Besluit bodemkwaliteit
Besluit van 22 november 2007, houdende regels inzake de kwaliteit van de bodem (Besluit bodemkwaliteit)
- Soort
- AMvB
- Geldend vanaf
- 01-07-2026
- Afkortingen
- Bbk
- Rechtsgebied
- Ruimtelijke ordening en milieu
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- BWB-id
- BWBR0022929
- Versie
- 2026-07-01_0
- SHA-256 bron
- 2e441284f10069141c3dee5f1318e567ca1a1546ffe587ecf9f11ac4f98892f7
Inhoud (100)
- Artikel 1
- Artikel 1a
- Artikel 2
- Artikel 3
- Artikel 4
- Artikel 5
- Artikel 6
- Artikel 7
- Artikel 8
- Artikel 8a
- Artikel 9
- Artikel 10
- Artikel 11
- Artikel 12
- Artikel 13
- Artikel 14
- Artikel 15
- Artikel 16
- Artikel 17
- Artikel 18
- Artikel 19
- Artikel 20
- Artikel 21
- Artikel 22
- Artikel 23
- Artikel 24
- Artikel 25
- Artikel 25a
- Artikel 25b
- Artikel 25c
- Artikel 25d
- Artikel 25e
- Artikel 25f
- Artikel 25g
- Artikel 25h
- Artikel 26
- Artikel 27
- Artikel 28
- Artikel 29
- Artikel 30
- Artikel 31
- Artikel 32
- Artikel 33
- Artikel 33a
- Artikel 33b
- Artikel 33c
- Artikel 33d
- Artikel 34
- Artikel 35
- Artikel 36
- Artikel 37
- Artikel 38
- Artikel 39
- Artikel 40
- Artikel 41
- Artikel 42
- Artikel 43
- Artikel 44
- Artikel 45
- Artikel 46
- Artikel 47
- Artikel 48
- Artikel 49
- Artikel 50
- Artikel 51
- Artikel 52
- Artikel 53
- Artikel 54
- Artikel 55
- Artikel 56
- Artikel 57
- Artikel 58
- Artikel 59
- Artikel 60
- Artikel 61
- Artikel 62
- Artikel 63
- Artikel 64
- Artikel 65
- Artikel 66
- Artikel 67
- Artikel 68
- Artikel 69
- Artikel 70
- Artikel 71
- Artikel 72
- Artikel 73
- Artikel 74
- Artikel 75
- Artikel 76
- Artikel 77
- Artikel 78
- Artikel 79
- Artikel 80
- Artikel 81
- Artikel 82
- Artikel 82a
- Artikel 83
- Artikel 84
- Bijlage 1 — behorende bij artikel 28, eerste en tweede lid en 41
Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen
Artikel 1
1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt, tenzij anders bepaald, verstaan onder:
accreditatie: bewijs waarmee de Raad voor Accreditatie kenbaar maakt dat gedurende een bepaalde periode een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat de hierin genoemde persoon of instelling competent is voor het uitvoeren van de desbetreffende werkzaamheid;
afleverbon: begeleidend document bij een partij van een bouwstof of een partij grond of baggerspecie dat bij de afgifte van een milieuverklaring bodemkwaliteit wordt verstrekt en dat tot doel heeft de partij te identificeren als partij waarop de verklaring betrekking heeft;
baggerspecie: materiaal dat is vrijgekomen uit de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam en dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter;
bodem: bodem als bedoeld in de bijlage bij de Omgevingswet;
bodemfunctie: bodemfunctie als bedoeld in artikel 5.89p van het Besluit kwaliteit leefomgeving, zoals aangegeven in het omgevingsplan;
bodemfunctieklasse: bodemfunctieklasse als bedoeld in artikel 5.89p van het Besluit kwaliteit leefomgeving waarin de ontvangende landbodem in het omgevingsplan is ingedeeld;
bodemkwaliteitskaart: kaart als bedoeld in artikel 25c, derde lid;
bouwstof: materiaal dat is bestemd om te worden toegepast, waarin de totaalgehalten aan silicium, calcium en aluminium tezamen meer dan 10 gewichtsprocent van dat materiaal bedragen, met uitzondering van vlakglas, metallisch aluminium, grond of baggerspecie;
certificaat: verklaring waarmee een door Onze Minister erkende certificeringsinstelling kenbaar maakt dat gedurende een bepaalde periode een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat de hierin genoemde persoon voldoet aan het voor de certificering geldende normdocument;
erkenning bodemkwaliteit: op grond van artikel 9, eerste lid, gegeven beschikking waarbij wordt vastgesteld dat een persoon of een instelling voor een werkzaamheid voldoet aan de bij of krachtens dit besluit geldende voorwaarden;
grond: vast materiaal dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter, niet zijnde baggerspecie;
instelling: certificeringsinstelling, inspectie-instelling, laboratorium of andere instelling, die beoordeelt of een persoon, stof, product, installatie, voorziening of ander object overeenstemt met een normdocument;
landbodem: bodem, niet zijnde waterbodem;
mijnsteen: bouwstof, in hoofdzaak bestaande uit gebroken schalie en zandsteen met bijmengingen van kolengruis, die als nevengesteente is vrijgekomen bij de winning van steenkool;
milieuverklaring bodemkwaliteit: overeenkomstig dit besluit afgegeven schriftelijke verklaring over de kwaliteit van een partij bouwstof, grond, baggerspecie, mijnsteen, vermengde mijnsteen of de bodem en die bedoeld is om, behoudens bewijs van onjuistheid of onvolledigheid, als wettig bewijsmiddel te dienen dat aan de toepasselijke kwaliteitseisen is voldaan;
normdocument: op grond van artikel 25 aangewezen beoordelingsrichtlijn, protocol of andere richtlijn, code, aanbeveling of norm waarin eisen zijn opgenomen ter bevordering van de kwaliteit van werkzaamheden of de uitvoering daarvan;
persoon: natuurlijk persoon of rechtspersoon;
Raad voor Accreditatie: Raad voor Accreditatie als bedoeld in artikel 1 van de Wet aanwijzing nationale accreditatie-instantie;
tarragrond: aanhangende grond die vrijkomt bij het behandelen van het gewas na de oogst;
vermengde mijnsteen: bouwstof, bestaande uit mijnsteen die met ten hoogste 80 gewichtsprocent grond of baggerspecie is vermengd;
vormgegeven bouwstof: bouwstof met een volume per kleinste eenheid van ten minste 50 cm3, die onder normale omstandigheden een duurzame vormvastheid heeft;
waterbodem: bodem van een oppervlaktewaterlichaam waarvan het beheer van de waterkwaliteit bij het Rijk of het waterschap berust;
werkzaamheid: op grond van artikel 8a aangewezen werkzaamheid.
2 Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt een hoeveelheid bouwstoffen als een partij aangemerkt als de bouwstoffen een vergelijkbare aard en samenstelling en dezelfde herkomst of producent hebben en als eenheid worden verhandeld of toegepast.
3 Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt een hoeveelheid grond, baggerspecie, mijnsteen of vermengde mijnsteen als een partij aangemerkt als dat materiaal een vergelijkbare aard en samenstelling heeft en een eenheid vormt die is ontstaan door:
a. het ontgraven van een hoeveelheid van het materiaal, die van oorsprong in de bodem:
1°. fysiek aaneengesloten is; of
2°. gedeeltelijk onderbroken is en waarbij de onderlinge afstand tussen de niet aaneengesloten hoeveelheden niet meer dan 25 m bedraagt;
b. het ontgraven van een van oorsprong in de bodem niet fysiek aaneengesloten hoeveelheid van dat materiaal die niet meer dan 25 m3 bedraagt;
c. het bewerken van het materiaal; of
d. het samenvoegen of splitsen van partijen van het materiaal.
4 Een milieuverklaring bodemkwaliteit kan de vorm hebben van een verklaring op grond van een partijkeuring, erkende kwaliteitsverklaring, fabrikant-eigenverklaring, verklaring op grond van een bodemonderzoek of verklaring op grond van een bodemkwaliteitskaart.
Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen
Artikel 1a
Vervallen
Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen
Artikel 2
Vervallen
Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen
Artikel 3
Vervallen
Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen
Artikel 4
Vervallen
Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen
Artikel 5
Vervallen
Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen
Artikel 6
Vervallen
Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen
Artikel 7
Vervallen
Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen
Artikel 8
Vervallen
Hoofdstuk 2 — Kwaliteit van de uitvoering van een werkzaamheid › Afdeling 1 — Erkenning van personen en instellingen
Artikel 8a
Bij ministeriële regeling worden met betrekking tot bouwstoffen, grond, baggerspecie, de bodem of bodemenergiesystemen werkzaamheden aangewezen als bedoeld in artikel 11a.2, tweede lid, van de Wet milieubeheer.
Hoofdstuk 2 — Kwaliteit van de uitvoering van een werkzaamheid › Afdeling 1 — Erkenning van personen en instellingen
Artikel 9
1 Onze Minister kan op aanvraag voor een werkzaamheid een erkenning bodemkwaliteit verlenen aan een persoon of een instelling.
2 De beschikking vermeldt ten minste de naam van de persoon of instelling, de werkzaamheid, de vestigingsplaats en, indien van toepassing, de naam van de natuurlijk persoon die werkzaam is voor de erkende persoon of instelling en die een van de bij regeling van Onze Minister aangewezen handelingen uitvoert.
3 Een erkenning bodemkwaliteit wordt voor onbepaalde tijd verleend.
4 Onze Minister stelt lijsten met erkende personen en instellingen beschikbaar via een door Onze Minister aangewezen website. Het besluit tot aanwijzing van de website wordt in de Staatscourant geplaatst.
5 Een erkenning bodemkwaliteit is niet overdraagbaar.
Hoofdstuk 2 — Kwaliteit van de uitvoering van een werkzaamheid › Afdeling 1 — Erkenning van personen en instellingen
Artikel 10
1 Een aanvraag voor een erkenning bodemkwaliteit wordt door middel van een door Onze Minister vastgesteld formulier, ingediend bij Onze Minister.
2 Bij de aanvraag worden ten minste de volgende gegevens verstrekt:
a. de naam en het adres van de aanvrager;
b. de werkzaamheid waarop de aanvraag betrekking heeft;
c. het certificaat of de accreditatie voor de werkzaamheid;
d. de vestigingsplaats van de persoon of instelling;
e. indien van toepassing, de naam en een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, die niet ouder is dan zes maanden, van de natuurlijk persoon als bedoeld in artikel 9, tweede lid.
3 Onze Minister kan nadere regels stellen met betrekking tot de in het tweede lid bedoelde gegevens.
Hoofdstuk 2 — Kwaliteit van de uitvoering van een werkzaamheid › Afdeling 1 — Erkenning van personen en instellingen
Artikel 11
1 Onze Minister beslist binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.
2 Onze Minister verleent de erkenning bodemkwaliteit geheel of gedeeltelijk, indien de desbetreffende persoon of instelling:
a. niet in staat van faillissement of surseance van betaling verkeert; en
b. heeft voldaan aan artikel 10, tweede lid.
3 Bij regeling van Onze Minister wordt aangegeven of een erkenning bodemkwaliteit voor een werkzaamheid wordt gebaseerd op een certificaat of een accreditatie.
4 Een erkenning bodemkwaliteit kan geheel of gedeeltelijk worden geweigerd, indien de desbetreffende persoon of instelling of een bestuurder van deze persoon of instelling, in de drie jaren voorafgaande aan de aanvraag een overtreding heeft begaan van een wettelijk voorschrift dat is gesteld bij of krachtens dit besluit of de Omgevingswet, een krachtens dit besluit aangewezen normdocument of artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover de overtreding verband houdt met een werkzaamheid.
5 Een erkenning bodemkwaliteit kan worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
6 Voordat toepassing wordt gegeven aan het vijfde lid, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.
Hoofdstuk 2 — Kwaliteit van de uitvoering van een werkzaamheid › Afdeling 1 — Erkenning van personen en instellingen
Artikel 12
1 Op verzoek van de erkende persoon of instelling kan de erkenning bodemkwaliteit worden gewijzigd. Artikel 9, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
2 Het verzoek wordt, door middel van een door Onze Minister vastgesteld formulier, ingediend bij Onze Minister. Artikel 10, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
3 Onze Minister beslist binnen vier weken na de datum van ontvangst van het verzoek. Artikel 11, tweede en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 2 — Kwaliteit van de uitvoering van een werkzaamheid › Afdeling 1 — Erkenning van personen en instellingen
Artikel 13
1 Met een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder e, wordt gelijkgesteld een verklaring omtrent het gedrag afgegeven door een daartoe bevoegde instantie in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, op basis van onderzoekingen of documenten die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het beschermingsniveau dat met de nationale onderzoekingen of documenten wordt geboden, mits die verklaring niet ouder is dan zes maanden.
2 Met een certificaat of accreditatie als bedoeld bij of krachtens dit besluit of in een normdocument wordt gelijkgesteld een certificaat of accreditatie afgegeven door een daartoe bevoegde instelling in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, op basis van onderzoekingen of documenten die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het beschermingsniveau dat met de nationale onderzoekingen of de normdocumenten wordt geboden.
3 Met een erkenning bodemkwaliteit wordt gelijkgesteld een erkenning bodemkwaliteit of een vergelijkbare beschikking afgegeven door een daartoe bevoegde instantie in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, op basis van voorwaarden die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het beschermingsniveau dat met de voorwaarden, genoemd in artikel 10, tweede lid, wordt geboden. De artikelen 9, vierde lid, en 24 zijn van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 2 — Kwaliteit van de uitvoering van een werkzaamheid › Afdeling 1 — Erkenning van personen en instellingen
Artikel 14
Vervallen
Hoofdstuk 2 — Kwaliteit van de uitvoering van een werkzaamheid › Afdeling 2 — Verboden en verplichtingen
Artikel 15
1 Het is verboden een werkzaamheid uit te voeren zonder daartoe verleende erkenning bodemkwaliteit.
2 De in artikel 9, tweede lid, bedoelde handelingen kunnen slechts worden uitgevoerd door een natuurlijke persoon die staat vermeld op de erkenning bodemkwaliteit.
3 Het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt niet voorzover de werkzaamheid wordt uitgevoerd voor het verkrijgen van een certificaat of een accreditatie.
Hoofdstuk 2 — Kwaliteit van de uitvoering van een werkzaamheid › Afdeling 2 — Verboden en verplichtingen
Artikel 16
Het is een persoon of instelling verboden een resultaat van een werkzaamheid te gebruiken of aan een ander ter beschikking te stellen indien hij weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat dit resultaat, gelet op het doel waarvoor dit wordt gebruikt, geen betrouwbaar beeld verschaft van de eigenschappen, aard, hoedanigheid of samenstelling van de bodem, grond, baggerspecie of bouwstof.
Hoofdstuk 2 — Kwaliteit van de uitvoering van een werkzaamheid › Afdeling 2 — Verboden en verplichtingen
Artikel 17
1 Een bij regeling van Onze Minister aangewezen instelling of persoon verricht niet een bij ministeriële regeling aangewezen handeling met betrekking tot bodem, grond, baggerspecie of bouwstof, waarop deze instelling of persoon een persoonlijk of zakelijk recht heeft.
2 Een bij regeling van Onze Minister aangewezen instelling of persoon verricht niet een bij ministeriële regeling aangewezen handeling ten aanzien van een persoon, een stof, een bouwstof, een product, een installatie, een voorziening of ander object, waarmee deze instelling of persoon een organisatorische, financiële of juridische binding heeft, tenzij deze binding alleen voortvloeit uit de overeenkomst tot uitvoering van de werkzaamheid.
3 Het eerste lid geldt niet voor degene die door middel van organisatorische maatregelen, op aantoonbare, transparante en controleerbare wijze, ervoor zorg heeft gedragen dat de werkzaamheid uitsluitend wordt verricht door een onderdeel van de organisatie dat of een persoon die:
a. geen financieel belang heeft bij de uitkomst van de werkzaamheid;
b. onder een andere bestuurlijke verantwoordelijkheid valt dan degene die een persoonlijk of zakelijk recht heeft op de bodem, grond, baggerspecie of bouwstof, en
c. onder de directe aansturing van een andere leidinggevende valt dan degene die een persoonlijk of zakelijk recht heeft op de bodem, grond, baggerspecie of bouwstof.
4 Indien een normdocument eisen bevat ten aanzien van organisatorische maatregelen als bedoeld in het derde lid voldoet de persoon of instelling die voor de desbetreffende werkzaamheid is erkend aan het derde lid, indien hij aan het normdocument voldoet.
Hoofdstuk 2 — Kwaliteit van de uitvoering van een werkzaamheid › Afdeling 2 — Verboden en verplichtingen
Artikel 18
1 Het is verboden een werkzaamheid uit te voeren in strijd met het daarvoor geldende normdocument.
2 Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover het afwijken van het normdocument bij wettelijk voorschrift is toegestaan.
Hoofdstuk 2 — Kwaliteit van de uitvoering van een werkzaamheid › Afdeling 2 — Verboden en verplichtingen
Artikel 19
De houder van een erkenning bodemkwaliteit meldt onverwijld aan een door Onze Minister aangewezen instantie zijn door de rechtbank uitgesproken faillissement of surseance van betaling. De melding geschiedt door middel van een door Onze Minister vastgesteld formulier.
Hoofdstuk 2 — Kwaliteit van de uitvoering van een werkzaamheid › Afdeling 2 — Verboden en verplichtingen
Artikel 20
Een certificeringsinstelling of de Raad voor Accreditatie meldt een schorsing of intrekking van een certificaat, onderscheidenlijk een accreditatie, voor een werkzaamheid onverwijld aan een door Onze Minister aangewezen instantie. De melding geschiedt door middel van een door Onze Minister vastgesteld formulier.
Hoofdstuk 2 — Kwaliteit van de uitvoering van een werkzaamheid › Afdeling 2 — Verboden en verplichtingen
Artikel 21
Vervallen
Hoofdstuk 2 — Kwaliteit van de uitvoering van een werkzaamheid › Afdeling 2 — Verboden en verplichtingen
Artikel 22
Vervallen
Hoofdstuk 2 — Kwaliteit van de uitvoering van een werkzaamheid › Afdeling 3 — Sancties
Artikel 23
1 Onze Minister kan een erkenning bodemkwaliteit geheel of gedeeltelijk intrekken:
a. op verzoek van de erkende persoon of instelling;
b. indien bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt, en kennis omtrent de juiste en volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;
c. indien het bewijs van certificatie of accreditatie voor de desbetreffende werkzaamheid is ingetrokken of niet meer geldig is;
d. indien de erkende persoon of instelling in staat van faillissement verkeert of surseance van betaling heeft verkregen, of
e. indien de erkende persoon of instelling of de natuurlijk persoon, bedoeld in artikel 9, tweede lid, een overtreding heeft begaan van een wettelijk voorschrift dat is gesteld bij of krachtens dit besluit of de Omgevingswet, een krachtens dit besluit aangewezen normdocument of artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover de overtreding verband houdt met een werkzaamheid.
2 Onze Minister kan een erkenning bodemkwaliteit voor een periode van ten hoogste twee jaren, geheel of gedeeltelijk schorsen, indien:
a. het bewijs van certificatie of accreditatie voor de desbetreffende werkzaamheid is geschorst, of
b. sprake is van een overtreding als bedoeld in het eerste lid, onder e.
3 Onze Minister kan een erkenning bodemkwaliteit intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
4 Voordat toepassing wordt gegeven aan het derde lid, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.
5 Indien een besluit tot intrekking of schorsing betrekking heeft op een certificeringsinstelling blijven de door deze instelling afgegeven certificaten gedurende zes maanden geldig.
6 Ingeval van aanwijzingen dat er sprake is van een overtreding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, kan Onze Minister de desbetreffende persoon of instelling verzoeken binnen een redelijke termijn een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens over te leggen, die niet ouder is dan twee maanden. Indien de desbetreffende persoon of instelling niet binnen de gestelde termijn aan dit verzoek voldoet of kan voldoen, kan Onze Minister de erkenning bodemkwaliteit voor een periode van ten hoogste twee jaren geheel of gedeeltelijk schorsen.
Hoofdstuk 2 — Kwaliteit van de uitvoering van een werkzaamheid › Afdeling 3 — Sancties
Artikel 24
Onze Minister verwerkt de schorsing en intrekking van de erkenning bodemkwaliteit in de lijsten, bedoeld in artikel 9, vierde lid.
Hoofdstuk 2 — Kwaliteit van de uitvoering van een werkzaamheid › Afdeling 3 — Sancties
Artikel 25
1 Onze Minister kan normdocumenten aanwijzen voorzover deze:
a. niet in strijd zijn met een wettelijk voorschrift;
b. zijn vastgesteld door organen waarin alle betrokken partijen zich konden laten vertegenwoordigen;
c. zowel qua inhoud als qua strekking voldoende duidelijk zijn, en
d. voldoende draagvlak hebben bij de betrokken partijen.
2 Met de normdocumenten worden gelijkgesteld documenten die zijn vastgesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, en een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het beschermingsniveau dat met de normdocumenten wordt geboden.
Hoofdstuk 2a — Afgifte van milieuverklaringen bodemkwaliteit
Artikel 25a
Dit hoofdstuk gaat over de afgifte van milieuverklaringen bodemkwaliteit en het daarvoor te verrichten onderzoek voor het uitvoeren van handelingen met bouwstoffen overeenkomstig artikel 25h en het toepassen van bouwstoffen, grond of baggerspecie overeenkomstig het Besluit activiteiten leefomgeving.
Hoofdstuk 2a — Afgifte van milieuverklaringen bodemkwaliteit
Artikel 25b
1 Een verklaring op grond van een partijkeuring heeft betrekking op de kwaliteit van bouwstoffen, grond of baggerspecie en wordt afgegeven voor een partij.
2 Een erkende kwaliteitsverklaring heeft betrekking op de kwaliteit van bouwstoffen, grond of baggerspecie en wordt afgegeven voor een partij of een product.
3 Een fabrikant-eigenverklaring heeft betrekking op de kwaliteit van bouwstoffen of bij ministeriële regeling aangewezen typen grond of baggerspecie en wordt afgegeven voor een product.
4 Een verklaring op grond van een bodemonderzoek heeft betrekking op de kwaliteit van de bodem op een in de verklaring aangegeven locatie of op de kwaliteit van grond, baggerspecie, mijnsteen of vermengde mijnsteen die uit de bodem op die locatie is of wordt ontgraven.
5 Een verklaring op grond van een bodemkwaliteitskaart heeft betrekking op de kwaliteit van de bodem op een in de verklaring aangegeven locatie op de bodemkwaliteitskaart of op de kwaliteit van grond of baggerspecie, die uit de bodem op die locatie is of wordt ontgraven.
Hoofdstuk 2a — Afgifte van milieuverklaringen bodemkwaliteit
Artikel 25c
1 Een verklaring op grond van een partijkeuring, erkende kwaliteitsverklaring of verklaring op grond van een bodemonderzoek wordt afgegeven op grond van een onderzoek dat is verricht door een persoon of instelling die beschikt over een erkenning bodemkwaliteit als die voor het uitvoeren van die werkzaamheid op grond van artikel 15, eerste lid, is vereist.
2 Een fabrikant-eigenverklaring wordt afgegeven door de producent op grond van een onderzoek dat voldoet aan de bij of krachtens dit besluit gestelde eisen.
3 Een verklaring op grond van een bodemkwaliteitskaart wordt afgegeven op grond van een onderzoek dat is verricht met gebruikmaking van een bodemkwaliteitskaart waarop de feitelijke kwaliteit van de bodem in het gebied waarop de kaart betrekking heeft is weergegeven en die voldoet aan de op grond van artikel 25g, zesde lid, gestelde eisen.
Hoofdstuk 2a — Afgifte van milieuverklaringen bodemkwaliteit
Artikel 25d
1 Een milieuverklaring bodemkwaliteit die betrekking heeft op de kwaliteit van bouwstoffen, vermeldt of de bouwstoffen voldoen aan de daarvoor geldende kwaliteitseisen die gelden voor verontreinigende stoffen of andere parameters.
2 Een milieuverklaring bodemkwaliteit die betrekking heeft op de kwaliteit van grond vermeldt ten minste:
a. de kwaliteitsklasse waarin de grond is ingedeeld met behulp van de kwaliteitseisen die gelden voor de volgende kwaliteitsklassen van grond: landbouw/natuur, wonen, industrie, matig verontreinigd en sterk verontreinigd;
b. de kwaliteitsklasse van baggerspecie waarmee de kwaliteit van de grond overeenkomt, getoetst aan de hand van de kwaliteitseisen die gelden voor de volgende kwaliteitsklassen van baggerspecie: algemeen toepasbaar, licht verontreinigd, matig verontreinigd en sterk verontreinigd; en
c. welke concentraties, emissies, gehalten of andere waarden van verontreinigende stoffen die niet bepalend zijn voor de indeling in een kwaliteitsklasse, en andere relevante parameters daarin aangetroffen zijn.
3 Een milieuverklaring bodemkwaliteit die betrekking heeft op de kwaliteit van baggerspecie vermeldt ten minste:
a. de kwaliteitsklasse waarin de baggerspecie is ingedeeld met behulp van de kwaliteitseisen die gelden voor de volgende kwaliteitsklassen van baggerspecie: algemeen toepasbaar, licht verontreinigd, matig verontreinigd en sterk verontreinigd;
b. de kwaliteitsklasse van grond waarmee de kwaliteit van de baggerspecie overeenkomt, getoetst aan de hand van de kwaliteitseisen die gelden voor de volgende kwaliteitsklassen van grond: landbouw/natuur, wonen en industrie, matig verontreinigd en sterk verontreinigd; en
c. welke concentraties, emissies, gehalten of andere waarden van verontreinigende stoffen die niet bepalend zijn voor de indeling in een kwaliteitsklasse, en andere relevante parameters daarin aangetroffen zijn.
4 Een milieuverklaring bodemkwaliteit die betrekking heeft op de kwaliteit van de bodem vermeldt ten minste de kwaliteitsklasse waarin de bodem is ingedeeld met behulp van de kwaliteitseisen die gelden voor de volgende kwaliteitsklassen van de bodem:
a. voor de landbodem de volgende kwaliteitsklassen: landbouw/natuur, wonen en industrie; en
b. voor de waterbodem de volgende kwaliteitsklassen: niet verontreinigd, licht verontreinigd en matig verontreinigd.
5 Een milieuverklaring bodemkwaliteit die betrekking heeft op de kwaliteit van grond of baggerspecie kan vermelden of de grond of baggerspecie voldoet aan de kwaliteitseisen die gelden voor de volgende kwaliteiten van grond en baggerspecie:
a. emissiearme grond of emissiearme baggerspecie;
b. voor verspreiden op de landbodem geschikte baggerspecie;
c. voor verspreiden in zoet oppervlaktewater geschikte baggerspecie;
d. voor verspreiden in zout oppervlaktewater geschikte baggerspecie;
e. voor toepassen in een diepe plas geschikte grond;
f. voor toepassen in een diepe plas geschikte baggerspecie;
g. voor toepassen als afdeklaag in een diepe plas geschikte grond;
h. voor toepassen als afdeklaag in een diepe plas geschikte baggerspecie; of
i. tarragrond.
6 Een milieuverklaring bodemkwaliteit die betrekking heeft op de kwaliteit van mijnsteen of vermengde mijnsteen kan vermelden of de mijnsteen of vermengde mijnsteen voldoet aan de kwaliteitseisen die gelden voor de kwaliteit emissiearme mijnsteen of vermengde mijnsteen.
7 De kwaliteitseisen, bedoeld in dit artikel, zijn de kwaliteitseisen, vastgesteld op grond van artikel 25g, eerste lid.
Hoofdstuk 2a — Afgifte van milieuverklaringen bodemkwaliteit
Artikel 25e
1 Een milieuverklaring bodemkwaliteit bevat voor elke relevante kwaliteitseis de gegevens waarop de verklaring is gebaseerd of een verwijzing naar een rapport waarin deze gegevens zijn opgenomen.
2 Een milieuverklaring bodemkwaliteit vermeldt:
a. welk type milieuverklaring bodemkwaliteit het betreft;
b. de naam van degene die de verklaring heeft afgegeven;
c. de herkomst van de bouwstoffen, grond of baggerspecie waarop de verklaring betrekking heeft; en
d. de hoeveelheid bouwstoffen, grond of baggerspecie waarop de verklaring betrekking heeft, uitgedrukt in ton.
Hoofdstuk 2a — Afgifte van milieuverklaringen bodemkwaliteit
Artikel 25f
1 Als er op grond van de activiteiten die op de locatie van het ontgraven hebben plaatsgevonden, de ontstaansgeschiedenis van een partij of anderszins aanleiding bestaat om te veronderstellen dat in grond, baggerspecie, mijnsteen of vermengde mijnsteen stoffen of andere parameters aanwezig zijn waardoor dat materiaal niet geschikt is om op of in de bodem of in een oppervlaktewaterlichaam te worden toegepast, wordt daarnaar het nodige onderzoek verricht voordat met betrekking tot het materiaal een milieuverklaring bodemkwaliteit wordt afgegeven.
2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing als er aanleiding bestaat om te veronderstellen dat in grond, baggerspecie, mijnsteen of vermengde mijnsteen bodemvreemd materiaal voorkomt dat daarin al voor het ontgraven of bewerken aanwezig was.
3 Als uit een onderzoek als bedoeld in het eerste of tweede lid blijkt dat de aanwezigheid van verontreinigende stoffen, andere relevante parameters of bodemvreemd materiaal grond, baggerspecie, mijnsteen of vermengde mijnsteen ongeschikt kan maken voor het toepassen op of in de bodem of in een oppervlaktewaterlichaam, wordt de aanwezigheid van de stoffen, andere relevante parameters of bodemvreemd materiaal in de milieuverklaring bodemkwaliteit die betrekking heeft op de kwaliteit van de grond, baggerspecie, mijnsteen of vermengde mijnsteen aangegeven, waarbij bovendien de concentraties, emissies, gehalten of andere waarden van de verontreinigende stoffen of andere parameters en het gewichtspercentage van het bodemvreemde materiaal worden vermeld.
Hoofdstuk 2a — Afgifte van milieuverklaringen bodemkwaliteit
Artikel 25g
1 Bij ministeriële regeling worden de kwaliteitseisen, bedoeld in artikel 25d, vastgesteld.
2 Kwaliteitseisen kunnen betrekking hebben op verontreinigende stoffen of andere relevante parameters en kunnen de vorm hebben van emissiewaarden, concentratiewaarden, gehalten of andere waarden.
3 Kwaliteitseisen kunnen strekken ter begrenzing van een kwaliteitsklasse waarin grond, baggerspecie, mijnsteen, vermengde mijnsteen of de bodem worden ingedeeld, of ter bepaling van de kwaliteit van bouwstoffen, grond of baggerspecie, bedoeld in artikel 25d, tweede lid, onder c, of derde lid, onder c, of een kwaliteit grond of baggerspecie als vermeld in artikel 25d, vijfde lid.
4 De kwaliteitsklassen waarin grond, baggerspecie, mijnsteen en vermengde mijnsteen worden ingedeeld ten behoeve van het toepassen daarvan op of in de landbodem, komen naar benaming en begrenzing overeen met de kwaliteitsklassen en bodemfunctieklassen waarin de ontvangende landbodem is ingedeeld.
5 De kwaliteitsklassen waarin grond, baggerspecie, mijnsteen en vermengde mijnsteen worden ingedeeld ten behoeve van het toepassen daarvan in een oppervlaktewaterlichaam, komen naar benaming en begrenzing overeen met de kwaliteitsklassen waarin de ontvangende waterbodem is ingedeeld.
6 Bij ministeriële regeling worden eisen gesteld waaraan een bodemkwaliteitskaart moet voldoen om te kunnen gebruiken voor een onderzoek en voor het afgeven van een verklaring op grond van een bodemkwaliteitskaart als bedoeld in artikel 25c, derde lid.
7 Bij ministeriële regeling kunnen gevallen worden aangewezen waarin in afwijking van artikel 25d, tweede of derde lid, daarbij aangegeven informatie voor een partij grond of baggerspecie niet in een milieuverklaring bodemkwaliteit hoeft te worden vermeld.
8 Bij ministeriële regeling kunnen gevallen worden aangewezen waarin bij de afgifte van een milieuverklaring bodemkwaliteit aan de afnemer van een partij van een bouwstof of een partij grond of baggerspecie een afleverbon moet worden verstrekt.
9 Bij ministeriële regeling kunnen voor de goede uitvoering van dit hoofdstuk regels worden gesteld over:
a. de vaststelling wanneer materiaal als bouwstof, grond of baggerspecie wordt aangemerkt;
b. de vaststelling wanneer sprake is van vormgegeven bouwstoffen;
c. de vaststelling wanneer bouwstoffen, grond of baggerspecie de daarbij aangegeven eigenschappen of samenstelling bezitten;
d. de vaststelling van de concentraties van daarbij aangegeven verontreinigende stoffen in bouwstoffen, grond of baggerspecie of de bodem;
e. de vaststelling van de gehalten of andere waarden van andere relevante parameters dan verontreinigende stoffen in bouwstoffen, grond of baggerspecie;
f. de vaststelling van de emissies van daarbij aangegeven verontreinigende stoffen uit bouwstoffen, grond of baggerspecie;
g. het onderzoek, bedoeld in artikel 28, derde lid;
h. de splitsing en samenvoeging van partijen bouwstoffen, grond of baggerspecie;
i. de indeling van grond, baggerspecie, mijnsteen en vermengde mijnsteen of de bodem in een kwaliteitsklasse;
j. de vaststelling of de kwaliteit van bouwstoffen, grond of baggerspecie of de bodem voldoet aan de bij of krachtens dit besluit gestelde kwaliteitseisen;
k. het onderzoek voor de afgifte van een milieuverklaring bodemkwaliteit, waaronder de monsterneming, de behandeling en analyse van monsters en de rapportage over de resultaten van het onderzoek;
l. de vaststelling of in de bouwstoffen, grond of baggerspecie stoffen of andere parameters aanwezig zijn waardoor dat materiaal niet geschikt is om op of in de bodem of in een oppervlaktewaterlichaam te worden toegepast, waarbij onderscheid naar de wijze van toepassing kan worden gemaakt;
m. de afgifte van milieuverklaringen bodemkwaliteit;
n. het vooronderzoek voor de afgifte van milieuverklaringen bodemkwaliteit;
o. het toelatingsonderzoek voor en de kwaliteitsbewaking bij de vervaardiging van bouwstoffen, grond of baggerspecie met het oog op het afgeven van milieuverklaringen bodemkwaliteit;
p. de afgifte en het gebruik van milieuverklaringen bodemkwaliteit;
q. de vaststelling wanneer een hoeveelheid bouwstoffen, grond of baggerspecie na splitsing of samenvoeging van partijen als verschillende partijen wordt aangemerkt;
r. de inhoud en vormgeving van milieuverklaringen bodemkwaliteit; en
s. de inhoud en vormgeving van afleverbonnen.
Hoofdstuk 3a — Handelingen met bouwstoffen
Artikel 25h
1 Het vervaardigen, invoeren, voor toepassing in Nederland of voor handelsdoeleinden voor de Nederlandse markt voorhanden hebben, vervoeren of aan een ander ter beschikking stellen van bouwstoffen is verboden, tenzij:
a. de bouwstoffen voldoen aan de voor bouwstoffen geldende kwaliteitseisen, bedoeld in artikel 25d, eerste lid;
b. een milieuverklaring bodemkwaliteit beschikbaar is waarmee kan worden aangetoond dat de bouwstoffen voldoen aan de voor bouwstoffen geldende kwaliteitseisen, bedoeld in artikel 25d, eerste lid; en
c. een afleverbon voorhanden is in gevallen waarin deze op grond van het tweede lid bij de afgifte van de milieuverklaring bodemkwaliteit moet worden verstrekt.
2 Bij ministeriële regeling kunnen gevallen worden aangewezen waarin bij de afgifte van de milieuverklaring bodemkwaliteit aan de afnemer van een partij van een bouwstof een afleverbon moet worden verstrekt en kunnen regels worden gesteld over de inhoud en vormgeving van afleverbonnen.
Hoofdstuk 3 — Bouwstoffen › Afdeling 1 — Algemeen
Artikel 26
Vervallen
Hoofdstuk 3 — Bouwstoffen › Afdeling 1 — Algemeen
Artikel 27
Vervallen
Hoofdstuk 3 — Bouwstoffen › Afdeling 1 — Algemeen
Artikel 28
Vervallen
Hoofdstuk 3 — Bouwstoffen › Afdeling 1 — Algemeen
Artikel 29
Vervallen
Hoofdstuk 3 — Bouwstoffen › Afdeling 1 — Algemeen
Artikel 30
Vervallen
Hoofdstuk 3 — Bouwstoffen › Afdeling 1 — Algemeen
Artikel 31
Vervallen
Hoofdstuk 3 — Bouwstoffen › Afdeling 1 — Algemeen
Artikel 32
Vervallen
Hoofdstuk 3 — Bouwstoffen › Afdeling 1 — Algemeen
Artikel 33
Vervallen
Hoofdstuk 3 — Bouwstoffen › Afdeling 2 — Bijzondere bepalingen voor mijnsteen
Artikel 33a
Vervallen
Hoofdstuk 3 — Bouwstoffen › Afdeling 2 — Bijzondere bepalingen voor mijnsteen
Artikel 33b
Vervallen
Hoofdstuk 3 — Bouwstoffen › Afdeling 2 — Bijzondere bepalingen voor mijnsteen
Artikel 33c
Vervallen
Hoofdstuk 3 — Bouwstoffen › Afdeling 2 — Bijzondere bepalingen voor mijnsteen
Artikel 33d
Vervallen
Hoofdstuk 4 — Grond en baggerspecie › Afdeling 1 — Algemene bepalingen › Paragraaf 1 — Algemeen
Artikel 34
Vervallen
Hoofdstuk 4 — Grond en baggerspecie › Afdeling 1 — Algemene bepalingen › Paragraaf 1 — Algemeen
Artikel 35
Vervallen
Hoofdstuk 4 — Grond en baggerspecie › Afdeling 1 — Algemene bepalingen › Paragraaf 1 — Algemeen
Artikel 36
Vervallen
Hoofdstuk 4 — Grond en baggerspecie › Afdeling 1 — Algemene bepalingen › Paragraaf 1 — Algemeen
Artikel 37
Vervallen
Hoofdstuk 4 — Grond en baggerspecie › Afdeling 1 — Algemene bepalingen › Paragraaf 2 — Algemene voorschriften voor degene die grond of baggerspecie toepast
Artikel 38
Vervallen
Hoofdstuk 4 — Grond en baggerspecie › Afdeling 1 — Algemene bepalingen › Paragraaf 2 — Algemene voorschriften voor degene die grond of baggerspecie toepast
Artikel 39
Vervallen
Hoofdstuk 4 — Grond en baggerspecie › Afdeling 1 — Algemene bepalingen › Paragraaf 2 — Algemene voorschriften voor degene die grond of baggerspecie toepast
Artikel 40
Vervallen
Hoofdstuk 4 — Grond en baggerspecie › Afdeling 1 — Algemene bepalingen › Paragraaf 2 — Algemene voorschriften voor degene die grond of baggerspecie toepast
Artikel 41
Vervallen
Hoofdstuk 4 — Grond en baggerspecie › Afdeling 1 — Algemene bepalingen › Paragraaf 2 — Algemene voorschriften voor degene die grond of baggerspecie toepast
Artikel 42
Vervallen
Hoofdstuk 4 — Grond en baggerspecie › Afdeling 1 — Algemene bepalingen › Paragraaf 2 — Algemene voorschriften voor degene die grond of baggerspecie toepast
Artikel 43
Vervallen
Hoofdstuk 4 — Grond en baggerspecie › Afdeling 2 — Toetsingskaders voor het toepassen van grond en baggerspecie › Paragraaf 1 — Gebiedsspecifiek toetsingskader voor de algemene toepassing
Artikel 44
Vervallen
Hoofdstuk 4 — Grond en baggerspecie › Afdeling 2 — Toetsingskaders voor het toepassen van grond en baggerspecie › Paragraaf 1 — Gebiedsspecifiek toetsingskader voor de algemene toepassing
Artikel 45
Vervallen
Hoofdstuk 4 — Grond en baggerspecie › Afdeling 2 — Toetsingskaders voor het toepassen van grond en baggerspecie › Paragraaf 1 — Gebiedsspecifiek toetsingskader voor de algemene toepassing
Artikel 46
Vervallen
Hoofdstuk 4 — Grond en baggerspecie › Afdeling 2 — Toetsingskaders voor het toepassen van grond en baggerspecie › Paragraaf 1 — Gebiedsspecifiek toetsingskader voor de algemene toepassing
Artikel 47
Vervallen
Hoofdstuk 4 — Grond en baggerspecie › Afdeling 2 — Toetsingskaders voor het toepassen van grond en baggerspecie › Paragraaf 1 — Gebiedsspecifiek toetsingskader voor de algemene toepassing
Artikel 48
Vervallen
Hoofdstuk 4 — Grond en baggerspecie › Afdeling 2 — Toetsingskaders voor het toepassen van grond en baggerspecie › Paragraaf 1 — Gebiedsspecifiek toetsingskader voor de algemene toepassing
Artikel 49
Vervallen
Hoofdstuk 4 — Grond en baggerspecie › Afdeling 2 — Toetsingskaders voor het toepassen van grond en baggerspecie › Paragraaf 1 — Gebiedsspecifiek toetsingskader voor de algemene toepassing
Artikel 50
Vervallen
Hoofdstuk 4 — Grond en baggerspecie › Afdeling 2 — Toetsingskaders voor het toepassen van grond en baggerspecie › Paragraaf 1 — Gebiedsspecifiek toetsingskader voor de algemene toepassing
Artikel 51
Vervallen
Hoofdstuk 4 — Grond en baggerspecie › Afdeling 2 — Toetsingskaders voor het toepassen van grond en baggerspecie › Paragraaf 1 — Gebiedsspecifiek toetsingskader voor de algemene toepassing
Artikel 52
Vervallen
Hoofdstuk 4 — Grond en baggerspecie › Afdeling 2 — Toetsingskaders voor het toepassen van grond en baggerspecie › Paragraaf 1 — Gebiedsspecifiek toetsingskader voor de algemene toepassing
Artikel 53
Vervallen
Hoofdstuk 4 — Grond en baggerspecie › Afdeling 2 — Toetsingskaders voor het toepassen van grond en baggerspecie › Paragraaf 2 — Generiek toetsingskader voor de algemene toepassing
Artikel 54
Vervallen
Hoofdstuk 4 — Grond en baggerspecie › Afdeling 2 — Toetsingskaders voor het toepassen van grond en baggerspecie › Paragraaf 2 — Generiek toetsingskader voor de algemene toepassing
Artikel 55
Vervallen
Hoofdstuk 4 — Grond en baggerspecie › Afdeling 2 — Toetsingskaders voor het toepassen van grond en baggerspecie › Paragraaf 2 — Generiek toetsingskader voor de algemene toepassing
Artikel 56
Vervallen
Hoofdstuk 4 — Grond en baggerspecie › Afdeling 2 — Toetsingskaders voor het toepassen van grond en baggerspecie › Paragraaf 2 — Generiek toetsingskader voor de algemene toepassing
Artikel 57
Vervallen
Hoofdstuk 4 — Grond en baggerspecie › Afdeling 2 — Toetsingskaders voor het toepassen van grond en baggerspecie › Paragraaf 2 — Generiek toetsingskader voor de algemene toepassing
Artikel 58
Vervallen
Hoofdstuk 4 — Grond en baggerspecie › Afdeling 2 — Toetsingskaders voor het toepassen van grond en baggerspecie › Paragraaf 2 — Generiek toetsingskader voor de algemene toepassing
Artikel 59
Vervallen
Hoofdstuk 4 — Grond en baggerspecie › Afdeling 2 — Toetsingskaders voor het toepassen van grond en baggerspecie › Paragraaf 2 — Generiek toetsingskader voor de algemene toepassing
Artikel 60
Vervallen
Hoofdstuk 4 — Grond en baggerspecie › Afdeling 2 — Toetsingskaders voor het toepassen van grond en baggerspecie › Paragraaf 2 — Generiek toetsingskader voor de algemene toepassing
Artikel 61
Vervallen
Hoofdstuk 4 — Grond en baggerspecie › Afdeling 2 — Toetsingskaders voor het toepassen van grond en baggerspecie › Paragraaf 3 — Toetsingskader voor grootschalige toepassingen
Artikel 62
Vervallen
Hoofdstuk 4 — Grond en baggerspecie › Afdeling 2 — Toetsingskaders voor het toepassen van grond en baggerspecie › Paragraaf 3 — Toetsingskader voor grootschalige toepassingen
Artikel 63
Vervallen
Hoofdstuk 4 — Grond en baggerspecie › Afdeling 2 — Toetsingskaders voor het toepassen van grond en baggerspecie › Paragraaf 3 — Toetsingskader voor grootschalige toepassingen
Artikel 64
Vervallen
Hoofdstuk 5 — Slot- en overgangsbepalingen
Artikel 65
Vervallen
Hoofdstuk 5 — Slot- en overgangsbepalingen
Artikel 66
Hoofdstuk 2 van dit besluit is niet van toepassing op:
a. een werkzaamheid die voor inwerkingtreding van het Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer is aangevangen;
b. een werkzaamheid die wordt verricht ter uitvoering van een wettelijke taak door of in opdracht van een bestuursorgaan, of
c. de opsporing en vervolging van strafbare feiten.
Hoofdstuk 5 — Slot- en overgangsbepalingen
Artikel 67
Vervallen
Hoofdstuk 5 — Slot- en overgangsbepalingen
Artikel 68
Vervallen
Hoofdstuk 5 — Slot- en overgangsbepalingen
Artikel 69
Vervallen
Hoofdstuk 5 — Slot- en overgangsbepalingen
Artikel 70
Vervallen
Hoofdstuk 5 — Slot- en overgangsbepalingen
Artikel 71
Vervallen
Hoofdstuk 5 — Slot- en overgangsbepalingen
Artikel 72
Vervallen
Hoofdstuk 5 — Slot- en overgangsbepalingen
Artikel 73
Vervallen
Hoofdstuk 5 — Slot- en overgangsbepalingen
Artikel 74
Vervallen
Hoofdstuk 5 — Slot- en overgangsbepalingen
Artikel 75
Vervallen
Hoofdstuk 5 — Slot- en overgangsbepalingen
Artikel 76
Vervallen
Hoofdstuk 5 — Slot- en overgangsbepalingen
Artikel 77
Vervallen
Hoofdstuk 5 — Slot- en overgangsbepalingen
Artikel 78
Vervallen
Hoofdstuk 5 — Slot- en overgangsbepalingen
Artikel 79
Vervallen
Hoofdstuk 5 — Slot- en overgangsbepalingen
Artikel 80
Een kaart van de bodemfunctieklassen van het gebied binnen een gemeente die is vastgesteld op grond van artikel 55, eerste lid, zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van artikel XI, onderdeel I, van het Verzamelbesluit Omgevingswet 2022, geldt als een bodemfunctieklassenkaart op grond van artikel 55, eerste lid, zoals dat luidt na de inwerkingtreding van artikel XI, onderdeel I, van het Verzamelbesluit Omgevingswet 2022.
Hoofdstuk 5 — Slot- en overgangsbepalingen
Artikel 81
Vervallen
Hoofdstuk 5 — Slot- en overgangsbepalingen
Artikel 82
Vervallen
Hoofdstuk 5 — Slot- en overgangsbepalingen
Artikel 82a
Dit besluit berust mede op artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer.
Hoofdstuk 5 — Slot- en overgangsbepalingen
Artikel 83
Vervallen
Hoofdstuk 5 — Slot- en overgangsbepalingen
Artikel 84
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bodemkwaliteit.
Bijlage 1 — behorende bij artikel 28, eerste en tweede lid en 41
Bijlage 1 — behorende bij artikel 28, eerste en tweede lid en 41
Vervallen