wetzoeker

Artikel 30a Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties

Tijdelijke en incidentele dienstverrichting

1 Onze Ministers die het aangaat kunnen onderling informatie opvragen over een dienstverrichter en zij verstrekken onderling informatie over een dienstverrichter voor zover noodzakelijk voor de afhandeling van een klacht van een afnemer over de dienstverrichter in het kader van de beroepsuitoefening.

2 Onze Minister die het aangaat verstrekt aan een bevoegde autoriteit van een andere betrokken staat dan Nederland op diens verzoek en mits het verzoek deugdelijk is gemotiveerd, informatie over een dienstverrichter voor zover noodzakelijk voor de afhandeling van een klacht van een afnemer over de dienstverrichter in het kader van de beroepsuitoefening.

3 Onze Minister die het aangaat kan bij een bevoegde autoriteit van een andere betrokken staat dan Nederland informatie opvragen over een dienstverrichter voor zover noodzakelijk voor de afhandeling van een klacht van een afnemer over de dienstverrichter in het kader van de beroepsuitoefening en mits het verzoek om informatie deugdelijk is gemotiveerd.

4 Dit artikel geldt onverminderd het bepaalde in de artikelen 34 tot en met 34b.

Regeling
Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties
Soort
Wet
Geldend vanaf
26-08-2021
BWB-id
BWBR0023066
Versie
2021-08-26_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl