– Voorlichting en advies (deel 1) Besluit Vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Meteorologie (Minister van Verkeer en Waterstaat)
Om aan de groeiende vraag naar voorlichting en advies over het weer te voldoen, streefde het KNMI naar een verbetering van de flexibiliteit in de dienstuitvoering en naar de verhoging van efficiency. De berichtgeving werd zoveel mogelijk afgestemd op de afnemers. Er zijn door de tijd heen globaal twee hoofdgroepen gebruikers te onderscheiden: de anonieme belanghebbenden en belangstellenden en de georganiseerde belanghebbenden.
Anonieme belanghebbenden en belangstellenden: deze groep maakt gebruik van weerberichtgeving via radio, krant en vanaf de jaren vijftig de TV en telefoon. Om aan de uiteenlopende behoeften van deze grote groep zoveel mogelijk tegemoet te komen, werd in de loop van de zestiger, zeventiger en tachtiger jaren het aanbod in weerberichtgeving gedifferentieerd. Zo kwamen er recreatie- en standweerberichten en werden er in samenwerking met de ANWB mist- en gladheidswaarschuwingen uitgegeven. Vanaf 1980 ging het KNMI weerberichten op achtereenvolgens Viditel, Videotex Nederland en Teletekst verzorgen. Werd er al vanaf het eind van de zestiger jaren een driedaagse weersverwachting gemaakt op grond van computergegevens uit de Verenigde Staten, vanaf 1980 ging het KNMI op basis van gegevens van het ECMWF vijfdaagse weersverwachtingen opstellen.
Georganiseerde belanghebbenden: deze groep moet -mede op grond van weerberichten- beslissingen nemen, soms met verstrekkende gevolgen. De geheel aan de specifieke behoefte aangepaste weerberichten worden via speciale kanalen verspreid. Er vindt over de gewenste vorm en overbrenging van informatie overleg plaats met de vertegenwoordigende organisaties. Als georganiseerde belanghebbenden zijn onder meer te noemen: de bouwnijverheid, de land- en tuinbouw, de verzekeringsbranche, de energiebedrijven, de olie-industrie, de luchtvaart en de scheepvaart. Hierbij wordt tevens de invloed van luchtvervuiling op weersverschijnselen en de effecten hiervan op de verschillende maatschappelijke sectoren vanaf de jaren zestig steeds meer het onderwerp van advies door het KNMI.
Midden jaren negentig ontstond door onder andere financiële kortingen uit Den Haag een meer commerciële koers te gaan varen, daar waar het de benadering van klanten voor specifieke weersverwachtingen betrof. Of het nu de Bouw of de recreatiesector betrof. Vandaar dat binnen het instituut KNMI Advies werd opgericht – een afdeling met een hoog marketing-gehalte, waarbij zo veel mogelijk op de wensen van de klanten werd ingespeeld. Hierbij ontstonden echter wrijvingen met weerproviders als het in 1986 opgerichte MeteoConsult, die dit soort activiteiten van het KNMI als oneerlijke concurrentie zagen. Na overleg met de politiek werden doorzichtige prijsberekeningen voor zowel half- als eindproducten gemaakt, voor zowel ‘eigen gebruik’ als verstrekking aan derden. Maar deze spagaat binnen het KNMI kon de wrevel van MeteoConsult niet wegnemen en en na een rapportage van de Commissie Cohen werd besloten dat per 1998 de commerciële tak het KNMI zou gaan verlaten; de oprichting van HWS (Holland Weer Service) is Soest was daarmee een feit. Aanvankelijk bleef het Ministerie van Verkeer en Waterstaat de (enige) aandeelhouder, maar na verloop van tijd werden dit belang overgedaan aan een der directeuren, waarna later aansluiting bij de Japanse multinational WNI (WeatherNews International) volgde. Zij verzorgen per die datum net als MeteoConsult onder meer de weerberichtgeving voor de media en speciale diensten als watersportverwachtingen voor -betalende- klanten. Het KNMI levert halfproducten tegen vastgestelde prijzen. In het kader van ICAO-richtlijnen blijft het KNMI als overheidsdienst wel verantwoordelijk voor de meteorologische luchtvaartbegeleiding die echter vanwege verregaande automatisering in de meeste gevallen -gecentraliseerd- uit De Bilt zal komen. Een waarnemer zal slechts op de vliegvelden worden ingezet wanneer de weersomstandigheden dit verlangen. Een andere taak die bij het KNMI blijft is het waarschuwen voor gevaarlijk, ‘maatschappij-ontwrichtende’ omstandigheden, het zogenaamde WeerAlarm.
Er kwam een toenemende behoefte aan meteorologische advisering vanuit de economische sector. Naast de verfijning van de reeds bestaande land- en tuinbouwweerberichtgeving, werd er een specifieke berichtgeving voor de bouwnijverheid ontwikkeld. Vanwege de grote bouwactiviteiten begon het KNMI in overleg met de Studiecommissie Weersinvloeden, het Ministerie van Volkshuisvesting en Bouwnijverheid, de PTT en een groep deskundigen uit de bouwnijverheid in 1956 met de uitgifte van bouwweerberichten. Om aan verzoeken om advies van de energiebedrijven te voldoen begon het KNMI een wintertemperatuuradvisering aan de Samenwerkende ElectriciteitsProductiebedrijven en de NV Nederlandse Gasunie. Tevens kwam er een wintertemperatuuradvisering aan het Storingsbureau van de Nederlandse Spoorwegen omtrent sneeuw en ijzel.
Ook bij de olie-exploitatie in de Noordzee speelde het KNMI vanaf het begin een voorlichtende rol. Er werd informatie verstrekt ten behoeve van boorplatforms, onder andere aan de Nederlandse Aardolie Maatschappij, over te verwachten weer- en golfbewegingen. Ook bij de uitvoering van de Deltawerken werden meteorologische adviezen verstrekt. Hiervoor richtte het KNMI het buitenstation Zierikzee op, dat na beëindiging van de Deltawerken in de loop van 1988 werd opgeheven. De meteorologische begeleiding van de stormvloedkering in de Oosterschelde werd aansluitend verricht door de Maritiem Meteorologische Dienst in Hoek van Holland, met een nevenvestiging in Middelburg.
Ook de weerberichtgeving voor de luchtvaart ontwikkelde zich snel, zowel wat betreft de organisatie als de techniek. Na de oorlog werd als onderdeel van het KNMI een aparte luchtvaartmeteorologische dienst ingesteld voor de luchtvaartweerberichtgeving, zoals dat al in Engeland de gewoonte was. De Luchtvaart Meteorologische Dienst (LMD) van het KNMI verzorgde het verstrekken van weerberichten ten behoeve van de burgerluchtvaart. Door deze dienst werden luchthaven- en landingsverwachtingen, routeverwachtingen voor uitgaande vluchten, verwachtingen voor de kleine luchtvaart vervaardigd en verstrekt. De operationele verantwoordelijkheid ligt bij de Luchtverkeersbeveiliging (LVB), tot de verzelfstandiging in 1992 een onderdeel van de Rijksluchtvaartdienst.
De luchtvaartmeteorologie heeft altijd een sterk internationaal karakter gekend. Op dit terrein speelt naast de WMO de ICAO, die in de meteorologie behoeftestellend optreedt, een belangrijke rol. Hierbij staat de veiligheid van de burgerluchtvaart voorop, waarbij de criteria van de WMO voor standaardisatie van de waarnemingen en de uitwisseling van gegevens de uitgangspunten zijn. Ieder vliegveld moet voortdurend kunnen beschikken over gegevens van actueel en te verwachten weer. Het KNMI heeft zitting in de diverse commissies en werkgroepen van de ICAO, die zich bemoeien met luchtvaartmeteorologie.
Het KNMI is daarnaast voortgegaan met de levering van speciale weersverwachtingen voor de scheepvaart, de kustwacht, de havens en voor particuliere afnemers. Sinds lange tijd hebben schepen met meteo-apparatuur op vaste tijden hun waarnemingen aan het KNMI verzonden. De in Nederland geregistreerde schepen stuurden bovendien hun stromingswaarnemingen en meteorologische journalen op.
Het KNMI leverde weersverwachtingen voor de schepen en klimatologische atlassen van oceanen. Dit leidde in 1960 tot een nieuwe vorm van dienstverlening: de scheepsroutering. Hierbij werd de bij het KNMI aanwezige kennis op het gebied van oceanografie en maritieme meteorologie gekoppeld aan praktische kennis van navigatie van speciaal daartoe in dienst genomen stuurlieden, om de meest gunstige route aan te bevelen voor het oversteken van de Atlantische Oceaan. Zo ontstond de Dienst voor de Scheepsroutering. Het grote voorbeeld hierbij was de LMD, die iets dergelijks al deed voor de luchtvaart. De scheepsroutering is in 1987 als taak door het KNMI afgestoten.
- Regeling
- Besluit Vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Meteorologie (Minister van Verkeer en Waterstaat)
- Soort
- Archiefselectielijst
- Geldend vanaf
- 09-01-2008
- BWB-id
- BWBR0023231
- Versie
- 2008-01-09_0