wetzoeker

Artikel 4.7 Regeling melding ongeoorloofde afwezigheid

Meldingen bij aanvang ongeoorloofde afwezigheid

1 De directeur meldt de ongeoorloofde afwezigheid van de jeugdigen bedoeld in artikel 4.4, onder b, onder 1°, onmiddellijk na constatering ervan telefonisch aan de betrokken gecertificeerde instelling, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet.

2 De directeur meldt de ongeoorloofde afwezigheid van de jeugdigen bedoeld in artikel 4.4, onder b, onder 2° en 3°, onmiddellijk na constatering ervan telefonisch aan:

a. de politie;

b. de gezagdragers van de ongeoorloofd afwezige.

3 De directeur meldt de ongeoorloofde afwezigheid van de jeugdigen bedoeld in artikel 4.4, onder b, zo spoedig mogelijk na constatering ervan aan de divisiedirecteur ForZo/JJI of de divisiedirecteur IZ; de directeur stelt daartoe de door de divisiedirecteur aangewezen ambtenaar per elektronische post op de hoogte.

Regeling
Regeling melding ongeoorloofde afwezigheid
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
04-09-2025
BWB-id
BWBR0023428
Versie
2025-09-04_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl