wetzoeker

Artikel 31 Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties

Overige bepalingen

1 De migrerende beroepsbeoefenaar die op grond van hoofdstuk 2 of hoofdstuk 3 erkenning van beroepskwalificaties heeft verkregen respectievelijk is toegelaten als dienstverrichter, of die een Europese beroepskaart heeft verkregen met het oog op beroepsuitoefening in Nederland, beschikt over de talenkennis die voor de uitoefening van het desbetreffende gereglementeerde beroep is vereist.

2 Onze Minister die het aangaat kan besluiten de talenkennis, bedoeld in het eerste lid, te controleren:

a. bij gereglementeerde beroepen met implicaties voor patiëntveiligheid;

b. bij de overige gereglementeerde beroepen, in geval van ernstige en concrete twijfel.

3 De taalcontrole is evenredig aan de uit te oefenen beroepswerkzaamheden en beperkt zich tot de kennis van één officiële taal in Nederland.

Regeling
Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties
Soort
Wet
Geldend vanaf
26-08-2021
BWB-id
BWBR0023066
Versie
2021-08-26_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl