wetzoeker

1.2 — Juridisch kader Richtlijn inzake toepassing artikel 552i WvSv door het OM en informatieverstrekking door de politie (wederzijdse rechtshulp in strafzaken)

Juridisch kader

Instrumenten in de internationale samenwerking zijn de wederzijdse rechtshulp in strafzaken alsmede de politiële samenwerking waaronder de informatie-uitwisseling. In de praktijk blijkt bij die laatste vorm van samenwerking echter van een wezenlijk gebrek aan normering. Zo blijkt onduidelijk te zijn hoever de politiebevoegdheden zich uitstrekken. Gesteld kan worden dat met de intensivering van de samenwerking de noodzaak tot afbakening van bevoegdheden toeneemt.

Daarnaast heeft de aanstaande feitelijke inwerkingstelling van de Schengen Uitvoeringsovereenkomst, hierna te noemen SUO, reeds nu gevolgen voor de praktijk. Immers, vooruitlopend hierop is de nationale wetgeving gewijzigd. Deze wetgeving is op 1 december 1993 van kracht geworden. In dit verband is artikel 552i, in het bijzonder het tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering van belang.

Het doel van deze richtlijn is daarom aan te geven in welke gevallen de politie zelfstandig uitvoering kan geven aan rechtshulpverzoeken en dus ook informatie kan verstrekken, in welke gevallen die samenwerking de tussenkomst van het OM behoeft en in welke specifieke gevallen niet kan worden samengewerkt.

De informatieverstrekking op verzoek van een buitenlandse autoriteit wordt beheerst door titel X van Boek IV van het Wetboek van Strafvordering (afwikkeling van rechtshulpverzoeken). De informatieverstrekking, voor zover de informatie politiegegevens betreft, is mogelijk gemaakt in het eerste lid van de artikelen 5:1 en 5:2 van het Besluit politiegegevens. In deze artikelen wordt eveneens voorzien in de mogelijkheid van spontane verstrekking van politiegegevens. De SUO bevat ook een bepaling die het mogelijk maakt om zonder een voorafgaand verzoek informatie te verstrekken, zie artikel 46 SUO

3 Tekst van artikel 46 SUO, eerste lid:

Iedere overeenkomstsluitende partij kan met inachtneming van haar nationale recht in individuele gevallen, zonder een daartoe strekkend verzoek, de betrokken Overeenkomstsluitende Partij informatie mededelen die voor de ontvangende Overeenkomstsluitende Partij ter verlening van bijstand bij de bestrijding van toekomstige strafbare feiten, ter voorkoming van strafbare feiten of ter afwending van gevaar voor de openbare orde en veiligheid van belang kunnen zijn.

. Spontane bijstand kan echter alleen worden verleend onder dezelfde, onder 2 te noemen, voorwaarden die gelden met betrekking tot een rechtshulpverzoek.

Regeling
Richtlijn inzake toepassing artikel 552i WvSv door het OM en informatieverstrekking door de politie (wederzijdse rechtshulp in strafzaken)
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-03-2008
BWB-id
BWBR0023576
Versie
2008-03-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl