Artikel 4.10 Regeling melding ongeoorloofde afwezigheid
Meldingen bij einde ongeoorloofde afwezigheid
1 Indien de ongeoorloofd afwezige jeugdige aan wie de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is opgelegd, bedoeld in artikel 4.4, onder a, onder 1°, of de ongeoorloofd afwezige jeugdige bedoeld in artikel 4.4, onder a, onder 2°, zichzelf meldt, informeert de directeur van de inrichting waar hij zich heeft gemeld, dan wel de directeur van de inrichting waar hij staat ingeschreven, hierover:
a. het Landelijk Meldpunt, onmiddellijk telefonisch;
b. de divisiedirecteur ForZo/JJI of de divisiedirecteur IZ; de directeur stelt daartoe de door de divisiedirecteur aangewezen ambtenaar uiterlijk de eerstvolgende werkdag per elektronische post op de hoogte;
c. de gezagdragers van de jeugdige.
2 Indien de ongeoorloofd afwezige jeugdige bedoeld in artikel 4.4, onder a, onder 3°, zichzelf meldt, informeert de directeur van de inrichting waar hij zich heeft gemeld, dan wel de directeur van de inrichting waar hij staat ingeschreven, hierover:
a. de politie zo spoedig mogelijk per elektronische post;
b. de divisiedirecteur ForZo/JJI of de divisiedirecteur IZ; de directeur stelt daartoe de door de divisiedirecteur aangewezen ambtenaar zo spoedig mogelijk per elektronische post op de hoogte;
c. de officier van justitie of advocaat-generaal die de ongeoorloofd afwezige vervolgt of heeft vervolgd, zo spoedig mogelijk per elektronische post;
d. de gezagdragers van de jeugdige.
3 Indien de ongeoorloofd afwezige jeugdige bedoeld in artikel 4.4, onder b, onder 1°, zichzelf meldt, informeert de directeur van de inrichting waar hij zich heeft gemeld, dan wel de directeur van de inrichting waar hij staat ingeschreven, hierover zo spoedig mogelijk:
a. de divisiedirecteur ForZo/JJI of de divisiedirecteur IZ; de directeur stelt daartoe de door de divisiedirecteur aangewezen ambtenaar per elektronische post op de hoogte;
b. de betrokken gecertificeerde instelling, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet.
4 Indien de ongeoorloofd afwezige jeugdige bedoeld in artikel 4.4, onder b, onder 2° en 3°, zichzelf meldt, informeert de directeur van de inrichting waar hij zich heeft gemeld, dan wel de directeur van de inrichting waar hij staat ingeschreven, hierover:
a. de politie zo spoedig mogelijk per elektronische post;
b. de divisiedirecteur ForZo/JJI of de divisiedirecteur IZ; de directeur stelt daartoe de door de divisiedirecteur aangewezen ambtenaar zo spoedig mogelijk per elektronische post op de hoogte;
c. de gezagdragers van de jeugdige.
- Regeling
- Regeling melding ongeoorloofde afwezigheid
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 04-09-2025
- BWB-id
- BWBR0023428
- Versie
- 2025-09-04_0