wetzoeker

Wet basisregistratie adressen en gebouwen

Wet van 24 januari 2008, houdende regels omtrent de basisregistraties adressen en gebouwen (Wet basisregistraties adressen en gebouwen)

Soort
Wet
Geldend vanaf
12-02-2025
Afkortingen
Wet BAG
Rechtsgebied
Onroerend goedrecht, Wonen, onroerend goed, bouwrecht
Ministerie
Infrastructuur en Milieu
BWB-id
BWBR0023466
Versie
2025-02-12_0
SHA-256 bron
129def3ec396a72a1993f159c0560ff7ee9f765d2ab4c8243c0422f19b69834a

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (52)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 6a
  8. Artikel 7
  9. Artikel 8
  10. Artikel 9
  11. Artikel 10
  12. Artikel 11
  13. Artikel 12
  14. Artikel 13
  15. Artikel 14
  16. Artikel 14a
  17. Artikel 15
  18. Artikel 16
  19. Artikel 17
  20. Artikel 18
  21. Artikel 19
  22. Artikel 20
  23. Artikel 21
  24. Artikel 22
  25. Artikel 23
  26. Artikel 24
  27. Artikel 25
  28. Artikel 26
  29. Artikel 27
  30. Artikel 28
  31. Artikel 29
  32. Artikel 30
  33. Artikel 31
  34. Artikel 32
  35. Artikel 33
  36. Artikel 34
  37. Artikel 35
  38. Artikel 36
  39. Artikel 37
  40. Artikel 38
  41. Artikel 39
  42. Artikel 40
  43. Artikel 41
  44. Artikel 42
  45. Artikel 43
  46. Artikel 44
  47. Artikel 45
  48. Artikel 45a
  49. Artikel 45b
  50. Artikel 46
  51. Artikel 47
  52. Artikel 48

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. adres: door het bevoegde gemeentelijke orgaan aan een verblijfsobject, een standplaats of een ligplaats toegekende benaming, bestaande uit een combinatie van de naam van een openbare ruimte, een nummeraanduiding en de naam van een woonplaats;

b. authentiek gegeven: in een basisregistratie opgenomen gegeven dat bij of krachtens de wet als authentiek is aangemerkt;

e. basisregistratie: basisregistratie adressen en gebouwen als bedoeld in artikel 2;

d. brondocument: document in welke vorm dan ook waarin rechtsfeiten en andere voor de registraties relevante feiten zijn neergelegd;

e. Dienst: Dienst voor het kadaster en de openbare registers, genoemd in artikel 2 van de Organisatiewet Kadaster;

f. landelijke voorziening: landelijke voorziening als bedoeld in artikel 26;

g. ligplaats: door het bevoegde gemeentelijke orgaan als zodanig aangewezen plaats in het water al dan niet aangevuld met een op de oever aanwezig terrein of een gedeelte daarvan, die bestemd is voor het permanent afmeren van een voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikt drijvend object;

h. nummeraanduiding: door het bevoegde gemeentelijke orgaan als zodanig toegekende aanduiding van een verblijfsobject, een standplaats of een ligplaats;

i. Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening;

j. openbare ruimte: door het bevoegde gemeentelijke orgaan als zodanig aangewezen en van een naam voorziene buitenruimte die binnen één woonplaats is gelegen;

k. pand: kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is;

l. standplaats: door het bevoegde gemeentelijke orgaan als zodanig aangewezen terrein of gedeelte daarvan dat bestemd is voor het permanent plaatsen van een niet direct en niet duurzaam met de aarde verbonden en voor woon-, bedrijfsmatige, of recreatieve doeleinden geschikte ruimte;

m. verblijfsobject: kleinste binnen één of meer panden gelegen en voor woon-, bedrijfsmatige, of recreatieve doeleinden geschikte eenheid van gebruik die ontsloten wordt via een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte, onderwerp kan zijn van goederenrechtelijke rechtshandelingen en in functioneel opzicht zelfstandig is;

n. woonplaats: door het bevoegde gemeentelijke orgaan als zodanig aangewezen en van een naam voorzien gedeelte van het grondgebied van de gemeente.

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 2

1 Burgemeester en wethouders houden een geautomatiseerde basisregistratie adressen en gebouwen.

2 De basisregistratie adressen en gebouwen is een registratie van gegevens over de in de gemeente bestaande:

a. panden, verblijfsobjecten, standplaatsen, ligplaatsen, woonplaatsen, openbare ruimten en nummeraanduidingen, en

b. situaties van feitelijk gebruik van:

1°. een terrein of gedeelte daarvan voor het permanent plaatsen van een niet direct en niet duurzaam met de aarde verbonden en voor woon-, bedrijfsmatige, of recreatieve doeleinden geschikte ruimte, niet zijnde een standplaats;

2°. een plaats in het water, al dan niet aangevuld met een op de oever aanwezig terrein of gedeelte daarvan, voor het permanent afmeren van een drijvend object, niet zijnde een ligplaats;

3°. een benaming van een gedeelte van het grondgebied van de gemeente, niet zijnde een woonplaats;

4°. een benaming van een buitenruimte die binnen één woonplaats of situatie als bedoeld in de aanhef en onder 3° is gelegen, niet zijnde een openbare ruimte;

5°. een aanduiding van een verblijfsobject, een standplaats, een ligplaats of een situatie als bedoeld in de aanhef en onder 1° of 2°, niet zijnde een nummeraanduiding.

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 3

De basisregistratie wordt gehouden met als doel het aan eenieder beschikbaar stellen van de bij of krachtens deze wet in de basisregistratie opgenomen gegevens.

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 4

1 Ten aanzien van de verwerking van persoonsgegevens ter uitvoering van deze wet zijn burgemeester en wethouders respectievelijk is het bestuur van de Dienst, ieder voor zover die verwerking onder hun respectievelijk zijn verantwoordelijkheid plaatsvindt, verwerkingsverantwoordelijke.

2 Artikel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming is niet van toepassing.

3 Gegevens uit de basisregistratie die kunnen worden herleid tot een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijk persoon worden niet verstrekt, indien de afnemer die gegevens verwerkt op de grond, genoemd in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene verordening gegevensbescherming.

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 5

In de basisregistratie gebouwen worden geen gegevens opgenomen met betrekking tot panden, verblijfsobjecten, standplaatsen of ligplaatsen die in gebruik zijn bij de krijgsmacht of bij een krijgsmacht van een bondgenootschappelijke mogendheid, voor zover tegen het opnemen van die gegevens naar het oordeel van Onze Minister van Defensie bezwaar bestaat.

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 6

1 De gemeenteraad deelt het grondgebied van de gemeente in een of meer woonplaatsen in, stelt de openbare ruimten vast en kent nummeraanduidingen toe aan de op het grondgebied van de gemeente gelegen verblijfsobjecten, standplaatsen en ligplaatsen.

2 De gemeenteraad stelt de standplaatsen en de ligplaatsen vast.

3 De gemeenteraad stelt de afbakening van panden, verblijfsobjecten, standplaatsen en ligplaatsen vast.

4 Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven ten aanzien van de indeling, de vaststelling en de toekenning, bedoeld in het eerste en tweede lid, en kunnen regels worden gegeven ten aanzien van de afbakening, bedoeld in het derde lid.

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 6a

Vervallen

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 7

Vervallen

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 8

1 De door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren die zijn belast met de vaststelling van geometrische gegevens van panden en verblijfsobjecten zijn bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur en andere hulpmiddelen, elke plaats te betreden, onverminderd artikel 2 van de Algemene wet op het binnentreden, en daar waarnemingen of metingen te verrichten, voor zover dat redelijkerwijs nodig is voor de vervulling van hun taak.

2 De eigenaar, de beperkt gerechtigde en de gebruiker van een pand of een verblijfsobject zijn verplicht aan de ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, binnen de door dezen gestelde redelijke termijn alle medewerking te verlenen die dezen redelijkerwijs kunnen vorderen bij de uitoefening van de bevoegdheden, genoemd in het eerste lid, met dien verstande dat toegang slechts wordt verleend tussen acht uur ’s morgens en zes uur ’s avonds en dat die niet behoeft te worden verleend op zaterdagen, zondagen en algemeen erkende feestdagen.

3 Indien de toegang wordt geweigerd, verschaffen de ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, zich zo nodig toegang met behulp van de sterke arm. Indien het verrichten van de handelingen, bedoeld in het eerste lid, niet wordt toegestaan zijn de ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, bevoegd het verrichten van die handelingen zo nodig met behulp van de sterke arm mogelijk te maken.

4 De schade die uit de toepassing van het eerste lid voortvloeit, wordt door burgemeester en wethouders op verzoek vergoed. De vordering tot schadevergoeding staat ter kennisneming van de kantonrechter bij de rechtbank van het arrondissement waarin de gemeente is gelegen. Tegen de uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Hoofdstuk 2 — Brondocumenten

Artikel 9

Vervallen

Hoofdstuk 2 — Brondocumenten

Artikel 10

Het bijhouden van de basisregistratie vindt plaats op basis van brondocumenten. Als brondocumenten worden gebruikt:

a. bij algemene maatregel van bestuur aangewezen documenten, of

b. door een daartoe aangewezen ambtenaar opgemaakte documenten, in welke vorm dan ook, waarin de constatering is vastgelegd van:

1°. een pand of verblijfsobject, ten aanzien waarvan een krachtens onderdeel a aangewezen brondocument ontbreekt,

2°. een situatie als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b.

Hoofdstuk 2 — Brondocumenten

Artikel 11

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van het goed functioneren van de basisregistratie nadere regels worden gegeven ten aanzien van brondocumenten als bedoeld in artikel 10.

Hoofdstuk 2 — Brondocumenten

Artikel 12

Vervallen

Hoofdstuk 2 — Brondocumenten

Artikel 13

Een brondocument waaraan een in de basisregistratie opgenomen gegeven is ontleend, wordt door burgemeester en wethouders blijvend bewaard.

Hoofdstuk 3 — De basisregistratie › § 1 — Algemeen

Artikel 14

1 Burgemeester en wethouders dragen zorg voor een goede beschikbaarheid, werking en beveiliging van de basisregistratie.

2 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gegeven omtrent de technische en administratieve inrichting van de basisregistratie.

Hoofdstuk 3 — De basisregistratie › § 1 — Algemeen

Artikel 14a

Vervallen

Hoofdstuk 3 — De basisregistratie › § 1 — Algemeen

Artikel 15

Vervallen

Hoofdstuk 3 — De basisregistratie › § 1 — Algemeen

Artikel 16

Vervallen

Hoofdstuk 3 — De basisregistratie › § 1 — Algemeen

Artikel 17

1 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gegeven met betrekking tot het bijhouden van de basisregistratie.

2 Bij ministeriële regeling wordt voor de basisregistratie een systeembeschrijving vastgelegd, die in ieder geval omvat:

a. de gegevensdefinities van de in paragraaf 2 van dit hoofdstuk bedoelde gegevens en de voor die gegevens geldende kwaliteitseisen, en

b. de beschrijving van het koppelvlak met de landelijke voorziening ten behoeve van het elektronisch berichtenverkeer met die voorziening.

Hoofdstuk 3 — De basisregistratie › § 1 — Algemeen

Artikel 18

Vervallen

Hoofdstuk 3 — De basisregistratie › § 2 — De inhoud van de basisregistratie

Artikel 19

1 In de basisregistratie worden een identificerend objectnummer, beschrijvende gegevens, temporele gegevens en meta-gegevens opgenomen over de in de gemeente bestaande:

a. panden;

b. verblijfsobjecten;

c. standplaatsen, alsmede situaties als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, aanhef en onder 1°;

d. ligplaatsen, alsmede situaties als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, aanhef en onder 2°;

e. woonplaatsen, alsmede situaties als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, aanhef en onder 3°;

f. openbare ruimten, alsmede situaties als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, aanhef en onder 4°, en

g. nummeraanduidingen, alsmede situaties als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, aanhef en onder 5°.

2 Met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde gegevens en de bepaling daarvan worden bij algemene maatregel van bestuur nadere regels gesteld.

3 Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, als authentieke gegevens worden aangemerkt.

4 Tot de in de aanhef van het eerste lid bedoelde meta-gegevens behoren in ieder geval:

a. de aanduiding dat opneming in de basisregistratie uitsluitend is gebaseerd op een brondocument als bedoeld in artikel 10, onderdeel b, indien dat het geval is;

b. de aantekening «in onderzoek», indien toepassing is gegeven aan artikel 39, tweede lid, of artikel 41, tweede lid.

Hoofdstuk 3 — De basisregistratie › § 2 — De inhoud van de basisregistratie

Artikel 20

Vervallen

Hoofdstuk 3 — De basisregistratie › § 2 — De inhoud van de basisregistratie

Artikel 21

Vervallen

Hoofdstuk 3 — De basisregistratie › § 3 — De gebouwenregistratie

Artikel 22

Vervallen

Hoofdstuk 3 — De basisregistratie › § 3 — De gebouwenregistratie

Artikel 23

Vervallen

Hoofdstuk 3 — De basisregistratie › § 3 — De gebouwenregistratie

Artikel 24

Vervallen

Hoofdstuk 3 — De basisregistratie › § 3 — De gebouwenregistratie

Artikel 25

Vervallen

Hoofdstuk 4 — De landelijke voorziening › § 1 — Algemeen

Artikel 26

De Dienst houdt een geautomatiseerde landelijke voorziening waarin de gegevens uit de in de gemeenten gehouden basisregistratie zijn opgenomen.

Hoofdstuk 4 — De landelijke voorziening › § 1 — Algemeen

Artikel 27

Het bestuur van de Dienst draagt er zorg voor dat de weergave van een in de landelijke voorziening opgenomen gegeven overeenstemt met het overeenkomstig artikel 31 door burgemeester en wethouders verstrekte gegeven.

Hoofdstuk 4 — De landelijke voorziening › § 1 — Algemeen

Artikel 28

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gegeven omtrent het beheer, de vorm en de inrichting van de landelijke voorziening.

Hoofdstuk 4 — De landelijke voorziening › § 2 — Overleg

Artikel 29

1 De Dienst beheert de landelijke voorziening in overleg met een representatieve vertegenwoordiging van burgemeester en wethouders van de gemeenten.

2 Omtrent alle aangelegenheden betreffende het beheer van de basisregistratie voert een representatieve vertegenwoordiging van burgemeester en wethouders van de gemeenten overleg met de Dienst.

3 De uitkomsten van het overleg, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden medegedeeld aan Onze Minister.

Hoofdstuk 4 — De landelijke voorziening › § 2 — Overleg

Artikel 30

1 Omtrent de werking van de landelijke voorziening en andere aangelegenheden betreffende het gebruik van de basisregistratie, voeren de Dienst en een representatieve vertegenwoordiging van burgemeester en wethouders van de gemeenten overleg met een representatieve vertegenwoordiging van de afnemers.

2 De uitkomsten van het overleg, bedoeld in het eerste lid, worden medegedeeld aan Onze Minister.

Hoofdstuk 4 — De landelijke voorziening › § 3 — Verkeer tussen bronhouders en landelijke voorziening

Artikel 31

1 Burgemeester en wethouders verstrekken de in de door hen gehouden basisregistratie opgenomen gegevens dan wel een wijziging van die gegevens binnen een werkdag na de verwerking van die gegevens respectievelijk de wijziging van die gegevens langs elektronische weg aan de Dienst ten behoeve van opneming van die gegevens in de landelijke voorziening.

2 Bij het verstrekken van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, nemen burgemeester en wethouders de beschrijving van het koppelvlak met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 17, tweede lid, onderdeel b, in acht.

Hoofdstuk 5 — Inzage, verstrekking en gebruik van gegevens › § 1 — Inzage en verstrekking van gegevens

Artikel 32

1 Op verzoek:

a. verlenen burgemeester en wethouders eenieder inzage in de basisregistratie, alsmede verstrekken zij aan eenieder de in de basisregistratie opgenomen gegevens;

b. verleent de Dienst eenieder inzage in de landelijke voorziening en verstrekt de Dienst aan eenieder de daarin opgenomen gegevens.

2 Artikel 5.1 van de wet open overheid is van overeenkomstige toepassing op de inzage in en het verstrekken van gegevens, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat:

a. voor zover aan een bestuursorgaan of andere afnemer inzage in de basisregistratie dan wel in de landelijke voorziening wordt verleend met behulp van zoekdiensten, uitsluitend de gronden, bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, onderdelen a en h, van de Wet open overheid van overeenkomstige toepassing zijn;

b. voor zover aan een bestuursorgaan met het oog op het vervullen van een publiekrechtelijke taak die van invloed kan zijn op het milieu inzage in de basisregistratie dan wel in de landelijke voorziening wordt verleend met behulp van raadpleegdiensten, of aan dat bestuursorgaan met het oog op het vervullen van die taak uit de adressenregistratie of de gebouwenregistratie dan wel uit de landelijke voorziening gegevens worden verstrekt, uitsluitend de gronden, bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, onderdelen a, c en h, van de Wet open overheid van overeenkomstige toepassing zijn.

3 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer van personen tot wie de gegevens die zijn opgenomen in de basisregistratie herleidbaar zijn voor daarbij aangewezen gegevens of categorieën van gegevens beperkingen worden vastgesteld ten aanzien van het bepaalde in het eerste lid.

4 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gegeven omtrent de inzage in en het verstrekken van gegevens als bedoeld in het eerste lid.

Hoofdstuk 5 — Inzage, verstrekking en gebruik van gegevens › § 1 — Inzage en verstrekking van gegevens

Artikel 33

Vervallen

Hoofdstuk 5 — Inzage, verstrekking en gebruik van gegevens › § 1 — Inzage en verstrekking van gegevens

Artikel 34

1 Bij ministeriële regeling kunnen tarieven worden vastgesteld voor het verlenen van inzage in de landelijke voorziening en het verstrekken van de in de landelijke voorziening opgenomen gegevens.

2 De tarieven, bedoeld in het eerste lid, kunnen verschillend worden vastgesteld voor:

a. verschillende gegevens, en

b. niet-commercieel en commercieel gebruik van die gegevens.

Hoofdstuk 5 — Inzage, verstrekking en gebruik van gegevens › § 2 — Gebruik van gegevens

Artikel 35

1 Indien een bestuursorgaan bij het vervullen van zijn publiekrechtelijke taak een gegeven nodig heeft dat krachtens deze wet als authentiek gegeven in de basisregistratie beschikbaar is, gebruikt het dat authentieke gegeven.

2 Een bestuursorgaan kan een ander gegeven gebruiken dan een krachtens deze wet beschikbaar authentiek gegeven, ingeval:

a. bij het desbetreffende authentieke gegeven de aanduiding als bedoeld in artikel 19, vierde lid, onderdeel a is geplaatst;

b. bij het desbetreffende authentieke gegeven de aantekening «in onderzoek» is geplaatst;

c. het met betrekking tot het desbetreffende authentieke gegeven een melding heeft gedaan als bedoeld in artikel 37;

d. het door toepassing van het eerste lid zijn publiekrechtelijke taak niet naar behoren zou kunnen vervullen, of

e. bij wettelijk voorschrift anders is bepaald dan in het eerste lid.

Hoofdstuk 5 — Inzage, verstrekking en gebruik van gegevens › § 2 — Gebruik van gegevens

Artikel 36

Degene aan wie door een bestuursorgaan gevraagd wordt om een gegeven te verstrekken dat krachtens deze wet als authentiek gegeven in de basisregistratie beschikbaar is, behoeft dat gegeven niet te verstrekken behoudens:

a. ingeval bij het desbetreffende authentieke gegeven de aanduiding als bedoeld in artikel 19, vierde lid, onderdeel a is geplaatst;

b. ingeval bij het desbetreffende authentieke gegeven de aantekening «in onderzoek» is geplaatst;

c. in geval van opsporing of onderzoek naar overtreding van een wettelijk voorschrift of van controle op de naleving van een wettelijk voorschrift;

d. in geval van dreiging van, of het zich voordoen van, een oproerige beweging, wanordelijkheden, verstoring van de openbare orde, rampen of zware ongevallen;

e. ingeval bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, of

f. ingeval het desbetreffende authentieke gegeven noodzakelijk is voor de identificatie van een object.

Hoofdstuk 6 — Wijziging van de in de registraties opgenomen gegevens

Artikel 37

1 Een bestuursorgaan dat gegevens uit de basisregistratie van burgemeester en wethouders of uit de landelijke voorziening heeft verkregen en gerede twijfel heeft over de juistheid of volledigheid van een in de basisregistratie opgenomen authentiek gegeven, doet van de onjuistheid of het ontbreken van een authentiek gegeven onder opgaaf van redenen melding aan de Dienst of aan burgemeester en wethouders die de betrokken basisregistratie houden. De Dienst stuurt een ontvangen melding binnen één werkdag door aan burgemeester en wethouders die de betrokken basisregistratie houden.

2 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gegeven omtrent:

a. de gevallen waarin een melding als bedoeld in het eerste lid niet hoeft te worden gedaan, en

b. een beperking van de kring van bestuursorganen die verplicht zijn toepassing te geven aan het eerste lid.

Hoofdstuk 6 — Wijziging van de in de registraties opgenomen gegevens

Artikel 38

De belanghebbende die gerede twijfel heeft over de juistheid van een in de basisregistratie opgenomen authentiek gegeven of het ontbreken van een authentiek gegeven in de basisregistratie kan burgemeester en wethouders onder opgaaf van redenen verzoeken dat gegeven te wijzigen respectievelijk op te nemen in de basisregistratie.

Hoofdstuk 6 — Wijziging van de in de registraties opgenomen gegevens

Artikel 39

1 Na ontvangst van een melding als bedoeld in artikel 37 of een verzoek als bedoeld in artikel 38 besluiten burgemeester en wethouders over de wijziging respectievelijk opneming van het desbetreffende authentieke gegeven.

2 Indien burgemeester en wethouders niet binnen een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen termijn na de melding, bedoeld in artikel 37, respectievelijk het verzoek, bedoeld in artikel 38, hebben besloten over de wijziging respectievelijk opneming van het desbetreffende authentieke gegeven plaatsen zij in de basisregistratie bij dat gegeven de aantekening «in onderzoek».

3 Burgemeester en wethouders beslissen zo spoedig mogelijk doch niet later dan een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen termijn na ontvangst van de melding, bedoeld in artikel 37, respectievelijk het verzoek, bedoeld in artikel 38, omtrent wijziging respectievelijk opneming van het desbetreffende authentieke gegeven.

Hoofdstuk 6 — Wijziging van de in de registraties opgenomen gegevens

Artikel 40

1 Op het moment dat burgemeester en wethouders hebben beslist over de wijziging respectievelijk opneming van het desbetreffende authentieke gegeven verwijderen zij de aantekening «in onderzoek» uit de basisregistratie.

2 Burgemeester en wethouders maken hun beslissing over wijziging respectievelijk opneming van het desbetreffende authentieke gegeven onverwijld bekend aan het bestuursorgaan dat de melding, bedoeld in artikel 37, heeft gedaan respectievelijk de belanghebbende die het verzoek, bedoeld in artikel 38, heeft gedaan.

Hoofdstuk 6 — Wijziging van de in de registraties opgenomen gegevens

Artikel 41

1 De beslissing van burgemeester en wethouders over wijziging respectievelijk opneming van een gegeven naar aanleiding van een verzoek als bedoeld in artikel 38 is een besluit.

2 Indien tegen een besluit als bedoeld in het eerste lid bezwaar wordt aangetekend of beroep wordt ingesteld plaatsen burgemeester en wethouders in de basisregistratie bij dat gegeven de aantekening «in onderzoek».

3 Zodra op het bezwaar respectievelijk het beroep onherroepelijk is beslist, wijzigen burgemeester en wethouders indien nodig het gegeven respectievelijk nemen zij dat gegeven op en verwijderen zij de aantekening «in onderzoek» bij dat gegeven.

Hoofdstuk 7 — Toezicht en controle

Artikel 42

1 Burgemeester en wethouders controleren één maal per jaar de inrichting en de werking van de basisregistratie, alsmede de verwerking van gegevens in de basisregistratie.

2 Burgemeester en wethouders zenden aan Onze Minister een afschrift van de controleresultaten. Onze Minister maakt deze controleresultaten openbaar door terinzagelegging daarvan bij het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.

3 Bij ministeriële regeling:

a. worden regels gegeven omtrent de elementen en de wijze van uitvoering van de controle, bedoeld in het eerste lid;

b. kunnen nadere regels worden gegeven omtrent de uitvoering van de verplichting, bedoeld in het tweede lid, eerste volzin.

Hoofdstuk 7 — Toezicht en controle

Artikel 43

Vervallen

Hoofdstuk 7 — Toezicht en controle

Artikel 44

Vervallen

Hoofdstuk 7 — Toezicht en controle

Artikel 45

Vervallen

Hoofdstuk 8 — Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 45a

Vervallen

Hoofdstuk 8 — Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 45b

Vervallen

Hoofdstuk 8 — Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 46

Onze Minister zendt vier jaar na inwerkingtreding van de Wet van 10 februari 2017 tot wijziging van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen en enige andere wetten in verband met modernisering en vereenvoudiging van de registratie en het toezicht (Stb. 2017, 60) aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Hoofdstuk 8 — Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 47

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Hoofdstuk 8 — Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 48

Deze wet wordt aangehaald als: Wet basisregistratie adressen en gebouwen.