wetzoeker

1.5 — Doelstellingen van de overheid op het beleidsterrein Ouderenbeleid Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Ouderenbeleid vanaf 1945 (Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid)

Doelstellingen van de overheid op het beleidsterrein Ouderenbeleid

Op het beleidsterrein ‘ouderenbeleid’ kunnen de volgende hoofdlijnen worden beschreven.

Tot de Tweede Wereldoorlog kan er niet of nauwelijks worden gesproken van een ouderenbeleid van de rijksoverheid. Na de Tweede Wereldoorlog verandert dit. Het aantal bejaarden neemt snel toe en daarmee komt de overheidsbemoeienis op gang.

Door de jaren heen zijn ‘zelfstandigheid’ en ‘emancipatie’ van ouderen belangrijke items geweest in het overheidsbeleid met betrekking tot ouderen. In de jaren ’50 wordt dit vooral gestimuleerd via het verstrekken van subsidies voor bijv. sociaal onderzoek en aan belangenverenigingen van bejaarden. Als gevolg van de woningnood werd daarnaast tevens de bouw van bejaardentehuizen bevorderd.

Vanaf 1954 worden voorbereidingen getroffen voor een wet om de misstanden in de particuliere tehuizen voor bejaarden tegen te gaan. Dit leidde in 1963 tot de ‘Wet op de bejaardenoorden’. In de loop der jaren is deze wet nog een aantal malen gewijzigd.

Ook in de jaren ’60 bleven ‘zelfstandigheid’ en ‘emancipatie’ belangrijke thema’s. Dit kwam onder ander tot uiting in een rijksbijdrageregeling voor dienstencentra (1967). Deze dienstencentra kwamen in de plaats van het sociëteitswerk voor bejaarden.

In de tweede helft van de jaren ’60 wil de rijksoverheid komen tot een meer gecoördineerd beleid voor bejaarden. Dit resulteert onder meer in de oprichting van de ‘Interdepartementale Stuurgroep Bejaardenbeleid’ (1968; later gewijzigd in ‘Interdepartementale Stuurgroep Ouderenbeleid’) en van een intradepartementale stuurgroep, de ‘Coördinatiegroep bejaardenbeleid Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk’ (1974). Voor advisering met betrekking tot beleidsvoorbereiding en beleidsvorming werd de ‘Centrale commissie voor de bejaardenoorden’ in het leven geroepen (1972).

Bevordering van de zelfstandigheid van bejaarden bleef ook in deze periode een belangrijk item.

Wel werd het beleid anders ingevuld. Het ‘zelfstandig’ wonen van bejaarden werd bevorderd, waarbij de betrokkenen de noodzakelijke zorg thuis ontvingen (middels het gecoördineerd bejaardenwerk). Aanleiding voor deze beleidsombuiging was onder andere een poging de overheidsuitgaven (met name die op basis van de Algemene Bijstandswet) in toom te houden.

Eind jaren ’70 en begin jaren ’80 wilde de rijksoverheid meer inzicht verkrijgen in de problemen van de ouder wordende mens. Dit leidde in 1977 tot de oprichting van de ‘Planninggroep voor het wetenschappelijk onderzoek op het gebied van de ouder wordende mens’ en in 1982, als vervolg op de Planninggroep, tot de instelling van de ‘Stuurgroep Onderzoek op het gebied van de Ouder wordende Mens’.

Tegelijkertijd bleef de bevordering van het zolang mogelijk zelfstandig functioneren van ouderen en de vermindering van de collectieve uitgaven op het gebied van het ouderenbeleid een belangrijk punt. Met name in de jaren ’80 werd bezuinigd op het budget voor ouderenbeleid. Nieuw was in deze jaren het zgn. ‘flankerend beleid’. Hierbij werd de wijkfunctie van de bejaardenoorden verstevigd. Het ‘flankerend ouderenbeleid’ kwam in 1985 onder de ‘Wet op de bejaardenoorden’ te vallen; in 1987 werd dit grotendeels onder de ‘Welzijnswet’ gebracht.

In de tweede helft van de jaren ’80 werd een adviesraad ingesteld met betrekking tot het ouderenbeleid, de Voorlopige Raad voor het ouderenbeleid (1988; later gewijzigd in: Raad voor het ouderenbeleid).

In dezelfde periode zette de rijksoverheid in op een meer gelijkwaardige positie van de ouderen in de samenleving. Oftewel: participatie en medezeggenschap van ouderen in de samenleving was het streven. En voor de zorgbehoevende ouderen hield de overheid intussen vast aan zijn verantwoordelijkheid voor de zorgverlening aan ouderen.

Regeling
Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Ouderenbeleid vanaf 1945 (Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
06-02-2008
BWB-id
BWBR0023415
Versie
2008-02-06_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl