Minister van Financiën (1940–....) Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein regulering en toezicht bank- en kredietwezen vanaf 1940 (Minister van Verkeer en Waterstaat)
N.B. Binnen het Ministerie van Financiën is de Generale Thesaurie, i.c. de Afdeling, later Directie (Binnenlands) Geldwezen verantwoordelijk voor het beleidsterrein. De Thesaurier-Generaal wordt door de Minister van Financiën benoemd. De TG neemt als adviseur deel aan de vergaderingen van de Bankraad.
De taken van de Minister van Financiën strekken zich uit over verschillende deelbeleidsterreinen. Ook voor andere actoren met uiteenlopende taken c.q. werkzaamheden zoals de Stichting Toezicht Effectenverkeer worden de verschillende taken apart beschreven.
– toezicht op en regulering van de centrale bank (1940–....)
De Minister van Financiën kan aanwijzingen geven aan De Nederlandsche Bank. Ook is hij bevoegd tot het benoemen of het doen van voordrachten inzake benoeming van hoge functionarissen bij de Nederlandse Bank.
– toezicht op het kredietwezen (1952–....)
De Minister van Financiën wijst representatieve organisaties van het bankwezen aan waaraan het toezicht deels kan worden gedelegeerd. Voorts beschikt hij op bezwaarschriften van kredietinstellingen die zich in hun belangen geschaad achten door beschikkingen van De Nederlandsche Bank.
– handel in effecten ter beurze (1940–1992)
De Minister van Financiën besliste over tot 1992 opening en sluiting van beurzen. Ook wees de Minister fondsen aan die in de prijscouranten werden opgenomen. Verder stelde hij voordrachten op voor de benoeming van leden van de Commissie van Advies in Beurszaken en benoemde hij voorzitters en leden van de commissies van toezicht.
– toezicht op de handel in effecten buiten de beurs om (1985–1992)
De Minister van Financiën verleende vrijstellingen, dan wel ontheffingen van in de wet gestelde verboden en eisen met betrekking tot de handel in effecten buiten de beurs om. Daarnaast verleende hij vergunningen voor de uitoefening van het beroep van effectenbemiddelaar en de openstelling van beleggingsfondsen
– toezicht op beleggingsinstellingen (1990–…)
De Minister van Financiën heeft het toezicht op beleggingsinstellingen gedelegeerd aan De Nederlandsche Bank. De Nederlandsche Bank heeft een eigen selectielijst.
– toezicht op het effectenverkeer (1992–....)
De Minister van Financiën stelt beschikkingen op inzake de erkenning van beurzen. Ook verleent hij vrijstelling van in de wet gestelde eisen en verboden. Tevens stelt de Minister voorschriften vast voor houders van effectenbeurzen, en benoemt bestuurders van de rechtspersoon aan wie de Minister zijn bevoegdheden heeft overgedragen. Verder keurt hij wijzigingen goed in de statuten van de rechtspersoon aan wie taken zijn overgedragen, alsmede wijzigingen in het Fondsenreglement van de Vereniging voor de Effectenhandel.
N.B. De Minister heeft een deel van de aan hem op basis van de WTE toegekende bevoegdheden gedelegeerd aan de Stichting Toezicht Effectenverkeer. Zie hiervoor de beschrijving bij de Stichting Toezicht Effectenverkeer.
– melding zeggenschap in ter beurze genoteerde vennootschappen (1992–....)
De Minister van Financiën verleent ontheffing van de verplichting om verkrijging van een bepaald belang ook bij de betreffende ter beurze genoteerde onderneming te moeten melden.
N.B. De Minister heeft de bevoegdheden in het kader van deze wet gedelegeerd aan de Stichting Toezicht Effectenverkeer. Zie hiervoor de beschrijving bij de Stichting Toezicht Effectenverkeer.
– effectenvernieuwing (1945–....)
De Minister van Financiën oefent diverse taken uit die vanaf 1941 door de SG van Financiën werden verricht, zoals het stellen van waarborgen mbt de verplichtingen van het Effectenvernieuwingsbureau en het verlenen van benodigde kasvoorschotten.
– giraal effectenverkeer (1977–....)
De Minister van Financiën wijst een Centraal Instituut aan. In dit verband wijst hij een (rechts)persoon aan die namens hem toezicht houdt op het Centraal Instituut. Daarnaast keurt de Minister wijzigingen goed in de statuten van het instituut, en kan hij, op voordracht van de toezichthouder, besluiten van het bestuur van het Centraal Instituut vernietigen. Voorts verleent de Minister goedkeuring aan de door het Centraal Instituut opgestelde regels inzake de toelating als aangesloten instelling. Tenslotte dient hij als beroepsinstantie in geval van weigering van toelating door het Centraal Instituut.
– giroverkeer/Rijkspostspaarbank (1940–(1985)
De Minister van Financiën oefende samen met de Minister belast met de zorg voor het Staatsbedrijf der PTT toezicht uit op de girodiensten. Ook was hij medeverantwoordelijk voor de benoeming van leden van de Commissie van Advies betreffende de bemoeiingen van etc. (zie hierna). Verder verleende de Minister vergunningen voor de oprichting van gemeentelijke girodiensten en was hij verantwoordelijk voor het beleid ten aanzien van de Rijkspostspaarbank (RPS) als spaarinstelling (1954 ev.). In 1985 werd de RPS geprivatiseerd.
N.B. In 1978 werd het monetair toezicht uit de Girowetgeving gelicht).
– uitgifte van spaarbewijzen (1985–....)
De Minister van Financiën wijst representatieve organisaties aan. Hij kan tussen de De Nederlandsche Bank en de representatieve organisaties gesloten overeenkomsten omtrent de uitgifte, de verhandeling en de uitbetaling tegen inlevering van spaarbewijzen algemeen bindend verklaren.
– identiteitsvaststelling bij financiële dienstverlening (1988–....)
De Minister van Financiën kan tussen De Nederlandsche Bank en de representatieve organisaties gesloten overeenkomsten algemeen bindend verklaren.
– melding ongebruikelijke transacties bij financiële dienstverlening (1994–....)
De Minister van Financiën doet – met de Minister van Justitie – voordrachten voor de benoeming, schorsing en ontslag van het hoofd van het Meldpunt ongebruikelijke transacties (zie hierna). Verder bepaalt hij met de Minister van Justitie het budget en de sterkte van het Meldpunt. De Minister stelt, eveneens met de Minister van Justitie, de indicatoren vast aan de hand waarvan wordt beoordeeld of een transactie als ongebruikelijk moet worden aangemerkt. Ook doet hij voordrachten voor de benoeming van de leden van de Begeleidingscommissie en is hij vertegenwoordigd in de Begeleidingscommissie.
– financieel verkeer in buitengewone omstandigheden, 1940; 1944–....)
De Minister van Financiën is belast met regelgevende en beschikkende bevoegdheden in het kader van het Bankenmoratorium 1940/1944. In geval van buitengewone omstandigheden is hij gerechtigd tot het treffen van regelingen ten aanzien van een groot aantal onderwerpen binnen de grenzen van de Noodwet financieel verkeer. Ook verleent hij bijzondere of algemene vergunningen aan banken e.d. tot het verrichten van bepaalde handelingen.
- Regeling
- Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein regulering en toezicht bank- en kredietwezen vanaf 1940 (Minister van Verkeer en Waterstaat)
- Soort
- Archiefselectielijst
- Geldend vanaf
- 28-11-2007
- BWB-id
- BWBR0022898
- Versie
- 2007-11-28_0