wetzoeker

4.3.2 Industrieel Eigendom Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Economische Mededinging en Industrieel Eigendom vanaf 1946 (Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)

In het economische verkeer zijn een aantal exclusieve rechten gedefinieerd, waarvan de houder zich met behulp van diverse civielrechtelijke maatregelen kan verweren tegen inbreuk door derden. Daarnaast is inbreuk op deze rechten strafbaar gesteld. De rechten worden geregistreerd bij een door de overheid ingesteld bureau. De belangrijkste rechten zijn:

1. Het octrooirecht: het alleenrecht om een uitvinding te exploiteren en te beschermen tegen inbreuk door derden.

2. Het merkrecht: het alleenrecht om een product of dienst onder een bepaald teken op de markt te brengen.

3. Het modelrecht: het alleenrecht om een product met een bepaalde vormgeving op de markt te brengen.

Deze rechten worden gewaarborgd als gevolg van internationale afspraken, Europese regelgeving, regionale wetgeving en nationale wetgeving. Er wordt een erkende autoriteit benoemd die de rechten registreert en de daarbij behorende bijlagen als bewijsstukken bewaard. De overheid is bevoegd heffingen vast te stellen voor de registratie en instandhouding van deze rechten. De autoriteit is voorzover de regels dit toelaten bevoegd om zelf een onderzoek in te stellen voordat ze de aangemelde rechten registreert. De rechten worden beschouwd als vermogensrechten, waarmee rechtshandelingen kunnen worden verricht als overdracht, verpanding, vererving of inbeslagname. Als uitvoerend bureau is blijkens artikel 1 van de Merkenwet aangewezen het Bureau voor de Industriële Eigendom (BIE). Het BIE bestaat vanaf 1893 als instituut van openbaar gezag voor het gedeponeerde handelsmerk, vanaf 1910 is binnen het BIE de Octrooiraad ingesteld.

In het RIO wordt niet nader ingegaan op kwesties met betrekking tot de handelsnaam als industriële eigendom. De rol van de Kamers van Koophandel met betrekking tot het handelsregister is beschreven in het institutioneel onderzoek naar de Kamers van Koophandel.

Een octrooi is een van overheidswege toegekend uitsluitend recht met betrekking tot de uitvinding van een nieuw voortbrengsel of een nieuwe werkwijze. Octrooien zijn vermogensrechten die als zodanig zijn geregistreerd in een octrooiregister. Octrooien zijn openbaar. Dit kan bij uitvindingen van militaire betekenis in strijd zijn met belang van de veiligheid van de staat en zijn bondgenoten. De Rijksoctrooiwet kent vanaf de wijziging van 1956 (Stb. 685) expliciet aan de Minister van Defensie bevoegdheden toe om in te grijpen in het octrooirecht ter wille van de verdediging van het Koninkrijk. Het recht van de octrooihouder wordt, voorzover het niet door anderen wordt aangetast door het inroepen van nietigheid, onder meer beperkt door de bevoegdheid van de rijksoverheid om dwanglicenties op te leggen.

De bevoegdheden van het rijk om nader te mogen ingrijpen in het belang van houders van merken en erkende modellen of tekeningen is nader geregeld in de Wet bestrijding namaakproducten, waarbij het rijk op verzoek van een houder tegen betaling van bij AMVB vastgestelde administratiekosten namaakproducten mag opsporen. De uitvoering van deze opsporingswerkzaamheden berust bij de Economische Controledienst.

Regeling
Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Economische Mededinging en Industrieel Eigendom vanaf 1946 (Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
01-07-2018
BWB-id
BWBR0023245
Versie
2018-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl