wetzoeker

Adelsbeleid na 1945 Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Adelsbeleid, adelsrecht en decoratiestelsel vanaf 1945 (Minister van Verkeer en Waterstaat)

Sinds de invoering van artikel 63 in de Grondwet van 1848 tot 1953 is de bepaling dat ‘De Koning adeldom verleent’ ongewijzigd gebleven. Hetzelfde artikel bepaalde dat ‘vreemde adeldom door geen Nederlander kan worden aangenomen.’ Een verandering in het beleid was het (informeel) besluit van de Raad van ministers op 21 november 1953:

1. erkenning te behoren tot de Nederlandse adel alleen op bewijs, dat men behoort tot een geslacht dat vóór 1795 al tot de adel hoorde;

2. inlijving wordt van geval tot geval beoordeeld;

3. verheffing in de adel dient achterwege te blijven. Voor leden van het koninklijk huis is een uitzondering mogelijk.

Artikel 74 lid 1 van de Grondwet 1972 heeft als basis gediend bij het toekennen van titels aan (toekomstige) leden van het Koninklijk Huis, zoals aan Claus von Amsberg en de kinderen die uit zijn huwelijk met H.K.H. Prinses Beatrix geboren zouden worden. Ook op basis daarvan zijn voorzieningen getroffen in verband met het huwelijk van H.K.H. Prinses Margriet en Pieter van Vollenhoven. De volgende aanpassingen vonden bij de invoering van de Wet op de adeldom ten opzichte van de Grondwet 1953 plaats: erkenning, inlijving en verheffing.

In artikel 74 van de Grondwet 1972 stond nog steeds slechts vermeld:‘de koning verleent adeldom’, maar niet aan wie, waarom en wanneer adeldom verleend kon worden, hoeveel ervoor betaald moest worden en wie hierin adviseert. Het adelsbeleid dat tot dusver gevoerd was, had een te smalle juridische basis en de Tweede Kamer wilde dat daar verbetering in kwam. Daarom werd in de Grondwet van 1983 additioneel artikel XXV (Staatsblad 70) in plaats van artikel 74 lid 1 opgenomen, waarin werd vastgelegd dat deze zaken bij wet geregeld moesten worden. Een wet kan namelijk gemakkelijker veranderd of ingetrokken worden dan een Grondwet.

Tot slot kan nog worden vermeld dat het omgekeerde van verlening, het verlies van adeldom, zich onder omstandigheden (bijvoorbeeld door een strafrechtelijk vonnis of door het zonder toestemming in dienst treden van een buitenlandse Soeverein) kan voordoen, met name door royement. Royement is echter niet wettelijk geregeld, maar ‘men mag aannemen, dat degene die adeldom verleent (de Koning) deze ook weer kan ontnemen en dat dit derhalve bij Koninklijk besluit zal dienen te geschieden.’ Het heeft zich in deze eeuw slechts nog één keer voorgedaan: jonkheer Pieter Laurens van Beyma werd op eigen verzoek uit de Nederlandse adel geroyeerd. Royement op eigen verzoek wordt ontraden, omdat eventuele na royement geboren afstammelingen niet tot de adel zullen behoren. Van 1945 tot 1994 zijn acht Koninklijk besluiten tot erkenning van adeldom tot stand gekomen en 26 personen ingelijfd. Er is ook een aantal verzoeken tot adelsverlening geweigerd.

In 1989 werd aan de voorbereiding van een wet op de adeldom begonnen; deze wet werd op 2 juni 1994 in het Staatsblad gepubliceerd. Deze bevat een wettelijke regeling voor het verlenen van adeldom, het heffen van taxa en het geven van een wettelijke basis voor de Hoge Raad van Adel en zijn taken. Het adelsrecht werd gezien als een historisch gegroeid instituut, dat als zodanig alleen kan worden gehandhaafd, maar dat zijn grondslag verliest als men zou proberen het naar eigentijdse denkbeelden te wijzigen of in te richten. Daarom is ervan afgezien het adelsrecht opnieuw te codificeren. Op grond van artikel 8 van de Wet op de adeldom kunnen alle personen die bij de inwerkingtreding van de wet reeds Nederlander waren gedurende een periode van vijf jaar, een verzoek tot inlijving doen.

Anno 1998 is het voeren van een adellijk distinctief (titel of predicaat) het enige voorrecht voor de Nederlandse adel. Ingevolge artikel 2 van het Soeverein besluit van 13 februari 1815, nr. 60 worden titels toegekend of verleend door de Koning.

Regeling
Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Adelsbeleid, adelsrecht en decoratiestelsel vanaf 1945 (Minister van Verkeer en Waterstaat)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
07-12-2007
BWB-id
BWBR0022934
Versie
2007-12-07_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl