wetzoeker

Artikel 28 Binnenvaartwet

Vaarbewijzen, kwalificatiecertificaten en specifieke vergunningen

1 Onze Minister wijst de deskundigen aan die belast zijn met het onderzoek naar de lichamelijke en geestelijke geschiktheid, bedoeld in artikel 26, tweede lid, onderdeel a, en artikel 26a, vijfde lid, onderdeel a. De deskundige geeft een verklaring af, indien het onderzoek met gunstig gevolg heeft plaatsgevonden.

2 Indien de in het eerste lid bedoelde verklaring daartoe aanleiding geeft, kunnen aan het kwalificatiecertificaat of het vaarbewijs voorschriften of beperkingen worden verbonden, die op het vaarbewijs of kwalificatiecertificaat worden opgenomen.

3 Indien de afgifte van een in het eerste lid bedoelde verklaring wordt geweigerd of indien blijkt uit die verklaring dat het gaat om een beperkte geschiktheid, dan wordt de aanvrager op diens aanvraag door een andere door Onze Minister aangewezen deskundige nogmaals onderzocht. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.

4 De deskundige gaat eerst tot een onderzoek over nadat de aanvrager zich heeft gelegitimeerd.

5 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald in welke gevallen het onderzoek achterwege blijft en op welke wijze en voor welk soort vaarbewijs, kwalificatiecertificaat of specifieke vergunning de aanvrager zijn lichamelijke en geestelijke geschiktheid opnieuw aantoont.

6 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het onderzoek of de verklaring van lichamelijke en geestelijke geschiktheid.

7 Het is de gezagvoerder of de werkgever verboden te handelen in strijd met de voorschriften die ingevolge het tweede lid zijn verbonden aan een vaarbewijs, een kwalificatiecertificaat of een specifieke vergunning.

Regeling
Binnenvaartwet
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-06-2025
BWB-id
BWBR0023009
Versie
2025-06-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl