wetzoeker

4.3.1 Economisch verkeer Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Economische Mededinging en Industrieel Eigendom vanaf 1946 (Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)

Het Mededingingsbeleid maakt deel uit van een groter beleidsterrein, het economische verkeer, dat tegenwoordig gericht is op de bevordering van de vrije marktwerking, zoals overeengekomen in art. 85-86 van het EG-verdrag van 1958. Het doel is de regeling van de vereiste goede economische omgangsvormen. Het institutioneel onderzoek beslaat de volgende deelterreinen:

– Mededingingsbeleid op privaatrechtelijk niveau (garantie van industriële eigendom) en op publiekrechtelijk niveau (regelgeving met betrekking tot economische mededinging).

– De vraag of het rijk zelf mag ingrijpen op het gebied van prijzen en de distributie van goederen ofwel het prijsbeleid van het Ministerie.

– Consumentenbescherming, waaronder het consumentenkrediet.

– De economische controle.

In de loop van de vorige eeuw heeft op het gebied van economisch verkeer de rechterlijke macht een belangrijke rol gespeeld bij de formulering van rechtsregels met betrekking tot het economisch verkeer. Na de Tweede Wereldoorlog zijn tal van formele afspraken van particuliere organen tot stand gekomen in de vorm van standaardcontracten, gedragscodes van beroepsorganisaties en andere vormen van zelfregulering waarnaar de wetgever in zijn regels verwijst als hij termen ‘behoorlijk’ gebruikt.

De overheid kan daarnaast zelf sturen omdat zij in het landsbelang regels vaststelt. Het beleid ten aanzien van het economisch verkeer bestaat uit afwegingen over de wenselijkheid en/of noodzaak en de effectiviteit van deze maatregelen. Deze afwegingen worden mede aangestuurd door internationale verdragen, regelgeving door de Benelux Unie (vanaf 1950) en door de verschillende Europese verdragsgemeenschappen. Tijdens de opstelling van het RIO heeft het Ministerie van Economische Zaken de volgende doelstelling voor zijn beleid vastgesteld:

1. de entreebelemmeringen naar markten en beroepsgroepen verder te verminderen;

2. de administratieve lasten over een breed front drastisch terug te brengen;

3. waar mogelijk effectieve concurrentie in de nutssectoren resp. de (semi-) publieke sector;

4. het aanpakken van de concurrentievervalsing door overheidsinstellingen.

In het RIO wordt nader ingegaan op de internationale kaders die mede tot het administratief handelen van de Minister heeft geleid en bijgevolg tot gegevens in de bureaus van zijn Ministerie. Deze kaders zijn:

– Internationale verdragsorganen, met name op het gebied van het industriële eigendom;

– De samenwerkingsverbanden tussen België Nederland en Luxemburg (BENELUX);

– De lichamen van Europese eenwording als EGKS, EEG;

– Kennisbevordering, voorzover het de bevorderen van uitvindingen onder het Ministerie belast met wetenschapsbeleid valt en/of tevens deel uitmaakt van de ondersteuning van technologische vernieuwing;

– Heffingen van rechten op octrooien, door het Ministerie van Financiën;

– Warenbescherming, omdat het tegengaan van misleidende reclame voor een deel onder de warenwetgeving valt, die wordt aangestuurd door het Ministerie, belast met gezondheidszorg.

De handhaving van behoorlijk economisch verkeer vertoont raakpunten met beleidsterreinen van verschillende Ministeries. Handelingen die in strijd zijn met behoorlijk economisch verkeer kunnen als economische misdrijven worden aangemerkt. Een en ander is daadwerkelijk gebeurd in art. 1 van het Besluit berechting economische delicten (Stb. No E 135), dat werd vervangen door de Wet op de economische delicten, (Stb. 1951, 214). De daarin omschreven handelingen zijn strafbare handelingen van ondernemingen. De vaststelling van de strafbaarheid geschiedt of is geschied in het kader van beleidsterreinen van verschillende Ministeries, zoals:

– Sociale Zaken (handelingen in strijd met de arbeidswetgeving);

– Landbouw (handelingen in strijd met bepalingen op het gebied van landbouwproductie);

– Volksgezondheid (handelingen in strijd met de Warenwet en veiligheidsvoorschriften);

– VROM (handelingen in strijd met milieuvoorschriften);

– Financiën (handelingen in strijd met de Belastingwet en de Bankwet);

– Justitie (al dan niet met het bovenstaande samenvallende handelingen die voorkomen in het Wetboek van Strafrecht, met name fraude).

Regeling
Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Economische Mededinging en Industrieel Eigendom vanaf 1946 (Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
01-07-2018
BWB-id
BWBR0023245
Versie
2018-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl