene bepaling opgenomen dat politiegegevens verstrekt kunnen worden aan autoriteiten in een ander land die zijn belast met de uitvoering van de politietaak, voorzover de verstrekking noodzakelijk is voor de goede uitvoering van de politietaak in Nederland, dan wel voor de goede uitvoering van de politietaak in het buitenland. Is dit laatste het geval, dan is verstrekking mogelijk in geval van de opsporing van een ernstig misdrijf of de voorkoming van een ernstig gevaar voor de openbare orde of in geval van een verzoek met betrekking tot een bepaald persoon of bepaald geval. In lid 2 staat het belangrijke beginsel dat de gegevens slechts verder kunnen worden verwerkt voor het doel waarvoor ze zijn verstrekt.

– bij de politie het vermoeden rijst dat het verzoek is gedaan met het oog op een van de gronden, genoemd in artikel 552l, eerste lid onder a Sv (discriminatoire vervolging);

– het verlenen van rechtshulp in strijd zou komen met de in artikel 552l, eerste lid onder b en c Sv genoemde weigeringsgronden (ne bis in idem en vervolging in Nederland ter zake van dezelfde feiten).

Indien dit laatste zich voordoet kunnen door het OM in overleg met het Ministerie, afdeling Internationale Rechtshulp, voorwaarden gesteld worden ten aanzien van het gebruik van die gegevens;

– om rechtshulp wordt gevraagd ten behoeve van een onderzoek naar politieke delicten, ongeacht of het verzoek afkomstig is van een Staat die partij is bij het Europees Verdrag tot bestrijding van het terrorisme of bij de Overeenkomst betreffende de toepassing van dat Verdrag (art. 552m, eerste lid Sv);

– om rechtshulp wordt gevraagd ten behoeve van een onderzoek naar strafbare feiten met betrekking tot retributies, belastingen, douane, deviezen, of daarmee verband houdende feiten (art. 552m, derde lid Sv).

Regeling
Richtlijn inzake toepassing artikel 552i WvSv door het OM en informatieverstrekking door de politie (wederzijdse rechtshulp in strafzaken)
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-03-2008
BWB-id
BWBR0023576
Versie
2008-03-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl